Boete voor niet afschermen extreme pornovideo’s

De eigenaar van de sites met de video’s moet 75.000 euro betalen, omdat ze schadelijk kunnen zijn voor minderjarigen.

Foto iStock

Het Commissariaat voor de Media (CvdM) heeft een bedrijf dat pornografische websites exploiteert een boete van 75.000 euro opgelegd. Op twee websites waren video’s te zien waarin een verkrachting wordt nagespeeld. Het CvdM oordeelt dat het bedrijf die video’s niet voldoende heeft afgeschermd voor minderjarigen.

Volgens het CvdM zijn het video’s die door de extreme inhoud “ernstige schade kunnen toebrengen aan de lichamelijke, geestelijke en zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar”.

Morele ontwikkeling

Dit genre pornografie is op zich niet verboden. Maar bij jongeren onder de zestien “is de morele ontwikkeling nog onvoldoende ontwikkeld, waardoor dit soort beelden schadelijk kunnen uitwerken”, aldus het CvdM in zijn beslissing. Dat kan ernstige gevolgen hebben, denkt het CvdM:

“Jongeren gaan geleidelijk aan op zoek naar beelden die nog heftiger of gewelddadiger zijn. Er is dan sprake van een afstompend effect. Verkrachtingsscènes in speelfilms hebben vaak een context, maar deze is hier volstrekt afwezig. Er is ook geen enkele compassie met het slachtoffer en geen morele verontwaardiging, zoals dat in een speelfilm wel het geval kan zijn.”

‘Gerichte zoekopdracht’

Om welk bedrijf en welke websites het gaat, maakte het CvdM niet bekend, vanwege het commerciële belang van de onderneming. In eerste instantie werd een boete van 120.000 euro opgelegd. Omdat het bedrijf aantoonde die niet te kunnen betalen, besloot het CvdM de boete te verlagen naar 75.000 euro.

De zaak begon al in december 2013. Het CvdM vond de video’s “op basis van een gerichte zoekopdracht in de zoekmachine Google”. In 2014 al werden de video’s verwijderd en stelden de websites, waarop iedereen video’s kon uploaden, een filtersysteem in. “Dat vormt echter geen aanleiding om af te zien van het opleggen van de boete, nu deze omstandigheden niet afdoen aan het feit dat de overtredingen daadwerkelijk zijn begaan.”