Zo begin je goed aan je carrière

Starterslessen Hoe maak je een goede start? Vier succesvolle mensen vertellen wat zij geleerd hebben in de beginjaren van hun carrière, en wat ze zelf van starters verwachten.

Foto Istock

1. Job Barth (30) werd op zijn 27ste directeur van de Nederlandse tak van Deense beleggingsbank Saxo Bank.

„Waarom ik op mijn 27ste directeur werd, kan ik niet zomaar zeggen. Veel factoren hebben daaraan bijgedragen. Een verschil met anderen is mogelijk dat ik vanaf dag één uitspreek dat ik het hoogst haalbare wil bereiken, hier was dat directeur. Veel mensen houden dat voor zich of vinden het zelfs onbeleefd, omdat er iemand anders op die stoel zit. Maar als je niet zelf zegt wat je wil, ziet men het misschien wel nooit in je.

„Ik lees veel, niet Harry Potter ofzo, maar boeken zoals Winning van Jack Welch, of Scaling Up van Verne Harnish. Daar heb ik veel uit opgepikt over managen. Je hoeft niet elke dag zelf het wiel uit te vinden.

„Vraag je de hele tijd af waarom je iets doet. Als starter kun je beter kiezen voor een baan waarin je verantwoordelijkheden krijgt, dan 5 of 10 procent meer salaris: die verschillen in salaris worden pas op latere leeftijd echt groter.

„Ook belangrijk: hoe meer energie je ergens in stopt, hoe meer eruit komt. Het kan gevaarlijk zijn om een dagelijkse routine te hebben. Daarnaast zit er volgens mij wel echt een waarheid in al die die oneliners als: be the first in and last to leave.

„En wat ik zelf van iemand heb overgenomen, is dat op tijd komen het eerste is wat je goed kunt doen. Als je om elf uur afspreekt, is vijf over elf al niet meer op tijd.”

2. Roos Tabak (33) is commercieel directeur van YoungCapital, een uitzendbureau dat zich onder meer richt op studenten en starters. Daar begon ze op haar 21ste, na haar hbo-studie Vrijetijdsmanagement.

Choose your battles: dat heb ik wel geleerd over mezelf toen ik begon met werken. Ik kon een beetje doorslaan. Ik heb wel eens een klant tegengesproken die daar toen niet blij mee was. Nu weet ik beter wanneer ik mijn mond moet houden.

Hugo de Koning, een van de oprichters van het bedrijf, zie ik als mijn coach. Het is fijn om met iemand over je werk te kunnen sparren. Van hem heb ik geleerd los te laten als dat nodig is. Toen ik begon met leidinggeven was ik echt een hork van een manager. Een onwijze controlfreak. Alles wat de deur uitging, wilde ik zien. En dan ontdekte ik natuurlijk altijd fouten. Zie je wel, dacht ik dan. Hugo heeft me geleerd dat mensen fouten mogen maken. Dat is natuurlijk ook zo. Het laatste dat je wil is dat de angst gaat regeren en dat fouten worden verdoezeld. Mensen werken het best in een veilige omgeving.

„Ik vind het fijn als een starter gedreven is. En daarmee bedoel ik: je inzetten voor het bedrijf, niet alleen voor je eigen carrière. Je moet het beste willen voor je klanten: dat levert automatisch ook wat voor jezelf op. Ik heb genoeg mensen zien binnenkomen met de grootste praatjes, die alleen bezig zijn zichzelf te etaleren, maar dat zijn bij ons nooit de blijvertjes.”

3. Annemieke Nijhof (49) is algemeen directeur van advies- en ingenieursbureau Tauw Group. Vorig jaar werd ze verkozen tot topvrouw van het jaar. Ze begon op haar 24ste bij Tauw, na haar studie Chemische Technologie.

„Ik ben erg geholpen door mensen die wat zagen in mij. Dat is erg belangrijk. Jonge mensen zouden zich altijd moeten afvragen: wie gaat zich hier in dit bedrijf hard maken voor mij? Kun je niemand bedenken, vraag je dan af of je niet iets anders moet zoeken.

„Maar als je gezien wilt worden, moet je ook werken aan je zichtbaarheid. Je kunt iets heel erg goed doen, maar dan zal je er ook voor moeten uitkomen. Laat het je baas weten wanneer je iets goed gedaan hebt - vertel erover. Wat ik ook heb geleerd, is dat het loont om mee te denken met het bedrijf. Laat het weten als je zaken ziet die volgens jou beter kunnen.

„Hard werken heeft zijn negatieve kanten. Ik heb op kantoor geslapen, of nachten doorgehaald. Door een ziekte móést ik op een gegeven moment minder gaan werken. Ik dacht toen: wat hebben ze aan mij? Ik voelde me een kat in de zak. Nu weet ik dat iedereen mindere periodes heeft. Niemand presteert altijd op hetzelfde niveau. Wie nooit een moeilijke periode heeft gehad, of daar niet bij stilstaat, herkent worstelingen bij anderen ook niet.

„Als jonge mensen bij ons komen solliciteren, wil ik in hun cv graag een glimp opvatten van wie ze zijn. Wat zeggen docenten over jou? Hoe werk je graag? Hele volksstammen hebben ook jouw opleiding gedaan, ik wil weten of je bij ons past en wat jou onderscheidt van de rest.”

4. Karin van Gilst (51) is zakelijk directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam.

„Mijn eerste echte baan was als journalist, bij De Haagse Post [het huidige HP/De Tijd]. Ik liep er stage tijdens mijn studie Nederlands en Communicatiewetenschappen. Ik weet nog hoe blij ik was toen ik hoorde dat ik er mocht werken. Het was eind jaren tachtig en er was een enorme recessie, iedereen ging ervan uit dat-ie werkloos zou worden. Ik heb van blijdschap een rondedansje in mijn kamer gedaan.

„Na de journalistiek heb ik 25 jaar in de uitgeverijsector gewerkt. Achteraf gezien zou ik niets anders hebben gedaan. Waarschijnlijk was mijn loopbaan toch gemeanderd naar wat het nu is. Ik heb nooit iets gepland, voor mij voelt het als één vloeiende beweging.

„Van starters verwacht ik dat ze zich lerend opstellen en zich realiseren waar ze zijn. Wat heeft de organisatie voor doel en wat is mijn rol daarin? Zeker voor een museum is de input van de nieuwe generatie heel waardevol. Maar het allerbelangrijkste advies is volgens mij: begin gewoon met werken. Je eerste baan hoeft niet meteen de beste, meest fantastische te zijn. Het is een lange weg, je moet ergens beginnen. Vroeger gingen mensen na hun studie bij Philips of Shell werken en dan bleven ze daar hun hele carrière. Dat gebeurt niet meer, dus zal je in jezelf moeten investeren. Ook belangrijk: realiseer je waarvoor een bedrijf jou salaris betaalt. Wees niet te self centered. En zorg dat je je baas blij maakt, dat hij of zij succes heeft. Dan is je leven veel makkelijker.

„Wat je in ieder geval niet moet doen is te veel luisteren naar wat anderen vinden. Denk niet dat er maar één weg is. Ik heb in het begin van mijn carrière bij Nieuwe Revu gewerkt en veel mensen zeiden: ‘Wat moet je dáár nou?’ Maar ik heb er veel geleerd en zonder die baan was ik niet wie ik nu ben.”