KPN-top verruilt Den Haag voor Rotterdam

KPN verhuist de raad van bestuur en een groot deel van het personeel naar Rotterdam.

Telecombedrijf KPN (omzet 7 miljard euro, 14.000 werknemers) verhuist het bestuur en een groot deel van het personeel van het hoofdkantoor in Den Haag naar het kantoor in Rotterdam. Dat heeft het bedrijf maandag bekendgemaakt.

Ongeveer de helft van de vierduizend mensen die nu op de locatie Maanplein in Den Haag werken, wordt verdeeld over andere KPN-vestigingen in de Randstad.

KPN kampt al een tijd met leegstand. Vier van de zes panden op het Haagse Maanplein worden verlaten. Hoeveel geld dat scheelt, maakt het bedrijf niet bekend.

De verhuizende KPN-medewerkers gaan onder meer werken in de al bestaande kantoren in Amersfoort, Amsterdam, Houten en Zoetermeer. De KPN-toren aan de Wilhelminakade in Rotterdam wordt de nieuwe werkplek van de raad van bestuur.

Daarnaast wordt het kantoor flink verbouwd: de benedenverdieping wordt toegankelijk voor publiek met een experience center en restaurants. De verhuizingen vinden in de loop van 2016 en 2017 plaats.

In een persbericht stelt KPN door „technologische veranderingen, nieuwe communicatiemiddelen en nieuwe vormen van (samen)werken” minder behoefte te hebben aan kantoorruimte.

Volgens financieel directeur Jan-Kees de Jager is de verhuizing het logisch gevolg van twee ontwikkelingen: mensen werken minder vaak op vaste plekken en een aantal huurcontracten loopt af. „We werken steeds flexibeler samen, op wisselende locaties en in wisselende teams.”

KPN sneed de afgelopen jaren sterk in de personeelskosten. Bij de meest recente bezuinigingsronde (‘Vereenvoudigingsprogramma’) verdwijnen tweeduizend banen in de periode tot 2019. Ook op de langere termijn zijn er dus minder werkplekken nodig.

KPN heeft te kampen met dalende inkomsten, met name in de zakelijke markt. Daarnaast wordt de concurrentie steviger: Vodafone en Ziggo storten zich op (middel)grote bedrijven om snelle kabel en mobiele telefonie gecombineerd te kunnen verkopen.

KPN wil tussen 2017 en 2019 honderden miljoenen per jaar besparen, vooral op IT-processen en -systemen en netwerken.