Daar sta je dan met je diploma

Werkervaring Voor een vaste baan is vaak ervaring nodig. Die kun je opdoen met een stage of werkervaringsplek. Maar moet je als starter wel gratis werken?

Illustratie Aart-Jan Venema

Sophie Koopmans (25) voelde zich na haar studie bedrijfskunde nog niet klaar voor ‘het werkende leven’. „Wanneer je je diploma haalt word je eigenlijk in het diepe gegooid”, vindt Koopmans. „Ik had nog nooit iets in de praktijk gedaan.” Om wat zelfverzekerder de arbeidsmarkt op te gaan, meldde zij zich aan voor een trainingsprogramma bij Starters4Communities. Deze organisatie verbindt starters aan wijkinitiatieven en sociale ondernemingen.

Ze kreeg een wekelijkse training, vijf maanden lang. Daarnaast ging ze werken bij NetwerkPro, een project waarin jonge vrouwen leren zich zichtbaar te maken op de arbeidsmarkt. Koopmans: „Alles wat ik leerde over fondsen werven, crowdfunden en marketing kon ik meteen in de praktijk brengen.”

Het is een veelvoorkomend probleem: studiepunten gehaald en diploma op zak – en dan? Veel starters zijn niet goed voorbereid op de arbeidsmarkt, ziet loopbaancoach Otteline Asselbergs. Wie geen relevante werkervaring opdoet tijdens een studie heeft het – logischerwijs – moeilijker op de arbeidsmarkt dan mensen die dat wel hebben. Maar ook als je afgestudeerd bent kun je een werkervaringsplek zoeken of stage lopen, zegt ze. „Je kunt zo laten zien dat je snel leert.”

Het is een probleem dat vaak voorkomt: studiepunten gehaald diploma op zak – en dan?

Sophie Koopmans hield zelfs een baan over aan haar project. „Ik werkte meer dan de gevraagde zestien uur. Ik wilde steeds meer doen, blijven leren. Nu werk ik er drie dagen per week.”

Koopmans kijkt dus tevreden terug op haar onbetaalde uren. Toch is gratis werk omstreden. „Starters verdringen zo hun eigen banen”, zegt Esther Crabbendam, voorzitter van FNV Jong. Zij ziet regelmatig gevallen waarvan ze denkt: eigenlijk is dit uitbuiting. Pas-afgestudeerden kunnen zich gedwongen kunnen voelen genoegen te nemen met een werkervaringsplek in plaats van een echte startersbaan. Ze werken doen hetzelfde werk als collega’s in loondienst, maar voor een onkostenvergoeding.

Crabbendam kan zich best voorstellen dat dit gebeurt: „Anderen zeggen hier ja tegen, dus doe jij dat ook maar. Als je de keuze hebt tussen werkloos op de bank zitten of onbetaald werkervaring opdoen, kiezen veel mensen voor dat laatste.”

Bij Meldpunt Stagemisbruik, opgezet door FNV Jong, komen klachten binnen over dit soort constructies (320 sinds juni). Bijvoorbeeld van een 25-jarige sociaal pedagogisch hulperverlener. Ze werkt twintig uur per week voor een vrijwilligersvergoeding en betaalt haar eigen reiskosten van 50 euro per maand. Of een 24-jarige psychologe, die dagelijks diagnostisch onderzoek doet en behandelingen uitvoert bij een psychiatrische instelling – net als haar betaalde collega’s. Alleen krijgt zij nog steeds een kleine vergoeding waarvan ze niet kan rondkomen. Uit angst werkloos op de bank te belanden, heeft ze ermee ingestemd haar werkervaringsplek weer te verlengen. Om diezelfde reden durven ze ook niet met hun naam in de krant: het GGZ-wereldje is klein, straks komen ze nooit meer aan een baan.

Fatsoenlijke beloning

Vooral in de sectoren communicatie, GGZ en cultuur lijkt de werkervaringsplek vaak een eufemisme voor ‘goedkope arbeidskracht’. Volgens hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp van de Universiteit van Amsterdam zijn er geen exacte cijfers over het aantal werkervaringsplekken. „Als mensen geen salaris krijgen, wordt dit ook niet geregistreerd.”

Hoewel Verhulp vindt dat „fatsoenlijke arbeid fatsoenlijk beloond moet worden”, is het ook volgens hem begrijpelijk dat deze situatie bestaat. „Sommige werkgevers handelen uit goed maatschappelijk gevoel, ze helpen een starter op weg. De werkgever kan daarna zeggen: ‘Je hebt het kunstje geleerd, je kunt gaan’, of de starter tegen betaling laten doorwerken. Maar als die doorwerkt zonder salaris, is er sprake van misbruik.” Bovendien, zegt Verhulp, bestaat het risico dat het ten koste gaat van échte, betaalde banen.

Officieel mag een werkervaringsplek niet de plaats van een bestaande vacature innemen, maar dat is in de praktijk moeilijk te handhaven. „Werkgevers, scholen en politici vinden dat starters zelf beter moeten weten wat hun rechten zijn”, zegt Crabbendam. „Maar het probleem is niet dát ze dat niet weten, maar dat ze gewoonweg niet anders kunnen. Dat deze situatie überhaupt bestaat, dáár moeten we iets aan doen.”

En wil je tóch aan zo’n werkervaringsplek beginnen? Crabbendam: „Zorg dan dat je goede afspraken maakt. Leren moet centraal staan.” En voorkom dus, waar mogelijk, dat je precies hetzelfde doet als betaalde medewerkers. Ook belangrijk: informeer vast naar wat er eventueel mogelijk is na je werkervaringsplek. Is er daarna wel een betaalde baan voor je? Als het antwoord nu al nee is, vraag je dan af of je er wel aan moet beginnen.