Column

Zaak-Rousseff leidt hopelijk tot loutering in verlamd Brazilië

Met de ruime stem voor afzetting van de Braziliaanse president Dilma Rousseff, maandagnacht in een tumultueuze plenaire sessie van het Lagerhuis, gaat het grootste land van Latijns-Amerika een nieuwe periode van onzekerheid in.

Rousseff, de eerste vrouwelijke president van Brazilië, wordt ervan beschuldigd dat ze in 2014 een gapend begrotingstekort cosmetisch heeft gedicht door te schuiven met geld van staatsbanken. Ze won die verkiezingen nipt, maar het land is sindsdien verder gepolariseerd en vrijwel onbestuurbaar.

Een uitdijend corruptieschandaal rond staatsolieconcern Petrobras, waarbij honderden politici van alle gezindten betrokken blijken, heeft de politiek verlamd. En de regering is niet in staat gebleken iets te doen aan de ergste recessie sinds een eeuw. Miljoenen verloren hun baan en de middenklasse, opgekomen in een decennium van economisch optimisme, is gedesillusioneerd. Het heeft de samenleving vergiftigd, met maanden van straatprotesten waarin burgers tegenover elkaar staan. Dit kon niet voortduren. Rousseff heeft haar politieke rivalen ervan beschuldigd via de afzettingsprocedure een coup te plegen. Dat gaat te ver, maar de basis voor de procedure, hoewel wettig, is zwak; creatief boekhouden in aanloop naar de verkiezingen staat er in een lange traditie. In de jonge democratie Brazilië – de dictatuur duurde tot 1985 – schept het niettemin een gevaarlijk precedent om een omstreden maar gekozen president buiten verkiezingen om ten val te brengen.

De Senaat is nu aan zet. Zodra deze besluit ‘de zaak-Rousseff’ te behandelen, wordt zij voor 180 dagen geschorst. Dan komt zo goed als zeker een eind aan het bewind van de Arbeiderspartij (PT), sinds 2002 aan de macht onder Luiz Inácio ‘Lula’ da Silva en zijn opvolger Rousseff.

Hoe verder? De eerste behoefte is rust om de recessie het hoofd te bieden. Dat is – tijdelijk – aan vice-president Michel Temer, wiens centrumpartij PMDP eerder de regering verliet. Door het dichten van het begrotingstekort, minder staatsbemoeienis – de facto het terugdraaien van het tijdperk Lula-Rousseff. Maar ook Temer is kwetsbaar en geen bruggenbouwer. Hij geldt, met Lagerhuisvoorzitter Cunha, als aanjager van de afzettingsprocedure. Bovendien lopen tegen hen beiden aanklachten wegens fraude.

Het valt te hopen dat deze episode een Braziliaanse loutering inluidt. Wie Rousseff ook opvolgt, hij of zij dient zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Voor een nieuwe president én een nieuw Congres. Want als Brazilianen het, terecht, over iets eens zijn is het dat de bezem – opnieuw – door het systeem moet.