Leuke studie? Nee, leuke stád

Eenderde van de studenten breekt zijn opleiding af. Al die foute keuzes kosten jaarlijks miljarden.

Volgens onderzoekers weten jongeren wel vaak wat ze willen worden, maar hebben zegeen idee hoe hun beroep er in werkelijkheid uitziet. Foto Jerry Lampen / ANP

Godert Notten (17) zit in 6 vwo van het Vrijzinnig Christelijk Lyceum in Den Haag. Hij gaat na het examen een jaar reizen en dan technische natuurkunde in Delft studeren.

Het was een halve studie op zich om die keus te maken. „Ik ben naar open dagen geweest, maar dat geeft een oppervlakkig en opgeleukt beeld”, zegt hij. Uit een test bij bureau StudieKeuzeOpMaat rolden 25 passende studies, waarvan er uiteindelijk vijf overbleven. Hij liep op alle vijf een dag mee en koos technische natuurkunde. „Ik heb er vertrouwen in dat het de juiste studie voor mij is.”

De 19-jarige Emilie Bartels (19) studeert aan de Erasmus fiscaal recht en bedrijfseconomie. „In de vierde klas van de middelbare school ben ik begonnen met studieoriëntatie, maar eigenlijk wist ik al heel lang dat ik rechten wilde studeren. Ik heb in Leiden een module rechtsgeleerdheid gevolgd voor middelbare scholieren en in de zomer vóór het eerste jaar het Pre Academic Programme aan de Erasmus gevolgd.”

Ieder jaar hetzelfde verhaal

Zo gemotiveerd en voorbereid als Godert Notten en Emilie Bartels zijn de meeste aanstaande studenten niet. Van alle jongeren die zich dit jaar inschrijven aan hogescholen en universiteiten is nu al te zeggen dat ongeveer eenderde voortijdig stopt – dat is namelijk elk jaar zo, blijkt uit onderzoek van onderwijsinstituut ResearchNed.

Selectie op motivatie of eindexamencijfers, studiebijsluiters, studiekeuzeworkshops, meeloopdagen: de afgelopen jaren zijn veel maatregelen genomen om het aantal foutkiezers te beperken. Ook het leenstelsel, dat studeren kostbaar maakt, moet eraan bijdragen. Toch daalt het aantal afhakers in het eerste jaar nauwelijks.

Waar komt de gigantische mismatch vandaan, die de overheid volgens een grove schatting van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt 6 miljard euro per jaar kost?

Een van de oorzaken is volgens Lex Borghans, hoogleraar arbeidseconomie en sociale arbeid in Maastricht en voorheen onderzoeker bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt, dat jongeren wel vaak weten wat ze willen worden, maar geen idee hebben hoe hun beroep er in werkelijkheid uitziet. Als voorbeeld geeft hij de studie verpleegkunde: „Verpleegkundigen willen graag mensen ‘helpen’, maar ze weten op hun achttiende niet dat er in de praktijk maar een paar minuten tijd per patiënt is.”

Volgens Adine Tjeenk Willink, coach en mede-eigenaar van StudiekeuzeOpMaat, oriënteren leerlingen zich te weinig; op middelbare scholen zijn er wel veel voorlichtings- en studiekeuzeactiviteiten, maar ontbreekt het aan tijd en geld om leerlingen daarbij genoeg persoonlijk aandacht te geven. Ook slecht voor de motivatie is het als jongeren een studie gaan volgen die vooral hun ouders een goed idee vinden. „Niets zo moeilijk als pushende ouders.”

Strenge eisen voor eerstejaars

Kiezen voor „status, stad en salaris” helpt niet bepaald, zegt op zijn beurt Gerard Hogendoorn, coördinator aansluiting vwo-wo aan de Erasmus Universiteit. „Je moet niet gek opkijken als je het eerste jaar niet haalt als je een studie hebt gekozen alleen omdat de stad zo leuk is.”

Zijn universiteit stelt intussen strenge eisen: het eerste jaar moet in één keer worden gehaald met minimaal een 6 gemiddeld voor alle tentamens. Hogendoorn: „Voorheen besteedden nogal wat eerstejaars veel tijd aan andere dingen dan studie.”

Die eisen hebben geholpen: in 2009 haalde 29 procent van de eerstejaars de 60 studiepunten, in 2013 61 procent. De uitval van eerstejaars is landelijk een paar procent gedaald, constateert ook Bastiaan Verweij van de Vereniging van Universiteiten (VSNU). De groeiende aandacht voor onder meer proefstuderen werpt vruchten af.