Ultiem verslag in serie van ‘onze’ man in Molenbeek

Oud-burgemeester Philippe Moureaux in 'Molenbeek' (2DOC/VPRO)

Halverwege de vierdelige documentaireserie Molenbeek (2DOC/VPRO) is wel duidelijk dat dit voorlopig de ultieme verslaggeving vormt uit een Brusselse gemeente waar zo ongeveer half Europa al teams naartoe heeft gestuurd. Eric Goens, voormalig hoofd informatie van de commerciële zender VTM en nu in opdracht van publieke omroep Eén, nam na de Parijse aanslagen van november zijn intrek in Sint-Jans-Molenbeek en volgde enkele maanden verschillende sleutelfiguren, van wie hij het vertrouwen wist te winnen.

De slager Mohamed Bouzerda legt als eerste uit dat de terroristen niet representatief zijn voor de bevolking: „Toen Dutroux kinderen vermoordde, keek ik daar toch ook niet alle Belgen op aan?”

Het is een interessante denkfout, evenals het gebruik van het woord ‘Belgen’ in dit verband. Goens is een degelijke journalist die voortdurend het beeld commentaar laat geven op de uitspraken van betrokkenen. Zijn invalshoek is die van de Vlaamse televisiekijker, die geneigd is in Franstalige en Brusselse politici de bron van alle kwaad te zien. Soms lijkt daar iets voor te zeggen.

Philippe Moureaux, die er twintig jaar burgemeester was, ontsteekt bijvoorbeeld in woede, als Goens hem het voornemen van minister van Binnenlandse Zaken Jambon voorhoudt, om grote schoonmaak te houden in Molenbeek. „Schoonmaak!”, schampert Moureaux meerdere malen, „in mijn gemeente!”. Hij noemt dat „fascisme.” Het is immers allemaal de schuld van het internet.

Ook al die beschuldigingen van cliëntelisme slaan helemaal nergens op, vindt de socialistische ex-minister. En dan filmt Goens hem handen schuddend in de straten van Molenbeek, waar de burgers hem lijken te adoreren. Vooral die ene meneer, die nog eens bedankt voor het regelen van een woning.

De vignetjes zijn een aaneenschakeling van treffende observaties. De imam van de grote moskee, Cheikh Tojgani, beantwoordt heel vriendelijk elke vraag, al spreekt hij geen woord Frans. Dat is echt een tekortkoming, die hij zichzelf verwijt, hij gaat op taalles. Maar de stemming slaat ineens om, als Goens hem vraagt naar de Saoedische financiering van de grote moskee. Dan wordt de imam bokkig, en zegt weinig meer.

Leerzaam zijn ook de verklaringen van hoofdinspecteur van politie Dennis Sutherland, die het bestaan van no-go-areas in Molenbeek „dikke, dikke zever” noemt. Ontroerend is de redeloze woede van Irene en Jean, het Nederlandstalige conciërgepaar van voetbalclub RWDM, veertig jaar geleden landskampioen en Europees finalist, nu vierdeklasser. Irene vat Molenbeek samen als onnet, niet proper en smerig. Dat was vroeger wel anders!

Er zijn veel aanwijzingen voor de hypothese dat de terroristen eerder geïslamiseerde boefjes zijn dan geradicaliseerde moslims. De imam kent ze niet, zegt hij. Maar er zijn meer mensen daar die geen idee hebben wie de andere bewoners zijn. En dat is misschien wel het grootste probleem, die radicale segregatie.