Ahoy! De Stille Oceaan in zicht!

Om het VOC-monopolie op de vaart naar Indië te breken zochten Hollandse zeevaarders vier eeuwen geleden naar alternatieve routes. Over die zucht naar avontuur verschenen twee bijzondere gedenkboeken.

De zuidelijke punt van Zuid-Amerika met Straat Magellaan. Detail van wereldkaart van Gerard Mercator, 1659. Vuurland (Terra del fuego) werd opgevat als onderdeel van een groot zuidelijk continent en niet als een eiland. Illustratie uit de Atlas van Kaap Hoorn

Leefden er nu wel of geen reuzen in Patagonië? Dat was een van de vragen waar zeelieden mee zaten die vanuit de de Atlantische Oceaan naar de Stille Oceaan wilden zeilen. Reuzen waren immers gerapporteerd door de weinige Europeanen die door Straat Magellaan hadden gevaren. Op de kaarten die daar de neerslag van vormden stonden ze ook daadwerkelijk ingetekend: vervaarlijke kannibalen met knotsen en met pijl en boog. Dit alles valt op bij het doorbladeren van de fraaie atlas vol vroege afbeeldingen van zowel gedrukte als handgeschreven kaarten van dit deel van de aarde.

Deze publicatie verscheen naar aanleiding van het feit dat vierhonderd jaar geleden Nederlanders de route ten zuiden van Straat Magellaan om Kaap Hoorn hebben ontdekt. Dit gebeurde tijdens een expeditie die gefinancierd werd door een vermogende ondernemer, Isaac le Maire. Hij kon het niet verkroppen dat de VOC zich het monopolie had verworven om als enig bedrijf op Azië te varen. Of het nu via Kaap de Goede Hoop ging, of door Straat Magellaan. Le Maire zag een kans om het octrooi letterlijk te omzeilen.

Een nieuwe route

Het octrooi van de VOC bepaalde namelijk dat men niet door Straat Magellaan mocht varen. Maar stel dat je via een zuidelijker koers de Stille Oceaan kon bereiken? Of dat mogelijk was wist niemand, maar Le Maire financierde twee schepen die in januari 1615 uit het Noord-Hollandse Hoorn vertrokken. Doel was om een nieuwe doorvaart te ontdekken en om vast te stellen waar nu precies het zogeheten Onbekende Zuidland lag. De expeditie stond onder leiding van Isaacs zoon Jacob le Maire en van de stuurman Willem Schouten.

Aan de kust van Argentinië vloog een van de schepen in brand, maar men slaagde erin inderdaad een weg te vinden zuidelijker dan Straat Magellaan, om Vuurland heen. En zo bereikte men de Stille Oceaan. Verder westwaarts zeilend overleed Jacob le Maire. Schouten loodste zijn schip de duizenden mijlen over de Stille Zuidzee en bereikte de Indonesische archipel.

In Jakarta werd hij opgewacht door de hoogste VOC-gezagsdrager aldaar, Jan Pieterszoon Coen. Coen liet zijn uitgeputte landgenoten in de boeien slaan. Protesten hielpen niet. Bij klachten meldde men zich maar in het vaderland, zo sprak Coen. En zo gebeurde. Isaac le Maire heeft nog decennia tegen de VOC geprocedeerd en kreeg uiteindelijk een flinke som terug.

Ouwe rot

Twintig jaar na deze gedenkwaardige tocht rustte ook de West-Indische Compagnie een expeditie naar deze contreien uit. De leiding lag in handen van een oude rot, de zestig jaar oude Hendrick Brouwer, die zijn sporen in de Oost en in de West had verdiend. De bedoeling van zijn tocht was om de Spanjaarden op de westkust van Zuid-Amerika aan te vallen en om er een bondgenootschap te sluiten met de daar levende indianen.

Brouwers vloot bereikte Chili, maar nadat Brouwer was overleden liep de hele onderneming in de soep. Dit deel van de aarde werd voorlopig door Nederlanders nauwelijks meer bezocht en Brouwers expeditie raakte in vergetelheid. Nu is voor het eerst het journaal van deze tocht uitgegeven met de daarbij behorende brieven en rapporten. Het is allemaal voortreffelijk bezorgd en indringender dan menig jongensboek.

Beide reizen hebben een belangrijk deel van de aarde in kaart gebracht en enkele namen herinneren daar nog aan, zoals Straat le Maire, Staten Eiland en Kaap Hoorn. Van de reuzen in Patagonië is weinig meer vernomen; langzaam verdwenen ze uit het kaartbeeld.