Werknemer ‘van buiten’ krijgt het moeilijk, Asscher is blij

Verdringing In Brussel is bedacht dat tijdelijke werknemers uit het buitenland veel duurder moeten worden. En nu is Oost-Europa boos.

Poolse werknemers oogsten amaryllissen bij kweker Beaumonde in Huissen, november 2014. Foto ANP

Er zijn nog wel Europese landen die „spijkers strooien” op de weg naar de „eerlijke arbeidsmarkt” die minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) voor ogen heeft: met Nederlandse bouwvakkers die niet worden weggeconcurreerd door lager betaalde Poolse collega’s. Maar het verzet tegen zijn ideeën daarover is bij lange na niet meer zo heftig als drie jaar geleden. Asscher zei toen dat de Nederlandse ‘dijken’ op doorbreken stonden – ‘code oranje’ – door de komst van vooral Oost-Europese werknemers en een eurocommissaris noemde hem daarna „xenofoob”.

De Europese Commissie, een andere dan in 2013, is nu zelf met een voorstel gekomen waardoor tijdelijk uitgezonden werknemers hetzelfde loon moeten krijgen voor hetzelfde werk als hun collega’s uit het land waar ze zijn. In het Amsterdamse Scheepvaartmuseum praatten de 28 EU-ministers van sociale zaken er dinsdag voor het eerst over, onder leiding van Asscher omdat Nederland nu EU-voorzitter is.

Oost-Europese landen willen eerst strengere regels hun nut laten bewijzen

De meeste Oost-Europese landen, met Polen voorop, zijn ongerust en boos. „Ze denken dat het tegen hen is gericht”, zegt de Belgische Eurocommissaris van Sociale Zaken Marianne Thyssen. Een paar landen zijn al begonnen met een zogenoemde ‘gele kaart-procedure’: als ze in genoeg nationale parlementen steun krijgen voor hun idee dat dit onterechte Brusselse bemoeienis is, kunnen ze de Europese Commissie dwingen om met een ander voorstel te komen.

Dat zijn de ‘spijkers’ die Asscher zelf noemt. Hij weet dat het plan kan mislukken. Want wat is ‘eerlijk’? Volgens de Oost-Europese lidstaten is dat níét: de spelregels veranderen tijdens de wedstrijd. Voor hun bedrijven wordt het nu moeilijker om opdrachten te krijgen in landen waar werknemers duur zijn. En, vinden ze, hoe groot is het probleem nu helemaal? Van alle Europese werknemers wordt maar 0,7 procent tijdelijk naar andere landen gestuurd. „We kunnen het beter over jeugdwerkloosheid of armoede hebben”, zegt de Letse minister van Welzijn Uldis Augulis voor de vergadering.

„Het aantal detacheringen neemt heel sterk toe”, zegt Asscher in de pauze. „En al leiden die macro-economisch gezien in Nederland niet tot verdringing, in sectoren zie je die verdringing wél. Vooral in sectoren met onzekere arbeidscontracten, laagopgeleiden, mensen met een migrantenachtergrond. Het is heel duidelijk voelbare zorg. In de bouw, de transport, de productie. Als je dit niet oplost, laat je een groep mensen in de steek die weinig mogelijkheden heeft om er zelf bovenop te komen.”

Weerzin tegen Europa

In de vergaderzaal, het Open Pleyn van het museum, leggen de felste voorstanders van het voorstel – naast Nederland vooral ook Zweden – uit dat het óók is bedoeld om de uitgezonden werknemers te beschermen: ongelijkheid in loon leidt volgens hen ook vaak tot andere vormen van ongelijkheid.

Maar tegen misbruik en uitbuiting op de arbeidsmarkt heeft de EU nog maar kort geleden strengere regels bedacht en de Oost-Europese landen vinden dat die eerst de tijd moeten krijgen om hun nut te bewijzen. Asscher vindt: die tijd is er niet, omdat steeds meer mensen niets moeten hebben van het vrije verkeer in Europa. „Dat is zo urgent, daar moet je nu iets tegen doen. Je creëert weerzin tegen Europa.”

En dus moeten landen nu hun ‘eigen’ werknemers beschermen? Asscher: „Het voorstel is bedoeld om ons eigen sociale stelsel overeind te houden. Het gaat om het beschermen van het principe dat de EU níét groot zal worden door een lagelonenblok tegen China te vormen.”

Uitgezonden werknemers krijgen door het voorstel recht op gelijk loon, maar ze kunnen voor bedrijven nog steeds goedkoper zijn dan ‘eigen’ werknemers, omdat de premies voor sociale zekerheid en pensioenopbouw in het land van herkomst betaald moeten worden. Als die premies lager zijn, zijn de loonkosten ook lager. „Het businessmodel is niet helemaal verdwenen”, zegt Asscher. „Dus ik ben blij, maar niet tevreden.”

Als het voorstel van de Europese Commissie erdoor komt, wordt de duur van de tijdelijke uitzendingen voor het eerst wel beperkt: na twee jaar moeten alle premies worden betaald in het ‘werkland’ en niet meer thuis. Dan is de tijdelijke werknemer van buiten definitief niet meer goedkoper.

Het overleg van dinsdagmiddag in Amsterdam was informeel, de echte discussies erover in Brussel moeten nog beginnen. En dan moeten de EU-landen erover stemmen. In de Tweede Kamer is, zoals het er nu naar uitziet, alleen de VVD tegen het voorstel. Die partij wil eerst aangetoond zien dat die verdringing door buitenlandse werknemers er ook echt is. En de VVD is bang dat de werkgelegenheid afneemt door het voorstel, omdat klussen ook níét gedaan kunnen worden – als ze te duur uitpakken. „Als je met zo’n blik kijkt”, zegt Asscher, „kun je ook zeggen dat je het minimumloon helemaal moet afschaffen en alle salarissen verlagen. Dan krijg je óók meer werk. Ik vind dat een perverse redenering.”