Hoe slim moet je zijn om dieren te begrijpen?

Interview Frans de Waal Dieren drijven niet alleen op instinct en aangeleerde reactie. Dieren zijn slim en hebben emoties, zegt Frans de Waal. Om dat te ontdekken moet je wel slim onderzoek doen.

"Apen groeten elkaar na een periode van afwezigheid door hun lippen zachtjes op de mond of de schouder van een soortgenoot te plaatsen", Frans de Waal in zijn boek Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? Foto Tim Flach

Het is lunchtijd. De uitgever zet primatoloog Frans de Waal een kom soep voor. Voor mij is er geen soep. De Waal ziet het gebeuren en vraagt hardop: „Krijgt hij niks?”

Een typisch menselijke reactie van een mens die zich bekommert om een medemens? Nee. Apenkenner De Waal heeft met zijn onderzoek laten zien dat ook apen over empathie en rechtvaardigheidsgevoel beschikken. Dat dit als een verrassing kwam voor veel wetenschappers, komt doordat zij dieren onderschatten en beschouwen als automaten.

De onderwaardering van dierlijke intelligentie is het thema van De Waals nieuwste boek: Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? De Waal (67) is anderhalve week in Nederland voor de promotie van zijn boek. Hij is schor van de lezingen en interviews die hij heeft gegeven.

En? Zijn we slim genoeg?

„Ik denk dat de gemiddelde leek wel wil geloven dat dieren gevoelens hebben en intelligent zijn. Maar de wetenschap heeft de afgelopen honderd jaar niet echt z’n best gedaan om dat uit te zoeken. De meeste onderzoekers gingen ervan uit dat we al het gedrag van dieren konden verklaren uit instincten en eenvoudige leerprocessen.”

Hoe kon dat? Darwin sprak toch ook al over intelligentie bij dieren?

„In de negentiende eeuw kon de intelligentie van dieren gewoon besproken worden. Soms werd die zelfs overdreven. Dat is misschien het probleem geweest. Mensen zoals de Canadese bioloog George Romanes verzonnen zomaar verhalen. Een aap die door een kogel werd getroffen zou zijn bebloede hand naar een jager hebben uitgestoken om hem een schuldgevoel te geven.

„Daar is een reactie op gekomen. Een overreactie. Vanaf de jaren 50 zagen behavioristen, onder leiding van de Amerikaanse psycholoog Skinner, het gedrag van dieren simpelweg als een respons op een stimulus. Wat er in het dier omging was onbelangrijk. Alles was instinct of een aangeleerde reactie. Zodra je het gecompliceerder maakte, zat je fout.”

Bent u daar met uw eigen onderzoek op aangevallen?

„Soms was het een gevecht. Mensen noemden me soft en antropocentrisch toen ik schreef dat chimpansees zich na een ruzie met elkaar verzoenen. Dat moest ik geen verzoening noemen, maar post-conflict-contact.

„Door dat soort onmenselijke termen te gebruiken vermijd je de discussie over hoe vergelijkbaar dit is met mensengedrag. Gelukkig is er veel veranderd. De afgelopen 20 jaar wordt intelligentie bij dieren serieus genomen. Er wordt over cognitie gesproken bij kraaien, dolfijnen, olifanten en zelfs honden. De paar behavioristen die er nog zijn hebben grijze haren en zijn dicht bij hun pensioen.”

Slaan we nu niet te veel door? Een paar maanden geleden verscheen een publicatie over chimpansees die stenen gooien naar bepaalde bomen. Eén van de onderzoekers sprak daar later over alsof het een heilig ritueel zou zijn.

„Ja, en daar maakte de Telegraph in Engeland weer van: Chimpansees geloven in God. Wetenschappers moeten voorzichtig zijn. Koko de gorilla heeft nu een filmpje waarin Koko met gebaren laat weten dat ze zich zorgen maakt over klimaatverandering. Dat geloof ik gewoon niet. Het is pure reclame van de Koko-foundation. Een gorilla kun je trainen om dat te doen.

Dit is het filmpje waarin Koko ‘zorgen uit’ over het klimaat:

„De chimpansees die stenen gooien zijn niet speels, maar opgewonden, ze loeien. Ze zijn serieus bezig. Ik vind het niet erg om dat een ritueel te noemen, zo ziet het er een beetje uit. Maar zo gauw mensen er god, religie of spiritualiteit bij halen vind ik dat hoogst speculatief. Dat ondermijnt de serieuze wetenschap. We moeten een middenweg vinden. Niet al het antropomorfisme is acceptabel, maar we moeten ook niet overdreven angstig zijn om termen als verzoening en troost te gebruiken.”

Waarom dichten we apen zo snel menselijke eigenschappen toe?

„De chimpansee staat zo dicht bij ons dat we sneller accepteren dat hij intelligent is. Dat is ook de reden dat we hem op afstand willen houden. We vergelijken mensen met chimpansees om ze te beledigen, we vinden het grappig als we een plaatje van George Bush naast een chimpansee zien. Niemand vergelijkt George Bush met een giraf.

„Bij vogels ligt dat moeilijker. Je kon dat goed zien aan het taalonderzoek bij dieren. In de jaren 70 was iedereen geïnteresseerd in de vraag of chimpansees symbolen konden gebruiken als een soort taal. Maar toen de Amerikaanse psycholoog Irene Pepperberg met de pratende papegaai Alex kwam, nam niemand haar serieus. Terwijl Alex veel meer kon dan willekeurige woorden spuien.”

Zoals?

„Optellen en aftrekken. Als je Alex een groepje van drie knopen en van twee knopen liet zien, en je zette er dan twee kopjes overheen, kon je hem vragen hoeveel knopen er onder de kopjes lagen. En dan zei hij: vijf. Het duurde een tijdje voordat onderzoekers door hadden hoe bijzonder dat was.”

In dit filmpje laat papegaai Alex zien dat hij materialen herkent en kan tellen:

Het meeste intelligentie-onderzoek wordt gedaan aan raven, mensapen en dolfijnen. Zijn dat ook echt de slimste dieren?

„Ik denk dat we breder moeten kijken. We onderzoeken nu vooral dieren met de grootste hersenen om te laten zien: kijk eens wat die kunnen. De reden dat we zo onder de indruk zijn van Alex, is omdat hij zijn kennis in woorden kon vatten, zoals wijzelf ook zouden doen. Als dieren iets doen wat wij kunnen, vinden we dat intelligent. Dat is te antropocentrisch gedacht.

„Maar veel interessante dieren worden nu genegeerd, zoals de olifant. Dat is jammer, want de olifant is een dier met een compleet andere leefwijze dan een chimpansee of dolfijn. Zelfs dieren zoals ratten of octopussen zijn interessant. Cognitie-onderzoekers hebben de neiging om de pieken van dierlijke intelligentie op te zoeken.”

U vindt dat wetenschappers zich meer moeten verplaatsen in dieren. Wat bedoelt u daarmee?

„Als dieren zakken voor een intelligentietest wordt dat vaak gezien als bewijs dat ze iets níet kunnen. Er is ooit een proefje gedaan bij chimpansees en kinderen waarbij de onderzoekers voordeden hoe een puzzel moest worden opgelost. Kinderen konden daarna de puzzel zelf oplossen, maar de chimpansees lukte het niet. Daaruit concludeerden de onderzoekers: apen kunnen niet na-apen.

„Wij lieten later zien dat chimpansees wel degelijk kunnen imiteren, als ze maar een andere chimp als rolmodel hebben. Het hele probleem was dat een mens de puzzel voordeed. Dat is niet de leefwereld van een chimpansee.

„Dat is eigenlijk steeds het verhaal van dit soort onderzoek. Er zijn zo veel gevallen geweest waarin iets afwezig leek, dat we naderhand wél hebben gevonden. Daarom zeg ik in mijn boek: hou nou eens op met al die menselijke uniekheidsclaims.”

Tim Flach

De foto’s bij dit artikel komen uit de serie ‘More than Human’ , waarvoor Tim Flach dieren fotografeerde alsof hij mensen. Tim Flach

Maar door die hypothese dat apen niet zouden kunnen na-apen én de weerlegging daarvan, zijn we toch wel iets opgeschoten?

„Het is allemaal zo vruchteloos gebleken. Decennia wordt er geroepen ‘wij mensen kunnen dit wel en dieren niet’. En zodra de claim is ontkracht, wordt die meteen weer vergeten. Niemand weet meer dat wij zogenaamd de enige dieren waren die konden imiteren. Wat hebben al die experimenten nou voor zin gehad?

„Laten we er daarom mee stoppen. Ben ik slimmer dan een octopus omdat ik kan praten? Dat vind ik geen interessante vraag. De octopus kan een heleboel dingen die ik niet kan.”

Welke vragen stelt u liever?

„Wat voor cognitie verschillende dieren hebben en hoe dat aansluit op hun leefwereld. Uiteindelijk moeten we een evolutionair perspectief op cognitie ontwikkelen, en kunnen zeggen hoe bepaalde levensstijlen tot bepaalde cognities leiden.

Ik ga toch beweren dat er iets uniek menselijks is: taal.

„Hmm, ja, taal is een uniek menselijke eigenschap. Als je taal opbreekt in kleine elementen, vind je die elementen wel bij andere soorten. Maar als geheel is taal iets menselijks. Zelfs Alex had maar een beperkte beheersing van taal. Hij kende het concept ‘vijf’, maar zou nooit zeggen ‘wat is vijf toch een mooi rond getal.’

„Het gaat erom hoeveel waarde je vervolgens hecht aan dat taalvermogen van de mens. Sommige mensen zeggen dat het ons buiten de natuur plaats. Maar ik zie taal als een middel om over ons denken te praten. Ik kan mijn gedachtes aan jou formuleren, maar de gedachtes zelf zijn niet geproduceerd door taal. Het is niet de bron van intelligentie.”

Oké, dat was dan de taal. Ik kreeg net helaas geen soep. Dat gevoel voor rechtvaardigheid heeft u toch ook bij aapjes onderzocht?

„Ja, in 2003 lieten wij voor het eerst zien dat kapucijnapen gevoelig zijn voor de beloningen van ánderen ten opzichte van hun eigen beloning. Als we een kapucijnaap voor een taakje beloonden met een stukje komkommer en de andere aap kreeg voor dezelfde taak een druif, dan weigerde die eerste aap de komkommer. Daarmee lieten we zien dat apen een gevoel voor rechtvaardigheid hebben.

Het filmpje waarin een kapucijnaap liever druiven heeft dan komkommer:

„Nou, dat kón dus gewoon niet, vonden psychologen en filosofen. In die kringen had men besloten dat rechtvaardigheid het resultaat van een ingewikkeld cognitief proces was. Wij lieten juist zien dat rechtvaardigheid een emotionele reactie is. Filosofen hebben die emotie mooi opgeschreven en vertaald in een principe, maar dat principe komt niet van die meneren, het komt voort uit menselijk emotie!

„Later bleken ook honden en kraaien zo’n gevoel voor rechtvaardigheid te hebben. Een eigenaar van een chihuahua en een Deense dog vertelde me eens dat de chihuahua erop stond dat hij dezelfde portie als de Deen zou krijgen. We zijn nu op het punt dat ik geen onderscheid meer kan maken tussen het rechtvaardigheidsgevoel van een kind en een chimpansee. Daarmee haal je de mens iets naar beneden, en je haalt het dier iets omhoog. En al gauw zit je op een continuïteit, een thema van dit boek.”

Zijn de filosofen inmiddels overtuigd dat rechtvaardigheid een gevoel is?

„Ja, maar vooral dankzij een filmpje dat we jaren later maakten. Tien jaar na de publicatie van ons artikel in Nature was de kritiek nog steeds niet verstomd. Toen dachten we, kom, we filmen dit experiment een keertje. We namen daarvoor verse apen, de apen uit het oorspronkelijke experiment waren een beetje blasé geworden.”

„In het filmpje zie je de eerste reactie van de aap Lance op het feit dat de buurman een druif krijgt en zij alleen komkommer. Ze is heel erg overstuur. Ze gooit het voer weg, ze gaat aan de tralies schudden. Een hele menselijke reactie. Omdat het zo emotioneel is, was iedereen overtuigd.”

Schertsend: „Misschien moet ik minder onderzoek in Nature publiceren en meer filmpjes maken.”

U schrijft dat het een voorrecht was om als beginnend onderzoeker in Burgers’ Zoo tienduizend uur naar chimpansees te kijken . Verlangt u wel eens terug naar het onbekommerde observeren?

„Ja. Tegen de postdocs die ik nu heb zeg ik altijd: geniet er maar van. Je hoeft nog geen geld te versieren of les te geven, maar kan je drie of vier jaar op je onderzoek kan concentreren. Dat is bijzonder! Het is een tijd van je leven dat je veel ideeën ontwikkelt. De meeste wetenschappelijke carrières zijn gebaseerd op één idee waar iemand de rest van z’n leven op teert.”

Heeft u dat ook gedaan?

„Nee! Ik ben altijd verder gaan uitpluizen. Na het verzoeningsgedrag dat ik in Arnhem onderzocht, raakte ik geïnteresseerd in empathie. Onlangs hadden we nog een publicatie over empathie onder woelmuizen, dat is een van de vruchten van die interesse. En mijn onderzoek naar het gevoel van rechtvaardigheid, daar ben ik pas 10 jaar geleden mee begonnen.”

U onderzoekt nu empathie bij woelmuizen en zelfbewustzijn bij olifanten. Bent u uitgekeken op de chimpansee?

„Ik ben opgegroeid als bioloog. Veel primatologen komen uit de antropologie. Antropologen zijn nauwelijks geïnteresseerd in niet-primaten. Maar voor de bioloog zijn álle dieren interessant. Van kikkers tot vogels, tot het stekelbaarsje van Tinbergen.

Elk dier heeft zijn eigen verhaal te vertellen.”