Nieuw leenstelsel, minder studenten: 1+1=2?

In het eerste jaar van het nieuwe leenstelsel is het aantal studenten gedaald. Of het één een gevolg is van het ander, is niet zeker.

Er stromen minder studenten het hoger onderwijs in. Komt dat door het nieuwe leenstelsel? Minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) stuurde maandag informatie aan de Kamer om hier tekst en uitleg over te geven. En daaruit blijkt dat een complex aan factoren de daling heeft veroorzaakt.

1 Hoe groot is de daling van het aantal nieuwe studenten?

In het hele hoger onderwijs is het aantal nieuwe aanmeldingen gedaald van 93.980 in het vorige studiejaar naar 84.714 in het lopende studiejaar. Vooral het hbo heeft last van een lagere instroom. Dat komt doordat er minder mbo’ers doorstromen. De universiteiten doen het beter. Dankzij de toestroom van buitenlandse studenten is daar het aantal inschrijvingen dit jaar nauwelijks gedaald.

2 Waar komt die daling in het hbo dit jaar vandaan?

Er zijn verschillende oorzaken. De toelatingseisen zijn strenger geworden. De slechte arbeidsmarktperspectieven voor afgestudeerden van sommige hbo-opleidingen spelen ook een rol.

Maar nog belangrijker: vooruitlopend op de invoering van het leenstelsel in 2015 hebben veel studenten in 2013 besloten om geen tussenjaar te nemen maar meteen aan een studie te beginnen. Dit heeft onvermijdelijk tot een daling van de instroomcijfers van het huidige studiejaar geleid.

Of de invoering van het leenstelsel leidt tot een daling van het aantal studenten, valt pas over een paar jaar vast te stellen, zo staat in de studie. Want dan is pas duidelijk hoeveel studenten dit jaar een tussenjaar hebben genomen.

Uit de informatie van minister Bussemaker blijkt ook dat minder studenten tijdens hun studie stoppen of switchen naar een andere opleiding.

3 Hoe ziet het leengedrag van studenten er nu uit?

Zo’n 62 procent van de studenten heeft een lening afgesloten. Een jaar eerder maakte 45 procent van de studenten gebruik van een lening, boven op de basisbeurs. Studenten lenen nu gemiddeld 100 euro per maand meer.

Het aandeel studenten dat het maximale bedrag leende, is gestegen naar 40 procent. Tien jaar geleden leende 42 procent van de studenten. De cijfers van dit jaar hebben betrekking op de eerste vier maanden van het studiejaar.

4 Wat betekenen de cijfers voor studenten met lageropgeleide ouders?

Voor studenten van ouders die een laag inkomen hebben, is er nog wel een beurs. De monitor laat zien dat het aandeel studenten van ouders die geen hoge opleiding hebben genoten, is gedaald. Van 43 naar 38 procent. Het zou te maken hebben met de steeds kleiner wordende groep mensen die geen diploma op zak heeft. Maar dat verklaart nog niet de daling van 5 procentpunt.

Uit de studie blijkt dat er meer niet-westerse allochtonen van het mbo naar het hbo doorstromen. Al hebben mbo’ers het over het algemeen moeilijk; zij hebben onder meer last van de strengere toelatingseisen in het hbo.