Kabinet: beledigen bevriend staatshoofd niet strafbaar

Wetsartikelen zijn in praktijk dode letter en daarom wil het kabinet de wens van een Kamermeerderheid honoreren.

Erdogan in 2013 tijdens een bezoek aan premier Rutte in het Catshuis. Foto ANP / Martijn Beekman

Het kabinet wil de wetsartikelen die belediging van bevriende staatshoofden en regeringsleden strafbaar stellen, afschaffen. Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) gaat nu onderzoeken of en op welke manier dat mogelijk is, schrijft hij woensdag in een brief aan de Tweede Kamer.

De wetsartikelen staan ter discussie sinds de Duitse bondskanselier Angela Merkel het OM vorige week toestemming heeft gegeven de cabaretier Jan Böhmermann te vervolgen voor belediging van het bevriende Turkse staatshoofd Recep Tayyip Erdogan. Vanwege deze zaak bepleitte een Kamermeerderheid de afgelopen dagen het afschaffen van de wetsartikelen. Merkel kondigde ook aan in Duitsland het artikel te willen schrappen.

Voor belediging die niet valt onder smaad of laster geldt in Nederland normaal gesproken een maximale gevangenisstraf van 3 maanden, maar die is hoger wanneer het gaat om een belediging van het openbaar gezag of een ambtenaar in functie (4 maanden), een bevriend staatshoofd (2 jaar) of de koning(in) (5 jaar).

Wetsartikel in praktijk dode letter

Van der Steur zegde dinsdag in de Tweede Kamer al toe om te bekijken of afschaffing van de artikelen mogelijk is. In een brief aan de Kamer schrijft de minister woensdag dat de artikelen in de praktijk een dode letter zijn: sinds 1995 zijn er drie zaken bij het OM aangebracht, waarvan er twee zijn geseponeerd. “Geconcludeerd kan worden dat de afgelopen decennia nauwelijks sprake is geweest van zaken waarbij belediging van een bevriend staatshoofd een rol heeft gespeeld”, aldus Van der Steur.

D66-Kamerlid Kees Verhoeven was al bezig met een wetsvoorstel dat de afschaffing van de wetsartikelen moet regelen. In dit wetsvoorstel wil hij ook de afschaffing van de strafbaarheid van majesteitsschennis regelen. Als hij een initiatief indient, zal Van der Steur “bezien of dit voorrang kan krijgen”.