Nooit meer elkaar de schuld geven

Onder de naam Het Nationale Theater willen de toneelgezelschappen en zalen in Den Haag de huidige tegenstellingen doorbreken.

Scène uit De Revisor van Theu Boermans, tot 2018 artistiek directeur van Het Nationale Theater. Foto Nationale Toneel

Lang hielden het Nationale Toneel, NTjong, Koninklijke Schouwburg en Theater aan het Spui de inhoud van hun fusieplannen stil. Ze wilden reuring voorkomen, zolang er binnenskamers nog aan werd gesleuteld. Nu in de komende weken de subsidieverschaffers hun oordeel zullen geven over het ingediende plan, vertellen de directeuren voor het eerst uitgebreid over hun ambities met Het Nationale Theater. Want zo gaat hun nieuwe organisatie heten.

„Wij denken door onze fusie een bijdrage te leveren aan het opschudden van het toneelbestel”, zeggen Cees Debets, nu directeur van Theater aan het Spui en straks directeur programmering, en Theu Boermans, artistiek directeur tot 2018, in een gesprek op de kamer van Boermans bij het Nationale Toneel. Zakelijk directeur Walter Ligthart vult een paar dagen later aan via de telefoon. „Het moet niet meer kunnen dat een zaal en een gezelschap elkaar de schuld geven van wat niet goed ging. Dat is de doorbraak die we willen bereiken. In Nederland is dat nieuw, in het buitenland om ons heen is het heel gewoon dat theater en gezelschap in één hand zijn.”

Een fusie tussen gezelschap en schouwburg wordt nu tegelijkertijd in Den Haag en Rotterdam uitgeprobeerd. In het Nederlandse stelsel worden de gezelschappen gesubsidieerd door het Rijk en dat legde lange tijd vooral artistieke doeleinden op. Pas recenter werden daar doelstellingen voor publieksbereik en eigen inkomsten aan toegevoegd. De gemeenten subsidiëren de schouwburgen en eisen vooral volle zalen en een divers publiek. De belangen liepen daarmee nogal uiteen „Dat stelsel leidt tot verkokering”, zegt Debets.

Overaanbod? Nee, onderafname

Zalen klagen over overaanbod, terwijl gezelschappen vinden dat de schouwburgen bang zijn hun aanbod af te nemen. Debets: „Er is geen overaanbod, er is onderafname.” Boermans: „Wij konden niet het hoogste rendement uit onze producties halen. Pas door voorstellingen vaker te spelen, kunnen we dat krijgen. Meer reprises kan alleen als je gezamenlijk verantwoordelijkheid neemt.”

Het Nationale Theater zoekt naar andere manieren om meer publiek te verleiden naar de theaterzalen te komen. Daar zijn ze in Den Haag mee begonnen door uitgebreide journalistieke programma’s rond de voorstellingen te organiseren. De experts die daar spreken zijn vaak in eerdere onderzoeksfasen voor een productie al betrokken. Randprogrammering noemen ze het al niet meer. Ligthart: „Dat is dan een inleiding of een nagesprek, maar dat is niet meer voldoende. Het verschil tussen voorstelling en programma eromheen moet vervagen.”

De journalistieke programma’s gaan ook mee op reis. Debets, Boermans en Ligthart wijzen op Heerlen, waar De Revisor – naar het stuk van Gogol over de corrupte bestuurscultuur in een provincieplaats – drie dagen achter elkaar speelt. „De theaterdirecteur investeert daarin, we delen bij zo’n samenwerking in winst en verlies”, zegt Ligthart. Een dergelijke samenwerking probeert Het Nationale Theater met meer ‘kerntheaters’ op te bouwen. „Dat is in de praktijk nog lastig”, zegt Ligthart.

Moet het leiden tot veel meer bezoekers? „In onze subsidieaanvragen gaan we niet uit van forse stijgingen van de bezoekersaantallen”, zegt Ligthart. „Maar we hebben wel de doelstelling dat we het aantal bezoekers in Den Haag voor onze eigen voorstellingen op termijn moeten kunnen verdubbelen. Dat is een flinke uitdaging.”

Die journalistieke programma’s passen bij het politieke profiel dat het Haagse gezelschap zich aanmeet. „Rutte zit in zijn Torentje hier vijf minuten vandaan, de 150 volksvertegenwoordigers ook. Er gebeurt hier veel, denk alleen al aan de Schilderswijk”, zegt Debets.

In de producties wil het Nationale Theater de komende vier jaar het urgente maatschappelijke karakter aanscherpen. Er zijn jonge regisseurs aangetrokken die in eerdere stukken actuele thema’s indringend hebben opgepakt. Ook zullen een aantal prominente Nederlandse toneelschrijvers nieuwe stukken schrijven.

Op de actualiteit

„Exemplarisch”, noemen de drie directeuren het nieuwe werk The Nation van Eric de Vroedt, vanaf volgend seizoen artistiek leider en vanaf 2018 artistiek directeur. Omdat het sterk op de actualiteit geschreven zal worden, om de staat van de natie te onderzoeken. Maar ook omdat het een zesdelige serie wordt, waarin met manieren van produceren wordt geëxperimenteerd. Losse afleveringen zullen in de kleine zaal worden gespeeld, marathons van meer afleveringen in de grote zaal. „Het is een nieuwe definitie van de grotezaalvoorstelling”, zegt Boermans. „Naast de klassieken en de boekbewerkingen zie je nu veel talentvolle regisseurs series maken, zoals op televisie”, zegt Boermans.

In Den Haag moeten de Koninklijke Schouwburg en Theater aan het Spui ‘gemeenschapshuizen’ worden, waar mensen makkelijk even binnenlopen. Debets: „Je moet er dingen meemaken die aanzetten tot nadenken of tot actie. De schouwburg verandert in deze tijd. Politiek is er meer aanwezig.” Boermans: „Het is een heropleving van het Verlichtingsideaal. De schouwburg is ontstaan in Weimar als seculier alternatief voor de kerk, naar de Bildungsgedachte van Schiller en Goethe. Dat moeten we nieuw leven inblazen. Als ik in Wenen regisseer bij het Burgtheater, dan ben ik wel eens jaloers. Daar is het theater het eindpunt van alle demonstraties. Als er iets gebeurt, dan is het in het stadstheater.”