Dode letter in de wet zit Kamer dwars na satire-rel

In Nederland is het moeilijker dan in Duitsland om vervolgd te worden voor belediging van een bevriend staatshoofd. Maar het kán wel. Een Kamermeerderheid wil dit veranderen.

Een dode letter in de wet is als een blindedarm: je denkt er nooit aan, tot je er last van krijgt. Dat gebeurt nu in Duitsland, waar bondskanselier Angela Merkel het OM toestemming heeft gegeven de cabaretier Jan Böhmermann te vervolgen voor belediging van het bevriende staatshoofd Recep Tayyip Erdogan.

En dat terwijl Merkel het zelden gebruikte artikel over belediging van bevriende staatshoofden eigenlijk wilde schrappen.

Ook in Nederland prijkt deze dode letter in het Wetboek van Strafrecht. Voor belediging die niet valt onder smaad of laster geldt normaal gesproken een maximale gevangenisstraf van 3 maanden, maar die is hoger wanneer het gaat om een belediging van het openbaar gezag of een ambtenaar in functie (4 maanden), een bevriend staatshoofd (2 jaar) of de koning(in) (5 jaar).

‘Jongenshoertje’

Maar de situatie is hier anders dan in Duitsland. In Nederland kan het bevriende staatshoofd alleen aangifte doen wanneer de belediging plaatsvond terwijl hij in functie op Nederlandse bodem verkeerde.

Dit betekent dat Erdogan niet op basis van deze wet een aanklacht kan indienen tegen cabaretier Hans Teeuwen, die hem vrijdagavond in een interview met RTL Nieuws onder andere een „jongenshoertje” noemde.

Erdogan kan wel als persoon aangifte doen van belediging, en in geval van veroordeling kan de straf met een derde worden verhoogd omdat het gaat om een bevriend staatshoofd.

Voor een gekrenkt bevriend staatshoofd is het dus lastig om een Nederlander in de cel te krijgen. Het artikel wordt dan ook nauwelijks gebruikt. De laatste keer was in de jaren zestig, toen de Amerikaanse president Lyndon Johnson door demonstranten „moordenaar” werd genoemd. Toen dat werd verboden, werd dat de leuze veranderd in „Johnson molenaar”.

Toch wil een Kamermeerderheid nu af van de strafbaarheid van deze vorm van belediging. Joost Taverne (VVD) wil zo snel mogelijk een motie indienen die de regering moet aansporen het artikel te schrappen. „Ik heb me al vaker gebogen over de vrijheid van meningsuiting en de eventuele verruiming ervan. Wat er nu in Duitsland gebeurt, geeft aan dat we deze dode letter moeten schrappen.”

‘Schrap ook majesteitsschennis’

Ondertussen is Kees Verhoeven (D66) bezig met een omvattender plan: een wetsvoorstel om niet alleen de belediging van bevriende staatshoofden, maar ook majesteitsschennis uit het Wetboek van Strafrecht te schrappen. Een van de aanleidingen was de arrestatie van de man die vorig jaar „Fuck de koning” riep, en van het een kwam het ander: „Toen hebben we gezegd: als je je eigen koning niet extra wil beschermen, moet je dat bij bevriende staatshoofden ook niet doen.”

Alleen ambtenaren in functie worden als het aan Kees Verhoeven ligt voortaan nog extra beschermd. „Zo iemand loopt een extra risico op belediging, en dat geldt niet voor staatshoofden. Die zeggen niet tegen burgers: je moet je fiets beter parkeren.”

Verhoeven wil de wet volgende week indienen, het liefst samen met Jeroen Recourt (PvdA). Deze dinsdag praat de PvdA-fractie hierover. De partij is in elk geval voor de wet, zegt Recourt.

Dat geldt niet voor de VVD. Hoewel Joost Taverne ook een einde wil maken aan de speciale rechtspositie van bevriende staatshoofden, vindt hij dit niet het moment voor een verbod op majesteitsschennis. „Over majesteitsschennis hebben we jurisprudentie waaruit blijkt dat je best veel mag zeggen. Dat maakt de urgentie voor afschaffing minder groot. In het geval van belediging van bevriende staatshoofden is die jurisprudentie er niet, omdat het bijna nooit voorkomt.”

Daarnaast wordt de slagingskans van een wetsvoorstel kleiner wanneer het meer omvat, zegt Taverne. Ondanks de onzekere meerderheid voor de afschaffing van het verbod op majesteitsschennis wil Kees Verhoeven zijn wetsvoorstel niet in tweeën knippen. „Ik vind dat deze twee zaken logisch met elkaar samenhangen. Ze gaan over hoe je als land over vrijheid van meningsuiting denkt.”