Minder nieuwe studenten in het hoger onderwijs. Hoe komt dat?

Onderwijs In het eerste jaar van het nieuwe leenstelsel daalde het aantal studenten. Of het ook daardoor komt, is niet zeker.

Aankomende studenten van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Foto ANP / Jerry Lampen

Commotie alom: er stromen minder studenten het hoger onderwijs in en dat zou direct verband houden met de invoering van het leenstelsel dit studiejaar. Is dat waar? Minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) stuurde gisterenavond een uitgebreide brief aan de Kamer om hier tekst en uitleg over te geven. Ze voegde er de ‘Monitor Beleidsmaatregelen 2015’ aan toe. En daaruit blijkt dat niet alleen het leenstelsel maar een complex aan factoren de daling veroorzaakt.

1 | Hoeveel studenten stromen er nu minder het hoger onderwijs in?

In het hele hoger onderwijs is het aantal studenten dat zich aanmeldde voor een studie gedaald van 93.980 in het vorige studiejaar naar 84.714 in het lopende studiejaar.

Opvallend is dat vooral het hbo last heeft van een lagere instroom. Dat komt omdat er minder mbo-leerlingen doorstromen naar het hbo.

De universiteiten doen het beter. Die hebben dankzij de toestroom van buitenlandse studenten het aantal inschrijvingen nauwelijks zien dalen. Sterker nog: ten opzichte van 2012 zagen zij het aantal studenten met 5 procentpunt stijgen.

2 | Waar komt die daling in het hbo dit jaar vandaan?

De daling in het hoger onderwijs heeft verschillende oorzaken. De toelatingseisen van opleidingen zijn strenger geworden. De arbeidsmarkt en slechte arbeidsmarktperspectieven bij sommige hbo-opleidingen, spelen ook een rol. Maar nog belangrijker: vooruitlopend op de de invoering van het leenstelsel in 2015 hebben veel studenten in 2013 besloten om geen tussenjaar te nemen maar meteen aan een studie te beginnen.

Dit leidt onvermijdelijke tot een daling van de instroomcijfers van het huidige studiejaar. De onderzoekers van de monitor noemen dat het zogenoemde boeggolf-effect; er komt eerst een stijging en daarna een daling.

Of de invoering van het leenstelsel leidt tot een daling van het aantal studenten, valt pas over een paar jaar vast te stellen, zo staat in de studie. Want dan is pas duidelijk hoeveel studenten dit jaar een tussenjaar hebben genomen.

Uit de monitor blijkt ook dat minder studenten tijdens hun studie stoppen of switchen naar een andere opleiding.

3 | Hoe ziet het leengedrag van studenten er nu uit?

Zo’n 62 procent van de studenten heeft een lening afgesloten. Een jaar eerder maakte 45 procent van de studenten gebruik van een lening, bovenop de basisbeurs. Studenten lenen nu gemiddeld 100 euro per maand meer.

Het aandeel studenten dat het maximale bedrag leende, is gestegen naar 40 procent. Tien jaar geleden leende 42 procent van de studenten. De cijfers van dit jaar hebben betrekking op de eerste vier maanden van het studiejaar.

4 | Wat betekenen de cijfers voor studenten van ouders met en lagere opleiding?

Voor studenten van ouders die een laag inkomen hebben, is er nog wel een beurs. De monitor laat zien dat het aandeel studenten van ouders die geen hoge opleiding hebben genoten, is gedaald. Van 43 naar 38 procent. Het zou te maken hebben met de steeds kleiner worden groep mensen die geen diploma op zak heeft. Maar dat verklaart nog niet de daling van 5 procentpunt.

Uit de studie blijkt dat er meer niet-westerse allochtonen van het mbo naar het hbo doorstromen. Al hebben mbo’ers het over het algemeen moeilijk; zij hebben onder meer last van de strengere toelatingseisen in het hbo.