Zo zou Vermeer een zeemeermin schilderen

Die vrouwen in Évolution: zo zou Vermeer zeemeerminnen schilderen. Het zijn de buitenaardse zusters van het Meisje met de parel. Ze kijken naar iets wat wij niet kunnen zien. Ze hebben kinderen, maar het zijn geen moeders. Ze vormen een angstaanjagende zusterschap op een vulkanisch eiland dat geschilderd is naar de lege surrealistische schaduwlandschappen van Giorgio de Chirico.

Alles is tegelijk bekend én ongewoon in dit sciencefictionsprookje van de Franse filmmaakster Lucile Hadzihalilovic. Het is in zekere zin een perfect tweeluik met haar vorige, op Frank Wedekinds novelle Mine-Haha geïnspireerde film Innocence, waarin prepuberale meisjes in een afgelegen bosinternaat op de verschillende rollen worden voorbereid die de maatschappij later van ze verwacht. Hebben ze in Évolution besloten dat ze zich niet schikken in dat lot? Alles draait hier om de transformaties die jongens op diezelfde leeftijd ondergaan. En om de onbewuste angsten die veel jongens en mannen hebben voor bloed, penetratie en zwangerschap. Zelfs zonder specialistische voorkennis of freudiaanse antenne is alles in de film zo raadselachtig dat het weer vertrouwd wordt (en andersom).

De nogal spaarzame plot gaat over een outsider in die zwijgzame gemeenschap, Nicolas, die iets gezien heeft wat hij niet kan vergeten. Net zoals het in de evolutie ook gaat ook over outsiders, over eenlingen, over mutaties die een soort ten onder kunnen doen gaan of verder brengen.

Bij Hadzihalilovic is het allemaal van een sinistere schoonheid, als je favoriete nachtmerrie, je meest veilige gevoel van onbehagen. Het lijkt wel alsof ze is ingelogd op een gigantisch jungiaans beeldenreservoir. Moeiteloos rijgt ze associatiekettingen van jongenslichamen en rode zeesterren en golft ze door de zee. Wie wil kan dat allemaal analyseren, maar je kunt je ook gewoon mee laten drijven in dat blauwgroen dat van een grotere intelligentie lijkt dan alles wat een mens kan verzinnen.