Meer internationale concurrentie op Europees spoor

Openbare aanbesteding van een spoorcontract wordt de norm, hebben de Europese landen dinsdagavond besloten.

Het Europese spoor wordt geliberaliseerd. Er komt een geïntegreerde markt voor personenvervoer in heel Europa, met name hogesnelheidslijnen. Vervoerders gaan internationaal meer concurreren. Openbare aanbesteding van een spoorcontract wordt de norm, onderhands gunnen wordt uitzondering.

Dat hebben het Europees Parlement, de Europese Commissie en de 28 lidstaten van de Europese Unie besloten. Dinsdagavond kwamen de partijen tot een principeakkoord over het zogenoemde Vierde Spoorpakket, een voorstel van de Europese Commissie uit januari 2013. Het akkoord moet nog worden bevestigd door het Europees Parlement en de lidstaten, maar dat geldt als een formaliteit.

Het openstellen van de Europese spoormarkt komt twintig jaar na de liberalisering van de Europese luchtvaart, een stap die heeft geleid tot de komst en groei van budgetmaatschappijen. Vanaf 2019 worden de nieuwe regels van kracht, maar landen krijgen tot 2033 om definitief op het nieuw stelsel over te gaan.
Politici beschouwen het akkoord als een grote stap voorwaarts voor reizigers. CDA-europarlementariër Wim van de Camp: „Door gezonde concurrentie te bevorderen zal de treinreiziger uiteindelijk beter af zijn door lagere prijzen en betere treindiensten. Dit schept ook kansen voor bedrijven die willen innoveren en concurreren op basis van kwaliteit en prijs.”

Het voorstel van de Commissie stuitte op veel weerstand. Tot op het laatst is dinsdagavond onderhandeld over omstreden onderdelen. Vanwege het Nederlandse EU-voorzitterschap speelde staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur en Milieu, PvdA) hierbij een belangrijke rol. Zo was er onenigheid over het sociale aspect: moeten vervoerders bij overname van een contract wel of niet worden verplicht om personeel tegen gelijke arbeidsvoorwaarden over te nemen? De door de Commissie gewenste verplichting is op het laatste moment geschrapt.

Eerder had Nederland, met andere kleine landen, een andere concessie afgedwongen. Landen houden het recht op onderhandse gunning, mits de vervoerder verplicht wordt om jaarlijks de prestaties te verbeteren. NS verkreeg door onderhandse gunning het recht op vervoer op het hoofdrailnet, inclusief hogesnelheidslijn, tot 2025. De prestatieafspraken tussen NS en de staat golden als voorbeeld voor de Europese uitzonderingsclausule. Voor NS-dochterbedrijf Abellio betekent het akkoord meer ruimte voor buitenlandse activiteiten.

Het Vierde Spoorpakket omvat meer dan alleen liberalisering van het personenvervoer op het spoor. Groot twistpunt was het bestuur van nationale spoorbedrijven. Om eerlijke concurrentie tussen vervoerders te garanderen wilde de Commissie een scheiding van vervoerder en spoorbeheerder, zoals in Nederland bij NS en ProRail.

In Frankrijk en Duitsland vallen die taken bij SNCF en Deutsche Bahn echter onder één holding en dat willen ze zo houden. De krachtige Frans-Duitse lobby is geslaagd: de holdingstructuur blijft toegestaan. Wel moeten vervoerder en beheerder gescheiden opereren, met name op financieel gebied. In het akkoord zijn ook afspraken gemaakt over Europese standaardisering van veiligheidssystemen en andere technische zaken.