Keizers wint Amsterdams Kleinkunst Festival

Met een sensationeel optreden stormt Stefano Keizers het cabaret binnen. Rock-’n-roll!

Winnaar Stefano Keizers Foto Jaap Reedijk

Stefano Keizers – wat een cabarettalent is dat. Maakt een geweldige entree met een slaapzak over zich heen getrokken, sloft heen en weer, valt, blijft minuten lang stil liggen. Worstelt zich uit zijn gevangenis, blijkt dikke winterjas te dragen, beklemtoont vanaf een kruk in een lang stuk in elke zin hoe het in het jaar zevenduizendzoveel „nog steeds” allemaal hetzelfde zal zijn, van „De Europese Commissie is nog steeds aan het vergaderen” tot „Mijn opa probeert nog steeds de datum en tijd op zijn mobiele telefoon aan te passen”. Begint een vakantieverhaal dat hij bruusk afbreekt voor een bizarre sketch verborgen achter de vleugel, waarin Batman opduikt, vervolgt dan het verhaal dat uitloopt op horror met witte wormen. Danst op Destiny’s Child, drinkt langdurig water, geeft een ironische opsomming van zijn daden tot dan toe alsof hij alle mogelijkheden van cabaret heeft benut, en stort zich dan in absurd gezang, waarvan de regel „Ik moet continu dingen doen” uitloopt op het tientallen keren herhalen van „conti-conti”. Loopt zingend af. Haalt geen applaus.

Een sensationeel optreden.

Gister won Stefano Keizers (1984) het Amsterdam Kleinkunst Festival – officieel de Sonneveldprijs geheten. De jury noemde hem „een performer pur sang” en stelde: „Met zijn keuzes neemt hij voor lief dat een deel van het publiek hem niet kan of wil volgen. Waarmee hij op toneel doet wat striptekenaars als Gummbah en Kamagurka op papier doen.”

Wie zich wel eens afvraagt of er nog een nieuwe Hans Teeuwen gaat opstaan, zag bij Keizers hoe dat eruit zou kunnen zien: een eerste proeve van een vergelijkbare dosis experiment, tegendraadsheid en vormgevoel. Keizers is wat je noemt een gevaarlijke cabaretier. Of, zoals de jury zei: „Het is heerlijk hoe hij het lef heeft bijzonder irritant te zijn. Hij gaat met satanisch genoegen in tegen de vertrutting waar veel cabaret onder lijdt.”

Terwijl dit toch al een sterke finale was. Maar het dwarse en sarcastische commentaar van het dansante duo Fransse Eijkel verbleekte in het licht van Keizers’ furie tot prille rebellie en maniërisme. En de gave, maar traditioneel vormgegeven pianoliedjes die Merijn Krol zong deden eens te meer aan als een stap naar veertig jaar geleden. Niettemin zijn het acts met toekomstmogelijkheden. Dat bleek ook uit het feit dat De Fransse Eijkel de Publieksprijs kreeg toegekend. Tezamen vormden de drie optredens een finale die beduidend meer kwaliteit bood dan de laatste edities van de vergelijkbare talentenjachten in Rotterdam en Leiden.

Keizers voegt zich een rij van recente festivalwinnaars die een grote belofte vormen: Tim Fransen (inmiddels indrukwekkend gedebuteerd), Thijs van de Meeberg en Patrick Laureij. Zulke nieuwkomers bieden het cabaret perspectief.