Waar is Willem? Kijk op deze zoekplaat van de Hoge Raad

Kunst Voor het nieuwe gebouw van de Hoge Raad in Den Haag maakte Helen Verhoeven een kolossaal schilderij. Wie is wie? En waar is Willem?

Naar zijn eigen beeltenis is het zoeken. Koning Willem-Alexander, die vandaag het nieuwe gebouw van de Hoge Raad in Den Haag opent, staat niet afgebeeld op het reusachtige schilderij dat Helen Verhoeven (1974) voor de ontvangstruimte maakte. De koningen Willem I en Willem II hangen er wel, al zijn hun hoofden afgesneden door de rand van het doek en door de geschilderde kroonluchter. „Dat zou ten aanzien van de huidige koning natuurlijk niet gepast zijn”, lacht de kunstenaar.

Ga met je muis over de schilderijen om te ontdekken wie daarop geportretteerd zijn.

Tweeënhalf jaar lang heeft Verhoeven in haar woonplaats Berlijn gewerkt aan het schilderij Hoge Raad, dat tot stand is gekomen dankzij de percentageregeling beeldende kunsten bij rijksgebouwen. Ze moest er een groter atelier voor huren, en een hoogwerker. De opdracht was het hoogste rechtscollege in Nederland te verbeelden, aan de hand van thema’s als recht en onrecht. Verhoeven besloot een drukbevolkte rechtszaal te schilderen, met wanden die volhangen met bestaande schilderijen.

Verhoeven was altijd al fan van de barokke groepsportretten die schilders als Velázquez of Goya in opdracht van het Spaanse Hof maakten. Ze werd bekend met haar schilderijen van weelderige balzalen, vol kroonluchters en uitbundig geklede feestgangers. Maar nooit eerder maakte ze zo’n kolossaal werk: een doek van 6,47 bij 4 meter – groter nog dan Rembrandts Nachtwacht, en gebaseerd op de verhoudingen van de Gulden Snede. „Ik kijk al jaren naar die staatsportretten”, zegt ze. „Maar ik had nooit gedacht dat ik zelf in die traditie zou stappen. Dat is het mooie van deze opdracht. Zelf neem je de tijd niet om aan zo’n enorm doek te beginnen.”

Staand voor het doek is het alsof je opgaat in de massa die Verhoeven schilderde

Staand voor het schilderij is het alsof je opgaat in de multiculturele massa die Verhoeven schilderde. Je staat oog in oog met de anonieme figuren, die geschilderd zijn in haar kenmerkende stijl: figuratief maar niet hyperrealistisch. De raadsheren kijken op ons neer en vormen de scheiding tussen het volk op de voorgrond en de kunst op de achtergrond. Ook zij hebben onherkenbare, vage gelaatstrekken. Op twee personen na. Helemaal rechts zit Guusje Minkenhof, het eerste vrouwelijke lid van de Hoge Raad. En in het midden is mr. Lodewijk Ernst Visser afgebeeld, de Joodse president van de Hoge Raad die in 1941 door de Duitse bezetters werd ontslagen - zonder protest van zijn collega’s. „Visser zit erin om te laten zien dat je als Hoge Raad ook kritisch naar jezelf moet blijven kijken”, zegt Verhoeven.

Ze heeft zich voor haar schilderij maandenlang verdiept in de geschiedenis van de Nederlandse rechtspraak, waar ze nauwelijks iets vanaf wist. Op haar twaalfde verhuisde Verhoeven met haar vader, filmmaker Paul Verhoeven, naar Los Angeles. Ze studeerde aan academies in New York en San Francisco, nu woont ze alweer een jaar of zeven in Berlijn. „Ik moest veel leren over onze vaderlandse geschiedenis. Maar die afstand geeft mij ook een frisse blik.”

Het schilderij is uiteindelijk een heerlijk zoekplaatje geworden, vol kunsthistorische en bijbelse verwijzingen naar gewelddadige episodes. De lijken van de gebroeders De Witt sieren de wanden, maar ook een doodsportret van RAF-lid Ulrike Meinhof. Dat laatste schilderijtje is helemaal een vat van connotaties. De versie die Verhoeven afbeeldde, is een werk van Marlene Dumas uit 2004. Maar Dumas baseerde haar doekje weer op een schilderij van Gerhard Richter, die op zijn beurt een foto uit het Duitse tijdschrift Stern naschilderde. Verhoeven: „Ik kreeg veel vragen over waarom ik een terroriste als Meinhof had afgebeeld. Maar voor mij is zij net zo’n icoon in de kunst als Judith of Justitia. Ik leerde over Meinhof via de kunstgeschiedenis, door Richters schilderijen. Ook zij heeft geen redelijk proces gehad, en over haar dood bestaat nog altijd onduidelijkheid. Dus ook dat portret gaat over recht en onrecht.”