Sloper van de Amerikaanse droom

Voorverkiezingen in New York Zijn vader bouwde Trump Village voor de middenklasse. Donald Trump kiest voor macht en geld. ‘Ik mag hem wel, de bastard.’

Trump Village in 1973, met Fred Trump en zijn zoon Donald Trump, die de wijk op Coney Island in de jaren tachtig verkocht. Foto Barton Silverman/The New York Times/HH

De ouders van Barbara Seidenberg (59) wilden vooruit in het leven. Haar vader, een Oostenrijkse migrant, was kantoorbediende. Barbara moest op zijn minst naar de universiteit. Trump Village was de verwezenlijking van die ambitie. In 1964 ging het gezin wonen in een fonkelnieuw appartement van rode baksteen. Het was sober en klein, maar ook schoon en betaalbaar. Goede scholen in de buurt, een metrohalte, en altijd een milde oceaanbries. „Kijk goed om je heen”, zei haar vader vaak. „Dít is de Amerikaanse droom!”

Barbara Seidenberg bleef decennia in Trump Village wonen, op Coney Island, een uithoek van Brooklyn. Totdat ze New York verliet, eind jaren tachtig. Hoewel ze inderdaad een universitaire studie ging doen en IT-specialist werd, is zelfs Trump Village te duur voor haar geworden. „Al mijn vrienden van vroeger zijn weg uit New York”, zegt ze.

De naam Trump is overal

De Amerikaanse verkiezingen hebben zich verplaatst naar de stad die overal de naam van Trump draagt. Deze dinsdag zijn er in de staat New York voorverkiezingen. Donald Trump, Republikeins favoriet , heeft New York City naar eigen inzicht gevormd. Hij heeft zijn naam verbonden aan, onder meer, een Trump Tower, Trump Building, Trump SoHo en Trump Parc.

Trump bouwde hotels, kantoren en appartementen op opvallende plaatsen, vol bladgoud, marmer en glas. Het zijn paleizen voor de nouveau riche, die de laatste jaren bezit heeft genomen van New York. De gebouwen stralen uit wat Trump zelf wil uitstralen. Geld! Succes! Macht!

Trump leerde het vak van zijn vader Fred Trump (1905-1999). Hij had een heel ander idee van vastgoed, en van zijn stad. Fred Trump, kind van Duitse immigranten, begon te bouwen in de crisisjaren. Hij geloofde in betaalbare, grootschalige huisvesting zonder toeters en bellen. Hij bouwde tienduizenden appartementen voor de nieuw opkomende middenklasse, in Queens en Brooklyn. Op Coney Island, pal aan de Atlantische Oceaan, zette hij in 1964 Trump Village neer. Trump werd miljonair, ook omdat hij riante subsidies opstreek van de gemeente New York.

Wasserette op de begane grond

Trump Village bestaat uit zeven flatgebouwen van 23 verdiepingen, met kleine ramen, en een wasserette op de begane grond. De huren waren laag: 400 dollar per maand voor een appartement met twee slaapkamers. Fred Trump was zuinig. Hij gebruikte het goedkoopste materiaal, en onderhandelde nog over het aantal schroeven aan de voordeuren. Wie luxe wilde, een airconditioning bijvoorbeeld, moest bijbetalen.

Trump zag Trump Village als zijn lievelingsproject, zegt Ronnie Coleman (79), een inwoner van het eerste uur, in zijn kleine flatje. „Meneer Trump liet zich in het weekend altijd voorrijden in zijn limousine. Keurig snorretje, mooi pak, echt een heer.” Hij noteerde alles wat hem niet beviel. Zoon Donald moest klachten van bewoners behandelen.

Ronnie Coleman was opziener in een vleesfabriek. Met zijn bescheiden salaris kon hij een appartement in Trump Village huren. Zijn twee zoons konden zo naar een goede school in de buurt. Er hing destijds een collectivistische stemming. Verjaardagen werden gezamenlijk gevierd, ouders pasten op elkaars kinderen.

New York is onbereikbaar

Nu kent Coleman er bijna niemand meer. Hij wijst naar de speeltuin tussen twee flatgebouwen in. Leeg. Zijn zoons zijn de stad uit, zegt hij.

„Ik kan hier nog wonen, omdat ik als eerste bewoner een lage huur betaal. Maar mijn kinderen kunnen zich Trump Village niet meer veroorloven. New York is onbereikbaar voor ze.”

Een stokoude buurvrouw komt langs, ook een bewoonster van het eerste uur. Ze zegt: „Kom, Ronnie, zo erg is het toch niet?” Coleman: „Mensen zoals wij kunnen de huur betalen, een telefoon en een televisie. Maar moet je zo leven? Ik kon vroeger nog sparen voor mijn kinderen, dat doet niemand meer.”

De gebouwen stralen uit wat Trump zelf wil uitstralen. Geld! Succes! Macht!

Trumps New York is illustratief voor de verdwijnende middenklasse. In 1970 had bijna tweederde van de Amerikaanse huishoudens een modaal inkomen, nu is dat minder dan de helft. Opwaartse mobiliteit, het kernidee van de Amerikaanse droom, komt daardoor steeds minder voor. Wie arm geboren wordt, blijft arm. Wie rijk geboren wordt, wordt rijker. Terwijl de eerste bewoners van Trump Village droomden van een beter leven voor hun kinderen, staan de wolkenkrabbers van Donald Trump voor de Amerikanen die het al goed hébben.

Donald Trump geloofde niet in Trump Village, zei hij vlak nadat hij het vastgoedimperium van zijn vader had geërfd, in 1974. Het moest „grootser, glamourachtiger, opwindender”, schreef hij in zijn boek The Art of the Deal. De flatgebouwen voor lagere inkomens leverden te weinig op. Donald Trump verkocht Trump Village in de jaren tachtig, en concentreerde zich op de welgestelden. Trump Village bestaat nu uit koopwoningen van zo’n drie ton. De laatste jaren is Trump Village in trek bij rijke Russische migranten, die het vaak als vakantiewoning gebruiken.

Vertolker van de onvrede

Dit is paradox van Donald Trump. De kandidaat die het meest prominent de onvrede verwoordt over het verdwijnen van de Amerikaanse droom, heeft die droom zelf mede om zeep geholpen in New York.

Bernie Zogby (74) woont met zijn negen jaar jongere broer in het appartement in Trump Village dat zijn ouders ooit huurden. De huur bedraagt nu 1.000 dollar per maand. Zogby betaalt het van zijn pensioen, en met het inkomen van zijn schoonzus, die als schoonmaakster in Trump Tower werkt, op Manhattan. „Trump heeft ons verraden”, zegt Zogby. „Hij heeft Trump Village verkocht, en ons aan ons lot overgelaten.” Toch zal hij deze dinsdag op Donald Trump stemmen.

„Hij is ook slim, hij sluit handige deals. Hij zag goed dat er met Trump Village niets te verdienen viel. Ik mag hem wel, de bastard.”