Liever kaalplukken dan de cel in

Drugscriminaliteit De georganiseerde criminaliteit in Brabant kan alleen worden aangepakt door een georganiseerde overheid. Alleen maar boeven vangen is allang niet meer genoeg.

Foto Valerie Kuypers/ANP

Een schoolvoorbeeld. Via buurtbewoners hoorde de gemeente Valkenswaard over „allerlei opvallende nachtelijke verkeersbewegingen” rond een villa, vertelt burgemeester Anton Ederveen. Het bestuurlijk interventieteam verzamelde wat het over de villa en haar bewoners kon vinden. De wijkagent was opgevallen hoe zwaar de woning beveiligd was. Gemeente, Belastingdienst en politie deelden informatie. Binnen twee maanden werd duidelijk dat de financiën van de man niet deugden. In juli vorig jaar viel de FIOD de villa binnen, begeleid door politie, gemeente en Openbaar Ministerie.

Binnen werden vuurwapens, munitie, contant geld en 10.000 xtc-pillen gevonden. Betrokkene en zijn partner werden aangehouden. Er werd direct beslag gelegd op de villa, ter waarde van 1,6 miljoen euro, de inrichting van 250.000 euro, twee auto’s van 100.000 euro en de contanten. Trailers reden achteruit de straat in – tuut, tuut, tuut – om de auto’s zo opvallend mogelijk te laden. Op de woning kwam een groot plakkaat met de tekst: ‘Op last van de burgemeester gesloten.’ Er loopt nog een strafzaak tegen de man. De bank besloot de verstrekte hypotheek in te trekken vanwege hypotheekfraude.

Om georganiseerde misdaad in Brabant écht aan te pakken, moet de overheid samenwerken, zeggen politiefunctionarissen in het zuiden. Het doel moet niet zijn om zoveel mogelijk boeven in de bajes te gooien. Volgens recherchechef Henrie Jozee van politie-eenheid Brabant-Oost moet het doel zijn om ervoor te zorgen dat de criminaliteit beheersbaar wordt. „Wij moeten in Brabant anders gaan denken. Vroeger hadden we zo’n man in Valkenswaard strafrechtelijk aangepakt. Dan hadden we hem in het gunstigste geval na een jaar onderzoek twee jaar in de gevangenis gekregen en was hij weer lachend doorgegaan op de oude voet.”

We horen ze op telefoontaps inmiddels klagen

John Kiers lid van de Taskforce

Nu werden heel opzichtig het huis en het vermogen van de man afgepakt. Daarmee verliest hij status, geld, anonimiteit, legt Jozee uit. Zaken die voor zo’n crimineel het allerbelangrijkst zijn. Bovendien is het maatschappelijk effect op deze manier veel groter.

„De man was heel ontevreden, de wijk heel tevreden. En ons kost het minder tijd en mankracht. Ik heb liever dat een crimineel een half jaar de bak in gaat en al zijn geld verliest, dan dat we hem langer opsluiten zonder aan zijn bezit en reputatie te komen.”

De afgelopen decennia groeide Brabant uit tot het centrum van de drugsproductie in Nederland en zelfs in West-Europa. Oorzaken: de zwijgcultuur, de afkeer van het gezag, de gunstige ligging nabij zowel de Randstad als de Belgische grens en de jarenlange gedoogpraktijk van de overheid. Brabant leek wel een paradijs voor de georganiseerde criminaliteit, die sinds het begin van de jaren negentig aan een sterke opmars bezig is.

De toename van de georganiseerde misdaad in Brabant wordt gevoed door de enorme winsten uit de teelt van nederwiet en de productie van synthetische drugs, zoals amfetamine en xtc. Volgens de recentste schattingen wordt de Europese markt van 10 miljard euro voor een groot deel bediend vanuit Brabant. Door de grote financiële belangen dendert ook het geweld de provincie binnen, criminelen grijpen al bij het kleinste conflict naar de vuurwapens. Alleen in West-Brabant werden in 2015 liefst 17 moorden gepleegd. Daarmee is de regio landelijk koploper.

Ingecalculeerd verlies

Volgens Caspar Hermans, directeur van de Taskforce georganiseerde misdaad Brabant-Zeeland, konden criminelen te lang hun gang gaan in het zuiden. „Jaarlijks ontmantelde de politie zo’n 10 procent van alle hennepplantages. Dat was op den duur een verlies dat criminelen incalculeerden.” Recherchechef Rienk de Groot van de regio Zeeland-West-Brabant: „Criminelen waanden zich onaantastbaar.”

De enige manier om de Brabantse criminaliteit echt aan te pakken, is door hechte samenwerking tussen justitie, politie en het openbaar bestuur. Alleen zo kan er een einde komen aan de tientallen recreatiecentra, woonwagenkampen en industrieterreinen waar criminelen zich aan het zicht van de overheid onttrekken. Dat gaat in stapjes. Want, zo zeggen recherchechefs, hoogleraar, Taskforcedirecteur en politiemensen en bestuurders steeds:

„Wat we in veertig jaar hebben laten lopen, kunnen we niet in vijf jaar rechtzetten.”

Dus gingen politie en de gemeente Roosendaal eind vorige maand in een gezamenlijke actie dat woonwagenkamp op. Er waren sterke vermoedens van zowel bijstandsfraude als hennepteelt. Het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum zorgde – zoals altijd bij samenwerking – dat politie, gemeente en Belastingdienst informatie konden delen. Er werd besloten gezamenlijk het hele kamp met negen woonwagens in één keer aan te pakken.

Natuurlijk waren er twijfels. Want wat zou deze actie bijvoorbeeld betekenen voor de aanpak van alle andere woonwagenkampen in de gemeente? Maar burgemeester Niederer zei: „Het gaat toch wel door, hè?” Want wat geef je voor signaal als je in woonwijken schuurtjes afbreekt en op een kamp illegale bouwwerken laat staan, vond hij.

Woonwagens

Uiteindelijk werden er drie hennepkwekerijen aangetroffen. Netbeheerder Enexis sloot wegens fraude zes woonwagens van elektriciteit af. De gemeente constateerde diverse overtredingen, zoals illegaal bouwen. En nu begint het werk pas, weten ze in Roosendaal. Want met één losse actie ben je er niet. Nu moet de wijkagent er regelmatig langs en zal de gemeente handhaven en blijven controleren.

Taskforcedirecteur Caspar Hermans zwaait met zijn mobiele telefoon. Twee jaar geleden kreeg hij tweemaal per maand een melding van een gezamenlijke actie. Nu elke dag. „We zijn niet moedeloos geworden toen we in kaart brachten wat er allemaal moest gebeuren”, zegt hij. „We zijn het gewoon gaan doen.”

Doelbewust verstoren

Ook hij is van mening dat het aanpakken van de Brabantse criminaliteit verder gaat dan het oppakken van criminelen. De overheid moet het werk van criminele netwerken doelbewust verstoren, legt hij uit. Door cruciale schakels in het productieproces van drugs uit te schakelen bijvoorbeeld. Bij synthetische drugs worden laboranten en transporteurs of leveranciers van chemicaliën aangepakt. Bij hennep zijn de pijlen gericht op bijvoorbeeld growshops en elektriciens. Bij de politie noemen ze dit het barrièremodel.

John Kiers, de hennepman van de Taskforce in West-Brabant en Zeeland, legt uit dat zij zich in de strijd tegen de productie van hennep nu vooral richten op stekkerijen, waar stekjes worden opgekweekt tot hennepplanten.

In september vorig jaar vond de Taskforce op een bedrijventerrein in Roosendaal een loods met 11.000 stekken. Op basis van informatie uit telefoons, computers en navigatiesystemen die bij die loods werden aangetroffen, ontmantelde de politie een criminele organisatie met locaties in IJmuiden, Roermond en Tilburg. Verschillende mensen werden opgepakt en in totaal werden 25.000 stekken vernietigd.

Dit succes heeft een vervolg gekregen. „We hebben in ons systeem gezocht welke mensen in het verleden zijn veroordeeld voor het stekken van hennep”, zegt Kiers.

De Taskforce besloot al deze mensen te bezoeken. In februari en maart van dit jaar alleen al werden 27.000 stekjes gevonden, goed voor 165 hennepkwekerijen. Dat is ongeveer het aantal kwekerijen dat een politiedistrict in Brabant gemiddeld in een jaar ontmantelt, via de klassieke politiemethode. Kiers:

„Kijk eens hoeveel werk dat ons scheelt. We moeten in de hennep letterlijk bij de wortel zijn.”

Criminelen hebben er ook echt last van. „We horen ze op telefoontaps inmiddels klagen over de kwaliteit en de prijs van stekjes”, zegt Kiers. „Vorig jaar kostte een stekje nog 1,90 euro, nu 7,50.”

Bewustwording

Om de Brabantse criminaliteit echt in te dammen, is vooral ook bewustwording bij burgers en bedrijven nodig, zo zeggen politiefunctionarissen in het zuiden. De samenwerking die overheidsdiensten als politie, justitie, Belastingdienst en gemeenten hebben, moet worden uitgebreid. Banken, makelaarskantoren en industrieterreinen moeten actief meehelpen om de criminaliteit aan te pakken, zegt Caspar Hermans. „De overheid heeft de leidersrol. Maar nu moeten burgers en ondernemers volgen. Zij moeten geen graantje willen meepikken uit de criminele ruif, maar weerbaar worden tegen de betonrot in de samenleving. Alleen samen kunnen we de criminaliteit in Brabant tot een beheersbaar niveau terugbrengen.”

Dat is belangrijk, vindt ook Pieter Tops, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg. De onderwereld heeft zich diep ingevreten in de Brabantse samenleving en is verweven geraakt met de bovenwereld. Een koud onderscheid maken tussen onderwereld en bovenwereld is volgens hem dan ook veel te simpel. „Daar zit van alles tussen.”

Zo’n omslag begint in de Brabantse wijken, waar mensen meer moeten gaan praten. Tijdens een actie in de Tilburgse wijk Korvel trekken politie, gemeente en mensen van Enexis van deur tot deur om mensen te waarschuwen voor het gevaar van een wietplantage. En om meteen even binnen te kijken. Bij de acties worden vier wietplantages opgerold, maar het gaat er vooral om de zwijgcultuur in de volkswijk te doorbreken. Dat mensen voortaan aan de bel trekken als ze weten dat hun buren een plantage hebben.

Criminelen waanden zich onaantastbaar

Rienk de Groot recherchechef

Meteen is het raak, in een woonhuis wordt ’s ochtends een plantage van zo’n 400 planten aangetroffen. De wietgeur is vanaf de straat duidelijk te ruiken, en meteen stormen de mensen hun huizen uit. Er is wat te zien. Buurtbewoner Theo Buitenkamp leunt op zijn fiets en kijkt naar het spektakel. Onbewogen, bij hem is ook ooit een plantage geruimd. „Dat had ik niet verwacht van dat vrouwke”, zegt hij in plat Tilburgs. „Soms weet ik wel wie er in de plantjes zit. Dat ga ik dan echt niet vertellen. Deze buurt verraadt elkaar niet. We snappen allemaal waarom mensen de wiet in gaan. Het is makkelijk verdiend, iemand anders installeert wat en je hebt extra geld om te overleven.”

Na afloop is de actie van de diensten het gesprek van de dag in de wijk. Over een aantal weken komen ze terug, voor een buurtgesprek met de bewoners. De hoop is dat de buurt het brandrisico van wietplantages gaat beseffen, en het aantal meldingen toeneemt. Twee buurtbewoners op straat stoten elkaar aan, als ze de politiemacht langs de huizen zien trekken. „Ik doe niet open straks, echnie”, zegt de een tegen de ander.

Deze gezamenlijke inzet van de overheid in Brabant en Zeeland leidt er niet toe dat de criminaliteitscijfers meteen dalen, weten ze in de provincie. Sterker nog, door de nieuwe aanpak blijkt het probleem juist groter dan altijd gedacht, zegt hoogleraar Tops. „De verschillende overheidsdiensten moesten elkaar vertrouwen om samen te werken en informatie te delen. Dat kostte tijd. De afgelopen vier jaar is er een stevige samenwerking ontstaan. En wat zien we: de overheid denkt eindelijk een deuk in een pakje boter te slaan, maar dat pakje boter blijkt een enorme botervloot.” Taskforcedirecteur Hermans: „Hoe meer we doen, hoe beter ons zicht wordt op de omvang van het probleem.”