Ja, die rockster was dus museummateriaal

Voor David Bowie is kwamen 201.310 mensen naar Groningen. Het museum swingde letterlijk, zegt de directeur: vaak werd er mee gezongen en gedanst.

Treinreizigers maken een virtuele reis door het leven van David Bowie, in een ‘ Virtual Bowie Coupé’.

Voldaan en tegelijk blij dat het achter de rug is. Zo omschrijft Groninger Museum-directeur Andreas Blühm de stemming onder zijn medewerkers. De suppoosten, floormanagers, het winkelpersoneel en de gastheren en -vrouwen van het museum hebben de afgelopen vier maanden op hun tenen gelopen. De reden: de tentoonstelling David Bowie is. Die trok 201.310 bezoekers. Alleen de Russische schilder Ilja Repin lokte ooit meer bezoekers naar Groningen (250.000, in 2002).

Het kostte de nodige hoofdbrekens om de bezoekersstroom in goede banen te leiden, zegt Blühm. Het museum verruimde de openingstijden, voerde voor de weekeinden time slots in, maakte nieuwe bewegwijzering, richtte een pool van 25 oproepkrachten op en zorgde voor een extra horecagelegenheid: het David Bowie Café. „Roosters maken en beveiligers vinden met de vereiste papieren, het was een flinke klus.”

Blühm, die vier jaar geleden vanuit Keulen naar Groningen kwam, noemt de Bowie-show „het absolute hoogtepunt” van zijn directeursschap. De expositie trok tot zijn plezier veel „popfestivalpubliek”, bezoekers die doorgaans geen musea bezoeken, wat af te lezen viel aan het geringe aantal museumjaarkaarthouders. Ook werd Blühm blij van de respons. „Ik heb nog nooit zoveel emotie in een museum gezien. Het museum swingde letterlijk: vaak is er meegezongen en gedanst. Ik heb ook fans huilend op de grond zien liggen. En uit ons Bowie-café zijn honderden, zo niet duizenden menukaarten gestolen.”

Tuincentrum

De hele stad trok profijt van deze blockbuster, zegt de directeur. Hotels en horecagelegenheden deden het deze winter zo’n 40 procent beter dan andere jaren. En ook de middenstand had baat bij Bowie, zegt Blühm. „Ik heb zelfs een bedankmail gekregen van een tuincentrum.”

Marketing Groningen, het bureau dat de toeristische marketing van de stad ontwikkelt, raamt het economisch effect van de tentoonstelling op zo’n 10 miljoen euro; de museumbezoekers spendeerden gemiddeld zo’n 50 euro in de stad. Blühm, gekscherend: „Bij de volgende blockbuster eisen we daarvan 10 procent op.”

Wat de marketeers blij stemt is dat 40.000 Bowie-bezoekers voor het eerst naar Groningen kwamen. Betere reclame is er niet, zegt een woordvoerder. De vooroordelen dat de stad kaal is, dat het er altijd waait en dat de inwoners stug zijn, blijken bij kennismaking om te slaan in een veel positiever gevoel: Groningen is een gezellige studentenstad, waar het fijn winkelen is.

Het Victoria and Albert Museum (V&A) organiseerde de tentoonstelling, vooral op basis van bruiklenen van het David Bowie Archive in New York. Tijdens de voorbereiding werd het Groninger Museum gevraagd of het de expositie wilde overnemen.

Geavanceerde techniek

Andere musea reageerden aanvankelijk sceptisch. Was de rockster die al tien jaar geen album had gemaakt wel museummateriaal? Als een van de eersten toonde Blühm belangstelling, een keuze die voor zijn museum goed zou uitpakken.

Door de geavanceerde techniek was David Bowie is een kostbare tentoonstelling om in te richten. Het museum moest een toeslag van 10 euro vragen en had minstens 125.000 bezoekers nodig om uit de kosten te komen. Daar had Blühm wel fiducie in. Tot het begin januari drie dagen ijzelde en er nog slechts 300 bezoekers per dag kwamen. Toen kreeg de directeur het even benauwd en vreesde hij even voor een lange periode van Code Rood door het KNMI.

Maar na zondag 10 januari, de dag dat Bowie onverwachts overleed, is het in Groningen niet meer rustig geweest. Op maandag, normaal de dag dat het museum gesloten is, liet Blühm de deuren openen en bestelden 15.000 mensen online een kaartje. Later besloot het museum de tentoonstelling met een maand te verlengen.

De balans is nog niet opgemaakt, maar Blühm verwacht dat de expositie het Groninger Museum een bedrag met zes, misschien wel zeven cijfers oplevert. „Dat is goed voor onze reserve. Daarmee kunnen we andere, minder goed lopende exposities subsidiëren.”

Vaker doen

Wat is de les die hij uit dit succes trekt? Blühm hoeft niet lang na te denken. „De Bowie-tentoonstelling had inhoud, was intelligent, riep emoties op en sprak meerdere zintuigen aan. Dat zouden we vaker moeten doen.”

In de Saatchi Gallery in Londen opende vorige week een grote Rolling Stones-expositie. Is dat misschien de gedroomde opvolger? Voor het eerst reageert Blühm diplomatiek. „Daarvoor zijn we niet gevraagd.”

En als het museum alsnog zou worden gevraagd? „Dan zouden we bedanken. De Stones zijn fantastische muzikanten. Maar Bowie was daarnaast nog een groot kunstenaar.”