De vrijheid van meningloosheid

De mening is, als vrijheidsuiting, aan een zekere inflatie onderhevig. Je hebt nu eenmaal vrij veel meningen. Vroeger had je een graanoverschot, tegenwoordig heb je een meningenoverschot. Vandaar dat meningen voortaan ook vergaand moeten zijn: het meningenoverschot is zo groot dat je met een gewone mening niets meer voorstelt.

Je hebt ook het verschijnsel dat, volgens een deel van de bevolking, de vrijheid van meningsuiting onder druk staat. Je mag van de elite gewoon niet meer zeggen wat je vindt. Dat idee.

Ik kijk daar telkens van op. Dat wil zeggen: mensen denken ongetwijfeld dat politiek-correcte onderdrukking bestaat. Maar of het klopt? Noem de premier een frauderende pedo en niemand geeft een kik. Vermoedelijk hebben we onze meningen nooit eerder zo onbelemmerd kunnen ventileren.

Dit verschijnsel vormt tevens de basis onder de televisiemening. Het meningenoverschot maakt dat ook de redelijke televisiemening allang uit de mode is. Erdogan geitenneuker? Dat is zo 2015. Krasser graag.

Vergaande televisiemeningen passen ook voortreffelijk bij dat gevoel van onderdrukte vrijheid. Wie op televisie zegt dat zijn mening niet mag van policor Nederland, weet één ding zeker: dan staan de andere televisieprogramma’s voor hem in de rij.

Een onderschat probleem: het nationale meningenoverschot

Mijn punt is dit. Bij de succesvolle politici van deze tijd zie je al deze verschijnselen terug. Succesvolle politici produceren steeds te veel meningen. Ze klagen dat hun meningen onderdrukt worden. Ze roepen vergaande meningen bij anderen op, zodat hun politieke contacten verzanden in ruzie: u deugt niet en ik zeg het lekker toch.

Gevolg is dat komende verkiezingsprogramma’s meningen zullen bevatten als, ik noem maar wat, beëindiging van alle ontwikkelingshulp en beëindiging van alle gaswinning in Groningen. Hoe groter het politieke meningenoverschot, hoe verdergaand de politieke meningen.

Je hebt mensen die dit toejuichen. Minder technocratie: goed dat er meer te kiezen is.

Ik weet het niet zo. Ik weet niet of een overschot van steeds verdergaande meningen goed beleid oplevert. Ik zou het, als tegenwicht, eerder zoeken in minder meningen. In de vrijheid van meningloosheid – om het meningenoverschot terug te dringen, en de redelijkheid weer wat ruimte te geven.

Dit zou voor de maatschappij zelf ook niet slecht zijn, denk ik.