Harold

Flessenpost uit de VS Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd van Amsterdam naar Princeton in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar opvalt.

Een barokconcert, een lezing over microben, een poëzieworkshop, een golfkliniek, computercursussen en een huisbioscoop waar ze zes verschillende films vertonen. En dat is alleen nog maar het avondprogramma op deze willekeurige vrijdag.

De entree waar ik me meld staat vol verse bloemen, uit de gift shop klinkt jazzmuziek. De sfeer is die van een luxeresort, maar dit is The Gatesworth, een tehuis voor rijke ouden van dagen in St. Louis, Missouri.

Ik bezoek met mijn vriendin haar achtennegentigjarige moeder, mevrouw Dubois. Mevrouw opent zelf de deur. Terwijl ze voor thee en koekjes zorgt, kijk ik rond in de kamer die in niets doet denken aan het bejaardentehuis van mijn oma. Ik herinner me hoe ik er met mijn moeder en broertjes op bezoek ging. Bij gebrek aan stoelen in haar kamertje zaten wij kinderen op het hoge bed. Ze zat daar maar, in de enige stoel, dag in dag uit. Ze deed niets en kreeg nooit bezoek, behalve wij dan, af en toe. Ik telde de minuten op de pendule uit de „lelijke tijd” die boven de tafel hing – haar enige persoonlijke bezit.

Nee, dan mevrouw Dubois. Zij krijgt dagelijks fysiotherapie en massage. Plus natuurlijk de allerbeste medische zorg. Ze hoeft maar te hoesten en de dokter komt aanhollen. Mevrouw Dubois ziet er dan ook stralend uit. Ze staat erop ons mee te nemen naar het restaurant. „Net een nieuwe chef”, glundert ze. „Uit Florence.” Mijn vriendin vertelt dat haar kinderen hier vaak komen dineren, zo goed is het eten. „We logeren dan in het bijbehorende vijfsterrenhotel, zodat we haar nergens mee belasten.”

„Het rare is”, zegt ze peinzend, „dat mijn moeder de laatste dertig jaar nauwelijks ouder is geworden. Ze heeft het hier ook zo naar haar zin en er is zoveel waarop ze zich dagelijks verheugt. Ik sta er nooit bij stil dat ze bijna honderd is. Ik heb de indruk dat ze nog jaren mee kan gaan.”

De activiteiten van dit vijfsterrentehuis blijken zich niet tot stimulering van de geest te beperken. Onderweg naar het restaurant word ik getroffen door een levensgroot schilderij van een naakte jonge vrouw. Een hunkerende blik onder los vallende lange donkere haren. Zo kitscherig erotisch dat het bijna weer mooi is.

„Wie heeft dat gemaakt?”, vraag ik.

„Harold”, zegt mevrouw Dubois met een blos op haar wangen. „We noemen hem onze huis-Don Juan. Op zijn tweeënnegentigste vlindert hij van de ene naar de andere vrouw. En dat met zijn jicht. Je wilt niet weten wat hier allemaal gebeurt.”

Tijdens het hoofdgerecht buigt ze zich naar mij: „Kijk, daar zit hij, Harold.”

Voorzichtig kijk ik om. De Lothario op leeftijd zit een beetje krom achter een visje, geanimeerd te praten met een mevrouw met een Hermès-shawl, die verdwijnt in haar diepe decolleté. Zijn tafeldame hangt aan zijn lippen.

„Harolds schilderij werd laatst door een jaloerse ex-minnares in stukken gesneden”, fluistert mevrouw Dubois. „Toen heeft hij direct een nieuw naakt geschilderd. Nog provocerender.”

„Weet je”, zegt ze, „Laatst flirtte hij ook met mij. Hij wil me meenemen naar de film. An Affair To Remember.”

Ik probeer het gesprek een andere kant op te laten gaan en vraag haar: „Wat was de belangrijkste dag in uw lange leven?” Ze kijkt me schalks aan: „De belangrijkste dag in mijn leven, lieve schat”, zegt ze, „is morgen.”