Zo worden tassen van 263.000 euro gemaakt

Vorige week betaalde een Amerikaan 263.000 euro voor een Hermès-tas. Waarom zijn ze zoveel waard?

263 duizend euro. Dat is de prijs die een Amerikaan vorige week betaalde voor een tweedehands Birkin-tas van het Franse merk Hermès. Een record. Nee, geen 27 Smarts. Of 412 iPhones. Of 478 retourtjes Amsterdam-New York. Maar een handtas.

En, het moet gezegd, het is een bijzonder exemplaar: dieprood van kleur, ingelegd met tien karaats diamanten en – wat Hermès minder populair maakt - vervaardigd van krokodillenleer.

Tassen, denk je misschien, die zijn toch bedoeld om spullen in te dragen? Klopt. Maar deze niet. Tenminste, tot nog toe. De Birkin-tas in kwestie is sinds zijn oorspronkelijke aanschaf bewust nooit gebruikt (een van de redenen waarom ie zoveel waard is).

De voormalige eigenaar kocht de tas namelijk als investering. Want in januari bleek al: vergeet goud, koop een ‘Hermès’. De Birkin-tas, vernoemd naar actrice Jane Birkin, levert gemiddeld een hoger rendement op dan het edelmetaal of aandelen in topbedrijven uit de Amerikaanse aandelenindex S&P. Dat becijferde de Amerikaanse tassenverkoopsite Baghunter (dat uiteraard een belang heeft bij het naar buiten brengen van dit nieuws).

De tas die vorige week voor 263 duizend euro overging op een andere eigenaar, was in 2008 voor 160 duizend dollar gekocht. Een waardestijging van 86 procent in acht jaar.

Maar waarom zijn deze tassen zoveel waard? Het verhaal van het uit Parijs afkomstige bedrijf aan de hand van een fotoreportage in een onlangs geopende werkplaats, waar vrouwen de Birkins in elkaar zetten.