De Waddenzee-japon is van Jean Kerr, katholiek spionne

Ze was hofdame van de Engelse koningin Henriette Maria, die in 1642 op diplomatieke missie was in de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën.

De in 2014 gevonden japon, nu tentoongesteld in museum Kaap Skil op Texel. KAAP SKIL PIETER DE VRIES

De eigenaresse van de ‘koninklijke’ zeventiende-eeuwse japon die duikers bij Texel hebben gevonden, heeft sinds dit weekeinde een naam. Ze heette Jean Kerr (1585-1643), gravin van Roxburghe. Ze was hofdame van de Engelse koningin Henriette Maria, die in 1642 op diplomatieke missie was in de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. Dat zeggen de cultuurhistorici Nadine Akkerman van de Universiteit Leiden en Helmer Helmers van de Universiteit van Amsterdam. Kerr werkte als katholiek spion aan het Engelse hof.

Brief over bagageschip

brief

Akkerman en Helmers baseren zich op een brief van Henriëtta Maria’s schoonzus Elizabeth van Stuart en op documenten bij de Britse Admiraliteit. De uitzonderlijk goed bewaarde japon was al in 2014 gevonden in een scheepswrak in de Waddenzee, maar werd pas afgelopen weekend bekend. De japon wordt tentoongesteld in het museum Kaap Skil op Texel. Het bericht over de vondst van de japon, die mogelijk met het Huis van Stuart te maken had, was voor de historici aanleiding geweest om afgelopen weekeinde in de bronnen en archieven te duiken.

In 1642 verkeerde Henriëtta Maria’s echtgenoot, de Engelse koning Karel I van Stuart, in een machtsstrijd met het Parlement, dat hem onder andere te veel naar het Rooms-katholicisme vond neigen. Karel had de argwaan tegen hem nog proberen weg te nemen door zijn dochter Maria op 9-jarige leeftijd met de latere stadhouder Willem II te laten trouwen, maar in januari 1642 was hij gedwongen Londen te ontvluchten. Hij stuurde zijn vrouw en dochter met een grote entourage en de Engelse kroonjuwelen in twaalf schepen naar de Nederlanden. Zij moesten daar de kroonjuwelen verkopen en wapens kopen. Karel, die in 1649 werd onthoofd, zou rijdend op zijn paard over de kliffen van Dover zijn vrouw en dochter hebben uitgezwaaid tot ze uit zicht waren.

brief2

Leedvermaak

Akkerman, die bezig is met de publicatie van de correspondentie van Elizabeth Stuart, en Helmers, gespecialiseerd in de verhoudingen tussen Engeland en de Republiek der Nederlanden, ontdekten al snel een brief van Elizabeth van 17 maart 1642 aan haar vertrouweling Sir Thomas Roe, waarin ze – deels in cijfercode – beschrijft dat Henriëtta Maria na een barre tocht in Nederland is aangekomen. In zwaar weer was een van de bagageschepen verloren gegaan, met aan boord onder andere de inventaris van de privékapel van Henriëtta Maria, en de garderobes van twee meereizende heren en twee hofdames. In een document van de Britse Admiraliteit wordt met leedvermaak gezegd dat ‘ladies and maids’ zich na het vergaan van het bagageschip in Hollands textiel zullen moeten hullen.

De hofdames noemt Elizabeth bij naam. Één van hen is Jean Kerr, in die tijd 57 of 58 jaar oud. Zij was wat forser dan de rest en zou de nu opgedoken japon maat 42 gepast kunnen hebben. Sommige onderdelen van de garderobe waren in 1642 al een beetje ouderwets en dat zou ook bij haar passen. Kerr was al hofdame was onder koning Jacobus I, de vader van Karel, en volgens Akkerman was ze een overtuigde katholiek. Ook had ze informatie van het Engelse hof aan de Spaanse koning doorgespeeld. Ze was dus een spionne.