Klank-bor-den

Waarom in de media? Volgens Jos van Rey gangbare praktijk bij benoemingen. Waar komt het vandaan? Werkwoord in wereld van bestuur, bedrijfsleven en sport.

Als verdachte van het lekken van informatie rond een burgemeestersbenoeming, stelde de ex-wethouder van Roermond Jos van Rey dat ‘klankborden’ een gangbare praktijk was onder bestuurders. Waar of niet, dat is nu dus onder de rechter. Maar het woord bestaat wel degelijk, in de betekenis van overleggen of sonderen.

Wie is daar in hemelsnaam ooit mee begonnen? Leve de databanken, die elk woord voor ons kunnen terugvinden! Een klankbord is volgens Van Dale „een soort van houten hemel boven een spreekgestoelte tot weerkaatsing en spreiding van het geluid van de spreker, syn. galmbord” of „(fig.) geïnteresseerde gesprekspartner, geïnteresseerd gehoor.”

Als werkwoord komt het nog niet in de woordenboeken voor, maar wel in vele kranten: het is een jeukwoord in de Kantoorjungle-column van Japke-D. Bouma (nrc.next 28 okt. 2015) en figureert ook reeds in 2010 als zodanig in de top-15 van website vaagtaal.nl.

Verder vinden we het veel in de sport (wielercolumn van Peter Winnen over bondscoach Johan Lammerts, artikelen over erevoorzitter van Heerenveen Riemer van der Velde en hockeycoach Hans Jorritsma), maar ook bij overleg over salarissen en in de wondere wereld van de coaching van anderen dan sporters.

De oudste vermelding van klankborden als werkwoord in NRC Handelsblad bevindt zich op het snijvlak van politiek en bedrijfsleven. Rob Lubbers, directeur van staalconstructiebedrijf Hollandia Kloos na het vertrek van zijn broer Ruud (CDA) naar de politiek: „Uiteraard klankborden we nogal eens” (26 okt. 1991).

Het zou een mooie conclusie zijn, als het woord een lubberiaanse oorsprong had. Helaas, dat klopt niet. We vinden het als overdrachtelijk substantief al in het Hollands Dagboek door politiek adviseur Philip van Tijn (25 juni 1983). Bij de installatie van zijn chef, burgemeester van Amsterdam Ed van Thijn (PvdA), noemt Van Tijn de mensen die vooraan zitten: „De rij van klankborden: zelden raakte een ontglipt woord zo snel en malicieus ingeburgerd.”

Kennelijk was er toen ook al heibel. Maar nieuw was het woord niet. Al in 1955 meldt de Commissaris van de Koningin in Drenthe dat hij lokale gezagsdragers als klankbord wil.

Hans Beerekamp