Lage inkomens trekken uit de stad

Deze „suburbanisatie van armen” komt mede door stedelijk beleid en zal in de toekomst tot meer segregatie en ongelijkheid leiden.

In voormalige arbeidersbuurten in Amsterdam wonen steeds meer hoogopgeleiden. Foto Rink Hof/HH

Mensen met een laag inkomen trekken geleidelijk de stad uit, omdat zij steeds moeilijker een woning kunnen vinden. Deze „suburbanisatie van armen” komt mede door stedelijk beleid en zal in de toekomst tot meer segregatie en ongelijkheid leiden. Dat concluderen promovendus Cody Hochstenbach en hoogleraar stedelijke geografie Sako Musterd van de Universiteit van Amsterdam (UvA) in een studie naar de verhuisstromen van lage inkomens in Amsterdam en Rotterdam tussen 2004 en 2013.

In Amsterdam, waar de huizenmarkt gespannener is en meer hoogopgeleiden wonen dan in Rotterdam, is de trend volgens de onderzoekers structureel. Neoliberaal woonbeleid versterkt deze gentrificatie – de opwaardering van zwakke buurten doordat de bevolking rijker wordt. Het aandeel sociale huurwoningen daalt, de huurmarkt wordt gedereguleerd. Ook het eigenwoningbezit in Amsterdam neemt toe: van begin deze eeuw tot nu van 15 tot 28 procent. Hierdoor nemen de mogelijkheden voor armen af.

Het wegtrekken van de armere bevolking uit de binnenstad leidt op den duur tot meer sociaal-ruimtelijke ongelijkheid, stellen de onderzoekers. Musterd:

„Op een bepaald moment zullen flinke delen van de stad niet meer voor iedereen toegankelijk zijn. Lage inkomens worden dan uitgesloten van sociale mobiliteit.”

Trend verschuift

Hochstenbach vindt dat kritiek omtrent gentrificatie zich „meer op beleid” zou moeten richten.

„Vanuit de beleidskant wordt kritiek vaak doodgeslagen met het argument dat de stad nog heel divers is. Maar deze studie laat zien hoe sterk de trend aan het verschuiven is.”

Volgens de onderzoekers dragen maatregelen die de woningmarkt verder liberaliseren bij aan gentrificatie, omdat de markt de prijzen verder opdrijft. Een voorbeeld van zo’n maatregel is de extra inkomensafhankelijke huurverhoging die het huidige kabinet invoerde, om scheefwonen tegen te gaan en huurprijzen meer marktconform te krijgen.

Opvallend is dat niet alle lage inkomensgroepen uit de stad wegtrekken: terwijl het aandeel lage tot middeninkomens en werklozen afneemt, neemt het aandeel ‘werkende armen’ juist toe. Denk hierbij aan schoonmakers of loodgieters. Vermoedelijk komt dat doordat zij belangrijk blijven in de economische structuur van een stad, omdat ze ervoor zorgen dat voorzieningen blijven draaien. Ook de toename van het aantal flexwerkers en zzp’ers kan een oorzaak zijn van de stijging van werkende armen. Deze groep woont vaak in de stedelijke periferie of deelt een woning met anderen.