Eis: 15 jaar en tbs voor doden Mariska Peters

Johan P., de oom van Mariska Peters, zou zijn nichtje hebben gedood om een verkrachting te verhullen.

Johan M. in de Arnhemse rechtbank. Foto Aloys Oosterwijk / ANP

Justitie heeft vanmiddag vijftien jaar celstraf en tbs met dwangverpleging geëist tegen de 52-jarige Johan P. uit Nijmegen. Hij wordt verdacht van het verkrachten en het doden van zijn nichtje, de 21-jarige Mariska Peters, in 2015. P. zat ten tijde van het misdrijf in de laatste fase van zijn tbs-behandeling in de Pompekliniek in Nijmegen, nadat hij in 2004 was veroordeeld voor incest met zijn dochter.

Mariska verdween in de nacht van 8 op 9 februari 2015 en werd twee weken later dood gevonden in de Hatertse Vennen, een natuurgebied net buiten Nijmegen. Al die tijd verkeerde de familie in grote onzekerheid. Mariska had tegen haar moeder gezegd dat ze met een vriendin naar de dokterspost moest en tegen de vriendin dat ze naar een collega ging “met wie het niet lekker loopt”.

Ze vertrok in haar auto, die 10 februari in de buurt van haar huis werd teruggevonden met haar tas en portemonnee er nog in. Later werd haar oom aangehouden. Zijn bloedsporen zijn aangetroffen in de auto, op delen van een mes in de auto en op de vindplaats, op haar kleding en onder een nagel. Volgens justitie wijst alles erop dat Mariska met haar oom had afgesproken. Ze verkeerde in de veronderstelling dat ze met haar oom een pakketje met daarin vermoedelijk drugs, zou gaan bezorgen. Ze zou er 250 euro mee kunnen verdienen. Mariska had schulden.

‘Tbs-kliniek maakte geen fouten’

De familie van Mariska vindt de gang van zaken in de Pompekliniek “niet te begrijpen”, stelde Bas Pernot, advocaat van de familie. P. woonde buiten de hekken, maar nog wel op het terrein. Als hij wegging, moest dat worden geregistreerd. Pernot: “De man was buiten zonder dat het was opgevallen, gebruikte drugs en verwisselde urine. Dat is zorgelijk.” Volgens hem is het voor de familie “onverteerbaar” dat de kliniek van mening is dat ze bij de begeleiding geen steken heeft laten vallen.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie, verantwoordelijk voor de tbs-klinieken, is er na het misdrijf een ‘intercollegiale toetsing’ geweest, waaruit zou zijn gebleken dat er sprake was van ‘passend risicomanagement’. Zolang de zaak onder de rechter is, wil het ministerie verder niet reageren.

De familie leeft sinds de dood van Mariska in een nachtmerrie, volgens de advocaat. De vader van Mariska, Marcel Peters, vroeg zich af waarom zijn broer al die tijd dat Mariska werd vermist, niets had gezegd. Hij had de familie helpen zoeken, hun getroost. Bij een stille tocht voor Mariska liep hij voorop. Hij droeg haar kist, legde bloemen. “Waarom heb je ons dit aangedaan? Ons leven is kapot.”

‘Wacht jij maar, vuile moordenaar’

De vader moest door de parketpolitie worden tegengehouden toen hij de zittingszaal binnenkwam om te spreken. Hij probeerde bij zijn broer te komen. “Teringlijer. Ik vermoord je echt. Wacht jij maar, vuile moordenaar”, schreeuwde hij naar zijn broer. Ook aan het begin van de zitting klonk het vanuit het publiek: “Vieze moordenaar”, en werd er op het glas geslagen, dat het publiek van de verdachte scheidt.

De verdachte beriep zich op zijn zwijgrecht, ondanks de vele pogingen van de rechter om hem aan het praten te krijgen. In het begin mompelde hij wel iets over spijt en later nog dat ook hij meeleeft.

Familiegeschiedenis

De rechtbank schetste op basis van rapportages een familiegeschiedenis vol alcoholisme, seksueel misbruik, mishandeling en psychiatrische problemen. De verdachte heeft een persoonlijkheidsstoornis. Drugs kunnen hem ‘paranoïde’ maken. In 1990 werd hij al eens veroordeeld voor een verkrachting. Familieleden omschreven hem als een pathologische leugenaar die geen emotie vertoont en vrouwen wil domineren.

Justitie denkt dat P. zijn nicht heeft gewurgd omdat hij tegen haar wil seksueel contact met haar heeft gehad en hij vreesde dat hij alles zou kunnen verliezen; zijn familie, het vooruitzicht op zijn vrijheid. De advocaat van de verdachte, Frank Janzing, vond dat er sprake was van ‘eenzijdige opsporing’. Hij probeerde twijfel te zaaien over het bewijs. Hij vroeg vrijspraak. Uitspraak volgt op 4 mei.