Met z’n allen terug de zee in

Haar echtgenoot, de Franse regisseur Gaspar Noé, vindt haar films „heel vreemd”. Dus dan moet het wel echt heel vreemd zijn. En dat is ‘Évolution’.

Er gebeuren heel vreemde dingen met moeders, jongetjes en ziekenhuizen op het eiland van Évolution.

Zij maakt zinnebeeldige films over voortplanting. Hij maakt niets verhullende films over seks en leverde onlangs de 3D-pornofilm Love af. Lucile Hadzihalilovic werkte als editor aan de gewelddadige eerste shockfilms Carne en Seul contre tous van echtgenoot Gaspar Noé en schreef samen met hem het scenario voor het trippy Enter the Void.

Haar eigen films Innocence en nu Évolution zijn heel anders. Droomachtig en symbolisch, verontrustend en geheimzinnig. Toen ik haar tijdens het Filmfestival Rotterdam vroeg of ze het thuis weleens met haar man over haar werk heeft, moest ze lachen. „We zijn nu al zo lang samen dat we elkaar vast wel wederzijds beïnvloeden. Infecteren. Maar we zijn behoorlijk verschillend in onze stijl en output. De overeenkomsten zie ik wel: we werken allebei heel intuïtief, zijn geïnteresseerd in het emotionele en het organische.” Begrijpt Noé haar films? „Ja, ik denk het wel. Op een gevoelsmatig niveau. Maar hij vindt ze wel heel vreemd.”

Als „het niet zoveel misverstanden zou oproepen” zou ze haar films het liefste autobiografisch noemen. De manier waarop ze de wereld van opgroeiende jongens en meisjes schildert, hun seksuele ontwaken, het mysterie van erotiek en het menselijk lichaam „heeft veel te maken met hoe ik als kind naar de wereld keek”.

Blindedarmoperatie

Ze ervoer die wereld als mysterieus, wat ook te maken kon hebben met haar introverte natuur: „Ik herinner me nog goed toen ik een jaar of tien, elf was en aan mijn blindedarm moest worden geopereerd. Helemaal niks traumatisch. Maar door de manier waarop ik het waarnam, werd het toch een significante gebeurtenis. De buikpijnen op een leeftijd waarop je ook verteld wordt dat je menstruatiepijnen kunt krijgen. Het idee dat iemand je lichaam gaat opensnijden en binnendringen. De narcose. In mijn hoofd koppelde ik dat aan wat ik nog niet wist over seksualiteit. Daarna heb ik al die beelden als het ware bewaard voor later, alsof ik onderbewust wist dat ik ze ooit nog eens nodig had voor een film.”

Films zijn voor haar een manier om herinneringen en gevoelens beter te begrijpen. „Op een artistieke manier dan. Het is geen psychologiserend zelfonderzoek. Het is fundamenteler. Het zijn beelden die iedereen begrijpt, maar waarvoor de taal tekortschiet.”

Ze geeft een voorbeeld: „Évolution gaat over dingen die met elkaar samenhangen. Over geboorte, over transformatie. Maar ook over losmaken. Ik heb een eiland vol met jongetjes gestopt en die moeten daar op een gegeven moment weg. Ze moeten zich losmaken van het moederlijke. Het eiland is een moeder. Een baarmoeder misschien wel. De plot is de symbolische laag: de vlucht. En de ziekenzuster die de jongetjes daarbij moet helpen, is een pre-erotische figuur die ze op weg helpt naar de volwassenheid. Wist ik dit allemaal toen ik begon? Nee. Deze ideeën worden ook pas geboren op het moment dat ik ze vorm ga geven.”

Retro-volutie

En niet alleen in het creatieve scheppingsproces ontstaat betekenis. Ze vertelt hoe, ook als een film af is, steeds meer duidelijk wordt. De titel van de film: is dat wat we zien niet eigenlijk meer een anti-evolutie? Een vorm van genetische manipulatie? „Maar wie zegt dat ook dat niet een deel van de evolutie is?”, werpt ze tegen. „Misschien komen we uiteindelijk wel op een vorm van artificiële evolutie uit, omdat we anders als mens niet kunnen voortbestaan? Of wie weet is wat ik laat zien wel een vorm van artificiële retro-volutie. Nee, dat is geen woordspel. Ik heb de gedachte dat het leven uit de zee voortkomt, en aan land is gekropen heel serieus genomen. Misschien verdwijnt alles op een dag ook wel weer in zee. Ik wilde spelen met de gedachte dat evolutie niet altijd alleen maar een proces van verbetering is, maar dat er ook regressieve elementen in zouden kunnen zitten.”