Dijsselbloem juicht te vroeg

Zeker voor een minister van Financiën waren het geruststellende woorden die Jeroen Dijsselbloem (PvdA) dinsdagavond in de Tweede Kamer sprak. „De begroting beweegt zich zeer gestaag en consequent in de goede richting”, zei hij.

De indicatoren op basis waarvan het kabinet Rutte zijn laatste Miljoenennota moet maken zijn positief. In tegenstelling tot nog maar twee jaar geleden heerst er in Den Haag geen nerveuze opwinding over extra miljardenbezuinigingen die gevonden moeten worden. En ook vanuit Brussel is het stil. Nu het overheidstekort met 1,7 procent van het bruto binnenlands product onder de kritische grens van 3 procent zit, is er geen sprake van ondercuratelestelling door de Europese Unie.

Tamelijk ontspannen schetste Dijsselbloem dan ook hoe de komende maanden de begrotingsgesprekken zich volgens hem zullen voltrekken. Het zal gaan om „kleine bijsturingen” en „waar nodig kleine intensiveringen”. Dit is eveneens de houding bij VVD en PvdA, de twee fracties waarop het kabinet steunt. Het eerste overleg dat de coalitietop woensdagavond op het ministerie van Financiën voerde, moest vooral rust uitstralen. Ja, er zijn tegenvallers. Maar daartegenover staan ook meevallers, zo klonk het. Inderdaad, de sfeer is wel eens broeieriger geweest.

Maar het breed geventileerde optimisme kan ook doorschieten. Feit is dat ondanks het zeer forse ombuigingsprogramma van meer dan 50 miljard euro, dat de afgelopen jaren tot stand werd gebracht, er nog steeds meer geld wordt uitgegeven dan dat er binnenkomt. Worden de Europese afspraken serieus genomen dan is Nederland ook nu in overtreding. Op middellange termijn dienen de begrotingen van de Europese lidstaten een tekort te hebben van maximaal 0,5 procent. Daar is Nederland nog ver van verwijderd.

De Raad van State wijst er terecht op dat het kabinet om aan deze doelstelling te voldoen – en als het zijn eigen verdeelsleutels toepast – volgend jaar nog een extra bezuiniging van 2,7 miljard euro en een lastenverzwaring van 1,2 miljard euro zal moeten opleggen. Waarbij dan nog de kanttekening past dat de ontwikkeling van de wereldeconomie eerder in negatieve dan in positieve richting tendeert.

Het toont nog eens aan dat de belastingverlaging van vijf miljard euro die het kabinet afgelopen Prinsjesdag presenteerde, misplaatst en voorbarig was. De komende tijd zullen de wensenlijsten weer breed geëtaleerd worden. Maar de meest reële wens blijft een begroting zonder tekort.