William Shakespeare (1564-1616): Engels schrijver, bezeten door toneel

Necrologie Zaterdag is het exact 400 jaar geleden dat William Shakespeare overleed. Schrijver/dichter en Shakespeare-bewerker Tom Lanoye schreef, alsnog, een necrologie.

‘Tattooed Shakespeare’, 2012

Toch nog onverwacht voor het Londense theaterpubliek, alsook voor de liefhebbers van zijn opmerkelijke sonnetten, overleed op 23 april 1616 dichter, acteur, toneelauteur en theaterproducent William Shakespeare in Stratford-upon-Avon, het plaatsje waar hij ook het levenslicht zag. Alleen van zijn doopsel is de exacte datum bekend gebleven: 26 april 1564. Volgens de traditie moet hij toen drie dagen oud zijn geweest. Shakespeare is dus exact tweeënvijftig jaar geworden.

Na een succesrijke carrière, vooral als theaterauteur, legde hij in 1613 de pen neer en keerde uit het hectische Londen terug naar het landelijke Stratford van zijn jeugd. Vermoedelijk was hij toen al ziek. Over zijn kwaal bestaat geen uitsluitsel, maar een paar maanden voor zijn dood heeft hij zijn definitieve testament laten opstellen, met als belangrijkste begunstigde zijn dochter Susannah. Een aanwijzing dat hij het einde voelde naderen?

Zijn dochter en andere bewonderaars ijveren ervoor dat hij begraven mag worden in de kerk waarin hij gedoopt is, de Holy Trinity Church. De vrees lijkt gerechtvaardigd dat vurige fans zijn stoffelijke overschot komen stelen, zelfs in een kerk, zo groot is hun adoratie en dankbaarheid jegens ‘the Big Bard’. Vandaar dat zijn lijk ‘zeven meter diep in de grond zal worden gelegd’ — wellicht te nemen met een korrel zout. De eenvoudige zerk krijgt wel een waarschuwende tekst: ‘Blest the man who spares these stones / And cursed be he who moves my bones’.

Een oeuvre dat zijn gelijke niet kent

De ware erfenis van William Shakespeare valt niet uit te drukken in familiale of materiële termen. Hij laat een oeuvre na dat zijn gelijke niet kent. Het bestaat uit honderdvierenvijftig sonnetten en achtendertig toneelstukken; tragedies, historische drama’s en komedies.

Velen beschouwen hem als de grootste Engelse schrijver ooit, slechts enkelen voorspellen dat hij na zijn dood snel zal verdwijnen in de plooien van de geschiedenis. ‘Toneelteksten zijn nu eenmaal minderwaardig aan poëzie,’ zo redeneren zij, ‘en poëticaal is zijn oeuvre domweg te bescheiden.’ Zijn neiging tot woordspelletjes noemen ze ‘koket’ en de vele verkleedpartijen en genderverwisselingen ‘al te clichématig’, vooral in zijn komedies.

‘Super Shakespeare’ 2012Mathew McFarren

Het is een feit dat zijn stukken slordig zijn uitgegeven, vaak in verschillende versies (‘quarto’s’ en ‘folio’s’), met inbegrip van fouten en ingrepen door derden. Alleen de uitgaven van zijn gedichten heeft de meester eigenhandig geredigeerd. Maar wie durft daaruit concluderen dat hij meer belang hechtte aan zijn sonnetten? Wie bijna veertig stukken schrijft, is niet minder dan bezeten door toneel.

Prospero als zelfportret

In The Tempest, het laatste stuk dat hij zonder inbreng van assistenten schreef, lijkt Shakespeare in de figuur van Prospero veel van zichzelf te hebben gelegd. Prospero is een verstoten hertog die als een oude tovenaar regeert over een eiland vol wonderlijke wezens en betoverende natuurverschijnselen. Sommigen zien daarin een allegorie voor het besloten theatervak. Anderen zoeken parallellen met de verre, barbaarse landen waar Engeland als opkomende handelsnatie sinds kort voet aan de grond heeft gezet, vaak met de gebruikelijke wreedheid van de overheerser.

De rijkdom van Shakespeares beste stukken bestaat er echter in dat ze meerduidig zijn, en dat ze allusies en harde feiten, humor en tragiek, effectbejag en filosofie, het platte en het verhevene naadloos durven te mengen — meestal in verbluffende verzen die ook nog eens ‘goed bekken’. Dat maakte van Shakespeare een van de populairste auteurs bij de echte connaisseurs: rasacteurs als Richard Burbage en William Kempe. Dat Shakespeare zijn carrière begon als acteur wordt cruciaal geacht voor zijn latere vakmanschap. Hij wist wat het was om op de planken te staan.

Alsook om een theaterhuis te runnen als winstgevend bedrijf, rekenend op zowel adellijk mecenaat als op ticketinkomsten van gewone bezoekers. Het is deze formule die hem de moed gaf om ook financieel te participeren in de bouw van het beroemde Globe Theatre, aan de oever van de Theems. De meeste van zijn stukken werden daar gespeeld.

Op het eind van The Tempest, en na het ontketenen van een laatste grote storm, worden de slechten bestraft en de goeden gered, en breekt Prospero zelf zijn toverstaf in twee. Hij geeft zijn magie op en treedt weer toe tot de ‘echte’ wereld. Was dit al een aankondiging van Shakespeares ziekte en zijn terugkeer naar Stratford?

Shakespeare durfde humor en tragiek, het platte en verhevene te mengen in verbluffende verzen

In het voorlaatste bedrijf mijmert Prospero, in een van die schitterende monologen waarop de auteur het patent heeft: ‘We are such stuff / as dreams are made on, and our little life / is rounded with a sleep.’ Dat ene vers is tekenend voor de melancholie die schuilgaat in heel deze late komedie, die overigens — als een van de weinige Shakespeare-stukken — een klassieke eenheid kent van plaats, tijd en handeling. Dat the Bard in bijna al zijn andere stukken onvervaard locaties mengde en tijdsprongen maakte, ook dát mag men beschouwen als een van zijn handelsmerken. Hij kende daarin voorgangers, jazeker. Kleinere meesters zoals Christopher Marlowe en Thomas Kyd, maar Shakespeare beheerste de vorm die zij hadden ontwikkeld op den duur beter dan zijzelf.

Shakespeares stukken zijn, net als die van zijn tijdgenoten, bijna allemaal bewerkingen. Van King Lear waren vóór hem al een paar dozijn versies in omloop en Thomas Kyd schreef een van de oerversies van Hamlet. Het genie van Shakespeare bestond erin dat zijn bewerkingen niet alleen literair, maar ook inhoudelijk een breekpunt betekenden met de theatertraditie.

Neem nu Hamlet. Dat was een kapot gespeeld ‘revenge play’, een primair wraakstuk. Shakespeare echter maakt van de jonge held een wijsgeer die gevangen zit tussen schijn en zijn, handelen en denken, weerzin en waanzin. Met Hamlet, dat terecht zijn topstuk mag worden genoemd, zette Shakespeare een nieuw, hedendaags menstype op de planken: de Middeleeuwen zijn definitief passé, de Renaissance treedt voor het voetlicht, ‘bestaan of niet bestaan’ wordt belangrijker dan ‘vechten of niet vechten’. Het boek dat de jonge prins leest vlak voor hij zijn beroemde monoloog te berde zal brengen — ‘To be or not to be’ — zou volgens kenners weleens een bloemlezing kunnen zijn uit Les Essais, van Michel de Montaigne.

Naast inhoudelijke brille mag Shakespeares fenomenale werklust niet onvermeld blijven. In 1600 beleefden zowel Julius Caesar, As you like it als Twelfth night hun première. Het jaar daarna reeds volgden Hamlet en The merry wives of Windsor. Omdat hij ook nauw betrokken was bij elke enscenering, bleef er weinig tijd over voor familie en vrienden, of voor een publiek leven tout court.

Kwaadsprekerij

Ligt hierin de oorsprong van de opborrelende kwaadsprekerij die wil dat hij zijn werken niet zelf heeft geschreven? ‘Shakespeare’ zou niet meer dan een dekmantel zijn voor Francis Bacon, Henry Neville of een hoveling als Edward de Vere. Deze geruchten moeten categoriek van de hand worden gewezen als het geroddel van jaloerse snobs die weigeren te geloven dat iemand zonder universitaire opleiding tot zulke grootsheid in staat is. In weerwil van wat romantische zielen zich laten wijsmaken zijn van Shakespeares leven meer feiten bekend dan van al zijn voorgangers en generatiegenoten.

Mystificaties doen zich vaker voor na de dood van een genie, maar uiteindelijk zijn ze onbelangrijk. To be or not to be: wat brengt de toekomst? Dat is de enige vraag. Wordt Shakespeare inderdaad vergeten? Of zal hij na eeuwen nog altijd bekend staan als de auteur van onvergetelijke drama’s en prangende scènes, van meeslepende monologen en van personages die gaandeweg zullen uitgroeien tot archetypes — meer dan alleen maar mooie rollen?

Romeo en Julia, Jago en Othello… De bloedhongerige lady Macbeth, de gezellig dikke Falstaff en de mooie Cleopatra… De entertainende schurk Richard III en de hoogmoedige kunstenaarsziel Richard II… King Lear met zijn dode dochter, Ophelia vlak voor haar zelfdoding, Coriolanus oog in oog met zijn kijvende moeder… Hun tragiek blijft ons bij, hun woorden staan gebrand in onze ziel. En zelfs buiten het domein van de schouwburg blijven de vele gevleugelde replieken van the Big Bard ons achtervolgen, omdat ze zo kernachtig waar en mooi zijn. ‘All the world’s a stage, / And all the men and women merely players.’ (As you like it) ‘Life is a tale / Told by an idiot, full of sound and fury, / signifying nothing.’ (Macbeth)

En laten we ook nooit de parels vergeten die schuilgaan in de mooiste van zijn gedichten: ‘So long as men can breathe or eyes can see, / So long lives this, and this gives life to thee.’