Mantelzorg draagt bij aan sociale ongelijkheid

Mensen in hoge functies krijgen zonder veel gedoe vrij voor mantelzorg, schrijft Maxim Februari.

Corbis/HH

Ik loop al een tijdje beschroomd met een onderwerp rond. Misschien is dit een goed moment het te bespreken. Sociale ongelijkheid staat namelijk net weer in de aandacht, nu kinderen van laagopgeleide ouders minder makkelijk tot onderwijs blijken door te dringen dan kinderen van hoogopgeleiden. Daar kan ik mooi bij aansluiten met een observatie over de mantelzorg. Waar zich volgens mij net zo’n vage vorm van sociale ongelijkheid voordoet.

Dat ik er schroom bij voel, komt allereerst door het woord ‘mantelzorg’. Veel mensen hebben er moeite mee, omdat zorg voor een naaste vanzelfsprekend zou moeten zijn en dus geen afzonderlijke benaming nodig heeft. Maar dat mag dan zo zijn, voor een gesprek over beleid en de maatschappelijke gevolgen daarvan is zo’n eigen benaming wel handig. En het woord ‘mantel’, met zijn herinneringen aan de hemelsblauwe jas waaronder de maagd Maria hele mensenmassa’s warm houdt, vind ik niet zo’n slechte keus.

Mijn schroom hangt ten tweede samen met het feit dat ik geen expertisecentrum ben. Ik heb geen onderzoek gedaan, geen dataverzamelingen geanalyseerd, ik heb alleen maar een beetje rondgeneusd. En na een paar jaar rondneuzen begon me op te vallen dat mensen in hoge functies zonder veel gedoe vrij krijgen om urgente mantelzorg te verlenen. Terwijl mensen in lagere functies nogal eens last hebben van een baas die al na een dag dreigend naar de prikklok wijst.

Toen dit vermoeden bij me opkwam, heb ik er tamelijk onsystematisch met artsen over gesproken, die het om het hardst bevestigden. Mantelzorg is het grootste probleem aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Organisaties die wel serieus onderzoek doen, tellen meestal zo’n vier miljoen mantelzorgers in Nederland, van wie tien procent intensief zorg verlenen. Voor honderdduizenden Nederlanders geldt dus dat ze regelmatig hun werk moeten onderbreken om te gaan helpen. Soms op afspraak, soms onverwacht. En bij sommigen blijft zo’n werkonderbreking vaak weken duren.

Duurt de zorg langer dan drie maanden, dan krijgen veel van dit soort intensieve helpers te kampen met financiële problemen. Ze moeten minder gaan werken of raken hun baan kwijt. Een paar jaar geleden gold dit voor ‘tussen de 50.000 en 100.000 mensen’, lees ik ergens. En met de vooruitgang van de medische wetenschap en de achteruitgang van de verzorgingsstaat zal dat aantal intussen wel zijn opgelopen. Het Nibud berekende een jaar geleden dat het inkomen van zwaarbelaste zorgers afnam met twintig à dertig procent.

Het is een onderwerp dat steeds dichter aan de oppervlakte van de aandacht komt. Nog maar net overwin ik mijn schroom rond de mantelzorg of het televisieprogramma Monitor begint over de positie van de werkgevers. Ook zij blijken door de mantelzorg in financiële problemen te komen, omdat hun werknemers minder presteren. Maar in alle recente berichten ben ik mijn eigen vermoeden nog niet tegengekomen: de onbewezen stelling dat mantelzorg bijdraagt aan sociale ongelijkheid.

Hoe hoger de baan, hoe ruimhartiger de werkgever gelegenheid geeft op ongeregelde tijden te verdwijnen en te verschijnen. ‘Ga naar huis! We zien je vanzelf wel weer.’ In de minder vooraanstaande posities nemen mantelzorgers in zo’n geval hun vakantiedagen op. En daarna onbetaald verlof. Blijkt uit onderzoeken dat een percentage van de intensieve mantelzorgers op het werk afspraken kan maken over werktijden, dan zegt dat dus niet zoveel. Je zou willen weten welke werknemers dat zijn en hoe die afspraken luiden.

Dan heb je nog de zzp’ers, die bij langdurige mantelzorg de luxe hebben van de zelfbeschikking: op het werk is er niemand die last heeft van hun afwezigheid, want er is niemand. Keerzijde van die luxe is dat dus ook niemand productie en inkomsten aan de gang houdt, zodat alles stopt. Nu het aantal zzp’ers blijft stijgen – met een record op komst in de zomer – en het aantal langdurig zieken ook, is dat een explosieve combinatie. Kortom. We leven langer. We zijn langer ziek. Erg ziek, langdurig ziek, psychisch ziek, behandeld ziek, uitbehandeld ziek, in het jaar 2030 zijn volgens de voorspellingen 7 miljoen Nederlanders chronisch ziek. En we hebben minder geld. Minder werk, minder vaste banen, minder verpleeghuizen, minder zorgverleners, minder bedden buitenshuis. En nu is het dus mijn onbewezen hypothese dat sommigen zwaarder worstelen dan anderen met die nieuwe situatie van langer leven, langer doorwerken, langer heel erg ziek zijn en steeds minder geld.

Het is goed dat overal de vraag opduikt hoe de mantelzorg te betalen. En ook goed er daarbij op te wijzen dat sommigen door de gelukkige combinatie van werk en inkomen het zorgen wel kunnen betalen – en sommigen niet.