‘Spoorbedrijf móét wel internationaal zijn om succesvol te zijn’

Interview eurocommissaris Europa zet een cruciale stap naar een vrije spoormarkt. Nederland is niet enthousiast.

Opluchting in Brussel dinsdagavond. Na lange en moeizame onderhandelingen bereikten de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van Ministers overeenstemming over liberalisering van het Europese spoor. De uitvoering van de overeenkomst laat nog jaren op zich wachten, maar de symboliek ervan is groot.

Europa kiest voor een vrije spoormarkt. Toch nog, want het het zogenoemde Vierde Spoorpakket van de Commissie stuitte op flinke weerstand. De ‘technische pijler’, met daarin bijvoorbeeld afspraken over veiligheidssystemen, was niet zo lastig. Veel gevoeliger lag de ‘politieke pijler’, met het hoofddoel: meer vrijheid en concurrentie op het spoor. Spoorbedrijven als NS, Deutsche Bahn en SNCF krijgen meer ruimte om in andere landen te opereren.

Een flinke concessie van de Commissie was noodzakelijk om het voorstel erdoor te krijgen bij de lidstaten. In oktober 2015 besloten de Europese transportministers dat landen hun spoorcontracten niet per se hoeven aan te besteden. Onderhands gunnen aan een vervoerder blijft mogelijk, mits die vervoerder zich verplicht om jaarlijks de prestaties te verbeteren.

Toenmalig staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA) was ‘opgetogen’ over de wijziging. Want zij wilde het Nederlandse hoofdrailnet voor NS behouden en niet vrijgeven.

Kamerbrief staatssecretaris Dijksma over Vierde Spoorpakket

Terwijl Nederland het voorstel probeerde af te zwakken, probeerde Violeta Bulc, eurocommissaris Transport, de kern te behouden. Vorige week was zij in Amsterdam.

Waarom vindt u een vrije spoormarkt zo belangrijk?

„Spoor is vanouds een sterke sector in heel Europa. Het is praktisch en efficiënt, zowel voor personen- als goederenvervoer. En het is duurzaam, met weinig CO2-uitstoot. Er zijn dus veel kansen. Maar als spoorbedrijven echt succesvol willen zijn, kunnen ze niet nationaal zijn. Ze moeten pan-Europees denken. Daarom investeren we als Commissie ook veel in internationale spoorverbindingen. Bedrijven moeten niet nationalistisch denken over infrastructuur. Ik kijk naar het grote geheel, ik wil dat Europa wakker wordt voor de mogelijkheden.”

Welke mogelijkheden ziet u precies?

„Als ik rondreis zie ik dat Europese bedrijven overal actief zijn. Ik probeer dat te stimuleren: denk mondiaal. De grootste projecten zijn nu in het Midden-Oosten, gevolgd door Zuidoost-Azië. Iran opent zijn deuren, dat heeft ook behoefte aan spoor.”

En andersom: over tien jaar rijden vervoerders van buiten Europa in Europa?

„Theoretisch zou dat kunnen, maar ik zie het eerder van Europa naar buiten gaan dan andersom. Japan en China zijn heel actief, maar Spanje heeft qua omvang het tweede hogesnelheidsnetwerk ter wereld. In Tsjechië ontstaat een easyJetachtige aanbieder voor het spoor. Dat is bemoedigend.”

Tegenover de kansen die u ziet staat veel argwaan, vooral in kleine landen.

„Ik moet eerlijk zijn: als het spoor niet presteert omdat het de markt niet opent, geen nieuwe diensten aanbiedt en niet denkt in consumentenbelangen, dan verleggen we onze aandacht en investeringen naar andere vormen van transport. Kijk naar truckplatooning, het ‘treintje rijden’ van onbemande vrachtwagens. Het wegvervoer moderniseert extreem snel. De binnenvaart, met al die familiebedrijfjes, gaat meer samenwerken. Spoor is mooi, maar er zijn alternatieven. Ik wil dat spoorbedrijven zich dat realiseren.”

Begrijpt u dat kleine landen hun spoornet niet willen opknippen?

„Net als bij veel andere onderwerpen realiseren we ons dat één maat niet voor iedereen geldt. De Commissie heeft veel begrip voor overgangsperiodes en andere maatregelen voor uitzonderingen. Daarom staan we ook toe dat kleine landen niet verplicht aanbesteden.”

In Nederland is discussie over de hsl-concessie voor NS. Wat vindt u daarvan?

„Ik heb er volledig vertrouwen in dat jullie ministerie dat kan oplossen. In heel Europa is discussie over hogesnelheidslijnen. Het is een opkomende, opwindende en zeer klantgerichte dienst. Ik ben voor liberalisering. Het kan een cruciaal onderdeel worden van de vrije spoormarkt, en een goede concurrent van vervuilende luchtvaart in Europa. Ik hoop dat we die kant opgaan, maar de beslissing is aan de lidstaten.” Met stemverheffing: „Het is niet zo dat de Commissie iets opdringt. Ik wil alleen dat mensen de kansen zien.”