Zo lobbyt Israël tegen de anti-Israël-lobby

Palestijns Activisme Palestijnse activisten willen een boycot op Israëlische producten uit bezet Palestijns gebied. De Israëlische regering lobbyt daar weer tegen. Internationaal, en met succes.

Foto Flickr/Tony Webster by CC

Na twee bloedige intifada’s, die duizenden mensen het leven kostten, goten Palestijnse activisten hun verzet tegen de Israëlische bezetting twaalf jaar geleden in een andere, geweldloze mal. Ze begonnen de BDS-beweging, waarbij de afkorting staat voor ‘boycot, desinvesteren en sancties’. Hiermee hopen ze een einde te maken aan de Israëlische bezetting en aan de discriminatie van Palestijnen. Bovendien willen ze dat Israël het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen erkent.

Een beproefde BDS-methode is om bedrijven en overheden die zich inlaten met illegale Joodse nederzettingen onder druk te zetten. Ook Nederlandse bedrijven zijn daar gevoelig voor. Zo besloot pensioenfonds PGGM twee jaar geleden niet meer te beleggen in vijf Israëlische banken die de bouw van illegale nederzettingen financieren, en verbrak waterbedrijf Vitens in 2013 de samenwerking met een Israëlische firma die nederzettingen van water voorziet.

Antisemitische beschadiging

In de ogen van Israëlische politici is BDS echter een antisemitische poging om Israël schade toe te brengen. Daarom heeft de regering dit jaar bijna 30 miljoen euro toegekend aan Israëlische ambassades wereldwijd om de beweging te bestrijden. En dit lobbywerk blijft niet zonder succes. Afgelopen najaar bepaalde de Britse regering bijvoorbeeld dat overheidsinstanties – zoals gemeenten en zorginstellingen – niet langer mogen oproepen tot een boycot van Israël. Ook in Frankrijk, Canada en de Verenigde Staten werpt de anti-BDS-lobby zijn vruchten af.

Volgens Fred Grünfeld, gepensioneerd hoofddocent internationale betrekkingen aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar oorzaken van mensenrechtenschendingen aan de Universiteit Utrecht, is het uitzonderlijk dat landen zo actief zijn in het tegengaan van een boycotbeweging. Eén voorbeeld kan hij zich herinneren: in de jaren zeventig werden in de VS twee wetten aangenomen die de boycot van Israël door de Arabische Liga moesten tegengaan.

De felheid van de anti-BDS-beweging, zegt Grünfeld, kan te maken hebben met de vrees die in sommige landen leeft dat boycots van Israël kunnen bijdragen aan antisemitisme. Zo wijst hij op Frankrijk, waar de laatste tijd enkele antisemitische incidenten hebben plaatsgehad. Het land treedt relatief streng op tegen personen en organisaties die een Israël-boycot bepleiten.

Aanval op de democratie

Israël kan de steun van westerse bondgenoten goed gebruiken, maar dit gaat niet zonder kritiek. In het Verenigd Koninkrijk sprak Labour van een „aanval op de democratie”. Want valt het niet, zo redeneert de partij, onder de vrijheid van meningsuiting om op te roepen tot een boycot van een land dat een ander volk onderdrukt? Amnesty International vindt dat het overheidsinstanties vrij moet staan om ethisch verantwoord te investeren – en dat ze dus de keuze moeten hebben om hun reserves niet aan te wenden in Israël.

Israël trekt wereldwijd 30 miljoen euro uit om de boycotlobby te bestrijden

Roger Waters, frontman van Pink Floyd en een voornaam BDS-activist, noemde het vorige maand op Radio Canada „gevaarlijk” dat de Verenigde Staten en Canada „een niet-gewelddadige vorm van protest tegen een buitenlandse mogendheid” strafbaar stellen. „Ik vind het een zeer verontrustende gedachte dat van een gewone mensenrechtenorganisatie waar ik onderdeel van ben een illegale organisatie gemaakt kan worden, en dat ik opgesloten kan worden voor mijn aandeel erin.”

Voor succes van de BDS-beweging is het volgens Grünfeld van belang om Israël daar te raken waar het land het internationaal recht schendt: de illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.

„Je moet dus op zoek naar maatregelen die specifiek de kolonisten treffen. Als je heel Israël raakt, versterk je alleen maar de nationalistische tegenbeweging. En je kweekt er geen sympathie mee.”

Made in Israel

De Europese maatregel dat er op producten uit nederzettingen niet langer Made in Israel mag staan, treft wél alleen kolonisten. Grünfeld: „En probeer de mensen te beïnvloeden die invloed uitoefenen op de regering.”

Paradoxaal genoeg vaart de BDS-beweging wel bij Israëlisch verzet. Zelf incasseren de initiatiefnemers van de beweging niets liever dan een stevige aanval van premier Netanyahu: aandacht gegarandeerd. Evenmin was de beweging ongelukkig met een conferentie die vorige maand in Israël werd gehouden om BDS te bestrijden, georganiseerd door de krant Yedioth Ahronoth en bijgewoond door tal van politici, van links tot rechts. Hoogtepunt was een optreden van de Joods-Amerikaanse comédienne Roseanne Barr, die de BDS-beweging „fascistisch” noemde.

Niet voor niets waarschuwde president Jay Sanderson van de Jewish Federation of Greater Los Angeles onlangs dat Israël terughoudender moet zijn met het bestrijden van BDS. Hoe meer geld naar het bestrijden van BDS gaat, zei Sanderson in de Israëlische krant Haaretz, „en hoe meer mensen dit het grootste onderwerp aller tijden maken, hoe meer we de andere kant van brandstof voorzien”.