Korten reële optie voor meeste grote pensioenfondsen

De vijf grootste Nederlandse pensioenfondsen zagen hun dekkingsgraad in het eerste kwartaal flink dalen.

De grootste pensioenfondsen zagen afgelopen kwartaal hun dekkingsgraden opnieuw sterk achteruit gaan. Illustratie Michiel van de Pol

De vijf grootste pensioenfondsen van Nederland hebben in het eerste kwartaal van 2016 hun vermogensdekking opnieuw flink achteruit zien gaan. Een herstel in maart kon een scherpe daling, als gevolg van een opnieuw teruglopende rente in het begin van dit jaar, niet volledig goedmaken. Verlaging van de pensioenen komt daarmee steeds dichterbij, waarschuwen de fondsen.

De fondsen ABP (overheid en onderwijs), PME en PMT (beide uit de technieksector) en Zorg en Welzijn zitten met hun vermogensdekking na de eerste drie maanden van 2016 in de buurt van de kritische dekkingsgraad van 90 procent. Bouw blijft daar nog ruim boven. De dekkingsgraad is de verhouding tussen wat er in kas zit en de pensioenverplichtingen die daar nu en later tegenover staan.

Kritische grens: 90 procent

Toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) hanteert een minimale dekkingsgraad van 105 procent. De kritische grens is 90 procent: komt een pensioenfonds daaronder, dan moet er gekort worden. Het besluit daarover wordt genomen op basis van de gemiddelde dekkingsgraad over de laatste twaalf maanden. Die wordt vastgesteld op de laatste dag van het jaar. Dus is de dekkingsgraad op 31 december niet verbeterd, dan wordt er gekort.

Vier van de vijf grootste pensioenfondsen zitten op basis van de recentste cijfers net boven of onder die kritische grens: ABP (90,4 procent), PME (90,8 procent), PMT (91,8 procent) en Zorg en Welzijn (88,9 procent). Het fonds voor de Bouw, dat relatief rijk is, zit er redelijk ruim boven met 103,9 procent.

ABP-voorzitter Corien Wortmann-Kool noemt de financiële positie van haar fonds “zorgelijk”:

“We verkeren in de gevarenzone en dat betekent dat de kans op verlaging van het pensioen in 2017 nadrukkelijk aanwezig blijft. Dat zou teleurstellend zijn voor onze deelnemers. Te meer omdat we de pensioenen de afgelopen jaren niet hebben kunnen indexeren.”

Algemeen directeur van PME Eric Uijen stelt dat deelnemers en gepensioneerden “dan ook worden voorbereid op een mogelijke verlaging in 2017”. “Kortingsmaatregelen in 2017 komen met de dag dichterbij”, zegt PMT-directeur Guus Wouters.

Oorzaken lage dekkingsgraden

Dat de dekkingsgraden van de pensioenfondsen zo laag zijn, heeft meerdere oorzaken. Hoewel het totale vermogen van Nederlandse fondsen tussen 2006 en eind 2015 is gestegen van ongeveer 540 naar 1.310 miljard euro (cijfers van DNB), leven mensen ook langer en moet er dus meer geld worden vastgehouden voor volgende generaties.

Belangrijker is echter nog de rekenrente waarmee pensioenfondsen moeten werken. Wanneer die rente laag is, zoals nu, moeten zij meer geld reserveren om toekomstige pensioenuitkeringen te kunnen garanderen. Op basis van de lage marktrente heeft DNB deze rekenrente vorig jaar verlaagd. Dus hoewel het lage rentebeleid van de Europese Centrale Bank bedoeld is om bestedingen te stimuleren, heeft het juist een negatief effect op de dekkingsgraden van pensioenfondsen. Niet alle fondsen hebben zich - afdoende - ingedekt tegen dit risico van een lage rentestand.

Slechte prestaties aandelen

In de eerste maanden van dit jaar verloren de pensioenfondsen met name veel geld op hun aandelenportefeuille. Dat kwam doordat de beurzen door zorgen over de groei van de wereldeconomie flink in de min doken. Het herstel in maart komt gedeeltelijk door gestegen koersen van aandelen, evenals een olieprijs die weer wat herstelde.

Een eventuele korting wordt door gepensioneerden direct gevoeld in hun portemonnee, en werkenden merken het via hun spaargeld. Het gaat mogelijk om tienden van procenten tot misschien enkele procenten, schreef NRC-redacteur Eppo Konig eerder. Die kortingen mogen de fondsen volgens nieuwe regels uitsmeren over tien jaar:

“Per saldo zal het neerkomen op een korting van enkele euro’s per maand. Maar die korting komt wel bovenop de gemiste correctie voor inflatie van vele jaren. Veel fondsen hebben al lange tijd geen pensioenen meer verhoogd om de koopkracht op peil te houden. In tijden van bijna geen inflatie, zoals nu, maakt dat minder uit voor gepensioneerden. Maar bij ABP bijvoorbeeld is de gemiste inflatiecorrectie door de jaren heen opgelopen tot bijna 12 procent en bij Zorg en Welzijn tot 13 procent.”

‘Pijnlijke boodschap’

Koepelorganisatie De Pensioenfederatie stelt in het reactie dat het “zich realiseert” dat een vooruitzicht met pensioenverlagingen “een pijnlijke boodschap is voor gepensioneerden en werknemers”.

“Om deelnemers op langere termijn een beter perspectief te bieden zal uiteindelijk de mogelijkheid moeten worden geboden om andere pensioencontracten te kunnen afspreken dan we nu kennen.”