‘Dronken fietsen? Kans op letsel 60 keer groter’

Dat schreef de gratis krant Metro begin deze maand.

Foto

De aanleiding

Het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam luidde zaterdag de noodklok om de vele weekendpatiënten die een slok op hadden, met name fietsers. Dronken fietsen is niet zonder risico, schreef Metro al op 4 april: „Fietsers met vier keer de toegestane hoeveelheid alcohol op, hebben 60 keer zoveel kans op een ongeluk.”

Waar is het op gebaseerd?

Op het rapport Alcoholgebruik van jongeren in het verkeer op stapavonden van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Fietsers met een bloedalcoholgehalte (BAG) van meer dan 2 gram per liter hebben „bijna zestig keer” zoveel kans gewond te raken bij een ongeval als nuchtere fietsers, staat hierin. Dat is gelijk aan vier keer de toegestane hoeveelheid, vergelijkbaar met twaalf glazen in twee uur. In Nederland mogen fietsers net als automobilisten een BAG van 0,5 gram per liter hebben: 1 tot 3 glazen.

En, klopt het?

De kop boven het artikel in Metro (‘Stomdronken op fiets? 60 keer zoveel kans op ongeval’) is direct ontleend aan het rapport van de SWOV. Maar wat is de onderbouwing? We vragen het aan eerste auteur dr. Sjoerd Houwing, gepromoveerd op het risico van autorijden onder invloed.

Het SWOV-rapport is mede gebaseerd op onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen in 2013. Op donderdag- en zaterdagavonden zijn toen blaastesten afgenomen. In vier nachten hebben tussen 5 uur ’s middags en acht uur ’s ochtends bijna 690 fietsers meegewerkt. Rond één uur ’s nachts had 68 procent in de twee steden te veel op. Tegen vijven had 80 procent ruim twee keer zoveel alcohol op als is toegestaan.

De kans op ongelukken, het ‘relatieve letselrisico’, is weer gebaseerd op onderzoek in Helsinki uit 1986, zegt Houwing. Hierbij werd gekeken hoeveel 140 Finnen hadden gedronken die zich binnen zes uur na een verkeersongeluk in het ziekenhuis meldden. De controlegroep bestond uit 700 willekeurige fietsers.

De kans op letsel neemt bij elk glas exponentieel toe, bleek uit de Finse metingen. Fietsers met een BAG van 1 gram per liter (twee keer de limiet in Nederland) hadden ongeveer tien keer zoveel kans op een ongeluk als nuchtere fietsers. Bij een BAG van 2 gram per liter (vier keer de limiet) was de kans op ongelukken gestegen naar 57: bijna 60 dus.

Alleen, het aantal proefpersonen dat zó veel had gedronken was zo klein, dat de resultaten niet heel precies waren, zegt Houwing. De kans op een ongeluk was gemiddeld 57 keer groter, met een enorme bandbreedte van 13 tot 255 keer zo groot.

Het relatieve letselrisico verschilt ook per onderzoek, afhankelijk van de opzet. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht hebben in 2009 bijvoorbeeld een enquête gehouden onder 800 studenten. Er werd gevraagd hoeveel alcohol ze dronken, hoe ze naar huis gingen en hoeveel ongelukken ze het afgelopen jaar hadden gehad. De kans op ongelukken met een slok op was hier lager dan in het Finse onderzoek: ruim elf keer zo groot bij een BAG van 1,5 gram per liter.

Een enquête naar alcoholgebruik is lastig, omdat dronken mensen achteraf moeilijk kunnen inschatten hoeveel ze hebben gedronken, zegt Houwing. De SWOV baseerde zich liever op het Finse onderzoek van dertig jaar oud met échte alcoholmetingen. „Het is het beste wat we hebben”, verklaart Houwing.

Conclusie

Metro citeerde correct uit het SWOV-rapport. In de onderliggende Finse studie zit een grote foutmarge, maar het is volgens het SWOV het meest bruikbare onderzoek voorhanden. Wij beoordelen deze bewering daarom als grotendeels waar.