Zzp’ers

Ook onder freelancers is gratis werk een discussie. Voor (bijna) niets werken drukt de tarieven.

Toen hij begon als vormgever, had Chiel Weverling (37) nauwelijks klanten. „Vormgeving is bij uitstek een vak waarbij mensen altijd vragen of het iets goedkoper kan”, zegt Weverling. „Daar kun je je aan storen, maar je kunt het ook in je voordeel laten werken.”

In een avond draaide hij met een vriend een website in elkaar waarop ze hun diensten als vormgever aanboden in ruil voor een cadeau. Dat kon van alles zijn: een tas boodschappen of een pak hagelslag bijvoorbeeld. „We hadden maar één voorwaarde: dat we creatieve vrijheid kregen. Wij maken wat wíj leuk en goed vinden.”

Vrijwel meteen kregen ze opdrachten. Eerst vooral via kennissen, maar snel ook van andere startende ondernemers. Daarnaast werkten ze gratis voor charitatieve en culturele instellingen, zoals jonge theatermakers. „Onze redenering was: ‘Als het niet jullie doel is geld te verdienen, hoeven wij er ook geen geld voor.”

Niet alle zzp’ers kijken er zo tegenaan. Want wat de ander doet, kan ook invloed hebben op jouw tarief.

In beroepen waarin veel freelancers werken, zoals architecten, marketeers en vertalers, is al langer een ‘tarievenrace naar beneden’ gaande. Sinds het dieptepunt in 2012 trekt het iets weer aan, maar gemiddeld zagen zzp’ers hun tarieven de afgelopen twee jaar met 23 procent dalen, becijferde freelanceplatform Hoofdkraan.nl. Veel beginnende freelancers onder het minimumloon. Niels Goossens van Hoofdkraan is daar niet verbaasd over. „Veel starters beginnen met zeer lage tarieven om een netwerk op te bouwen. Zodra ze goede referenties hebben ontvangen, kunnen ze hun prijzen wat omhoog doen.”

Weverling denkt dat gratis werken geen kwaad kan. „Maar blijf je afvragen: wat vind ik het waard? Zo kwam een grote vrijwilligersorganisatie bij ons, met een bewerkelijke, oninteressante klus. We stuurden een schappelijke begroting, maar de reactie was: ‘Wij zijn een groot goed doel, wij krijgen altijd alles gratis.’ Die opdracht hebben we niet gedaan.”