‘Uitroeien bospest remt aanpassing insecten’

Zelfs op een van de ergste uitheemse woekeraars krijgt de Nederlandse natuur greep. Geef bospest de tijd, schrijven biologen.

Het uitroeien van de Amerikaanse vogelkers is misschien contraproductief. Deze ‘bospest’ is een uitheemse woekerstruik die natuurbeschermers in Nederland met wortel en tak proberen uit te roeien. Uit onderzoek dat Nederlandse biologen binnenkort publiceren in het wetenschappelijk tijdschrift Peer J blijkt dat lokale vraatinsecten de Amerikaanse vogelkers steeds beter weten te vinden.

De Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) is in Europa in de twintigste eeuw veel aangeplant om productiebossen voor naaldhout beter te laten groeien, onder andere door betere humusvorming. Dat pakte verkeerd uit. De struik zaait zich gemakkelijk uit en verdringt lokale vegetatie. Al meer dan vijftig jaar wordt hij bestreden in natuurgebieden, door hem te rooien of met bestrijdingsmiddelen te behandelen. Bij onder meer Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer is dat standaardbeleid.

Maar nu zaaien twintig biologen twijfel. De groep, onder leiding van hoogleraar evolutiebiologie Menno Schilthuizen van het Leidse instituut Naturalis, onderzocht de Amerikaanse vogelkers onder andere in de Noord-Hollandse duinen. Daar groeit de struik samen met zijn lokale equivalent, de ‘gewone vogelkers’ (Prunus padus). De verwachting was dat lokale vraatinsecten minder goed op de Amerikaanse vogelkers zijn aangepast. Maar nee, op de Amerikaanse vogelkers leven juist bijna twee keer zoveel verschillende insectensoorten als op gewone vogelkers. De aantallen zijn wél veel lager. De gewone vogelkers is gewillig slachtoffer van een bladluis en de vogelkers-stippelmot, de bospest nauwelijks. Maar er zijn aanwijzingen dat dat verandert. In Polen is de stippelmot bezig om te Amerikaanse vogelkers te veroveren. En rond Eelde (Drenthe) verruimt een bladhaantje (een soort kever) die van nature op lijsterbes leeft, zijn werkterrein naar Amerikaanse vogelkers. Die ontwikkeling is ook in Nederlandse herbaria te zien. In de loop van de vorige eeuw nam de vraatschade aan de blaadjes van de bospest toe.

Hier zien we de evolutie aan het werk, denken de biologen. Lokale insecten passen zich aan aan de exotische woekeraar, misschien zelfs zodanig dat hij onschadelijk wordt. Als we in Europa doorgaan met het verwijderen van de Amerikaanse vogelkers, kan die aanpassing niet plaatsvinden, waarschuwen ze, en blijft de bospest woekeren.

Natuurmonumenten reageert terughoudend. „Dit is maar een enkel aspect van de biodiversiteit. Ook grazers als paarden en koeien eten deze soort liever niet. In de Kennemerduinen dreigt het het hele open duin te verdwijnen. We blijven ingrijpen.”

Auteur Leo Beukeboom, hoogleraar evolutiebiologie in Groningen, is aan de telefoon ook minder stellig. „Die aanpassing van de natuur op de Amerikaanse vogelkers kost wel veel tijd. Deze studie was meer bedoeld voor evolutionair onderzoek dan voor natuurbeleid.”