Gemeente mag datacenter geen ‘koeldictaat’ opleggen

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: milieu- en parkeersancties.

Foto Colt

De Amsterdamse wethouder Abdeluheb Choho (Duurzaamheid, D66) was niet blij. Maar bij Colt Technology in Duivendrecht waren ze dat wel. De bestuursrechter oordeelde eind maart dat het gemeentebestuur het bedrijf niet mag voorschrijven hoe het de koeling van zijn datacenters exact moet inrichten.

De gemeente was in 2011 op inspectiebezoek geweest en constateerde toen dat Colt, een groot datacenter, makkelijk op energie kon besparen. Het bedrijf schreef een efficiencyplan en tekende het convenant dat de IT-branche met de overheid had gesloten. In 2020 wil Amsterdam immers 20 procent minder energie per burger gebruiken. De wet biedt de gemeente de mogelijkheid om bedrijven te verplichten maatregelen voor energiebesparing te nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen.

Omdat Colt toch niet voldoende opschoot, besloot stadsdeel Zuid in 2014 het bedrijf een paar ‘maatwerkvoorschriften’ op te leggen. De temperatuur in de ruimte waar de servers staan, mocht voortaan niet meer dan 24 graden zijn. Er moest een koelinstallatie komen die op buitenlucht zou draaien. Colt wilde een andere mechanische, koeltechniek toepassen. Het bedrijf tekende tevergeefs bezwaar aan en ging in 2015 in beroep bij de rechter.

De rechter constateert dat de betreffende wet de overheid wel de mogelijkheid biedt om maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar op te leggen, maar de bevoegdheid mist om die zó precies voor te schrijven. De wethouder klaagde daarop in het blad Binnenlands Bestuur dat hiermee een potentiële milieuwinst van het gebruik van 500 woningen verloren gaat. En of het Rijk voor de toekomst maar „juridische ruggesteun” wil leveren. Met andere woorden: geef ons die bevoegdheid wél.