VU: wetenschap is amper geschonden

Bijna niks aan de hand, zegt het VUmc na onderzoek naar hoogleraar Meijer. Maar hij schond de gangbare norm.

Patholoog Chris Meijer Foto Mark van den Brink

Hoogleraar pathologie Chris Meijer van het VU medisch centrum (VUmc) deed een vergelijkend onderzoek naar twee medische hulpmiddelen waarmee vrouwen thuis zelf een ‘uitstrijkje’ kunnen maken. Het ene was een borsteltje waarmee vrouwen vaginaal celmateriaal konden afnemen, het andere was meer een soort spuit. Hij schreef er een wetenschappelijk artikel over dat een gerenommeerd tijdschrift op 27 mei 2014 accepteerde.

De hoogleraar meldde het tijdschrift niet dat hij aandelen had in het bedrijf dat die spuit maakte, Delphi Bioscience. Naar gangbare, wetenschappelijke normen had hij dit moeten doen. Toch oordeelt de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van het VUmc dinsdag in een rapport anders. De spuit wordt in het wetenschappelijk artikel immers „niet positiever besproken” dan het borsteltje. Hét bewijs volgens de commissie dat Meijer met het onderzoek niet zijn zakelijke belang diende. En dus was hij niet verplicht dat belang te vermelden bij de publicatie.

Die redenering illustreert hoe het VUmc worstelt met de kwestie-Meijer. De hoogleraar was in Nederland de aanjager en pleitbezorger van een nieuw bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker.

Uit onderzoek van NRC in juni vorig jaar bleek dat hij daar meerdere zakelijke belangen bij had. Die belangen meldde hij vaak niet bij wetenschappelijke publicaties, bij zijn werkgever VUmc en bij de Gezondheidsraad, het belangrijkste adviesorgaan van de minister waarvan Meijer prominent lid was. Hij zei het ook niet tegen de minister van Volksgezondheid, bij wie hij meer dan eens op bezoek kwam om als wetenschapper over de voordelen van het nieuwe bevolkingsonderzoek te vertellen.

Door de publicatie legde minister Edith Schippers een groot wetenschappelijk onderzoek onder leiding van Meijer naar zelfafname van cellen stil. Ook stelde ze de invoering van het nieuwe bevolkingsonderzoek meermaals uit. Gerenommeerde internationale wetenschappelijke tijdschriften als The Lancet Oncology en British Medical Journal vulden de vermelding van de zakelijke belangen onder de artikelen van Meijer alsnog aan. De Gezondheidsraad nam maatregelen om belangenverstrengeling tegen te gaan. De hoogleraar had zijn lidmaatschap ervan toen al noodgedwongen opgezegd.

En wat deed het VUmc? Het deed twee onderzoeken naar de zakelijke belangen van de hoogleraar. Het eerste toetste of hij zich aan de regels van het ziekenhuis over nevenfuncties had gehouden. Een volledig overzicht daarvan bestond nog niet. Hij leverde een lijst aan. Maar of de lijst compleet was, onderzocht het ziekenhuis niet. Het vertrouwde op Meijers opgave.

Er kwam uit dat hij na 2010 – toen de regels in het ziekenhuis voor nevenwerkzaamheden werden aangescherpt – zijn belangen had moeten melden. Dit deed hij niet.

In de periode voor 2010 meldde Meijer ze, naar eigen zeggen, mondeling. Een verklaring die het ziekenhuis over nam. De raad van bestuur achtte het terugkijkend „aannemelijk” dat het ziekenhuis „via formele en informele contacten bekend was of had kunnen zijn” met Meijers nevenwerkzaamheden.

Het VUmc dwong Meijer in september 2015 wel zijn belangen in diagnostisch bedrijf Diassay op te geven. Begin deze maand heeft hij dat gedaan, laat het ziekenhuis weten.

Het tweede onderzoek, naar de vermelding van zijn zakelijke belangen bij zijn wetenschappelijke publicaties, kwam dinsdag uit. De wetenschappelijke integriteitscommissie van het VUmc bekeek zo’n honderd geselecteerde artikelen van Meijer. Slechts bij één publicatie zou de hoogleraar onzorgvuldig hebben gehandeld door zijn zakelijke belangen niet te melden. Dat heeft hij nu alsnog gedaan. De commissie spreekt van een „enigszins verwijtbare onzorgvuldigheid” die heeft geleid tot een „uiterst geringe schending van het vertrouwen in de wetenschap”.

Is dat zo? De commissie redeneert dat een wetenschapper zijn belang alleen hoeft te melden als hij er direct financieel van profiteert. Voormalig voorzitter van de Gezondheidsraad Jan Sixma, die het rapport op verzoek van NRC bestudeerde, noemt dit „wonderlijk”. Sixma: „De redenering van de commissie is: als een wetenschapper er niet direct financieel op vooruitgaat, hoeft hij een belang niet te melden. Dat is niet het standpunt van eerdere studies, of commissies, of van de wetenschappelijke tijdschriften. Die willen dat je alles meldt. Het is ook niet mijn standpunt.”

Wetenschappers moeten transparant zijn over hun belangen, is de norm. „Mogelijke schijn van belangenverstrengeling wordt altijd vermeden dan wel vermeld in publicaties”, staat in De Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening.