Column

Déjà vu

Waar ik altijd een beetje treurig van word, dat zijn vrienden – ooit gezworen kameraden – die met slaande deuren uit elkaar gaan. Weg is alle geestverwantschap en lotsverbondenheid, wat overblijft is teleurstelling en rancune. Als we het niet uit ons eigen leven kennen, dan hebben we het wel zien gebeuren bij anderen, vooral bij beroemde anderen.

In de sport zagen we het bij Johan Cruijff en Piet Keizer, in het cabaret bij Freek de Jonge en Bram Vermeulen, in de popmuziek bij John Lennon en Paul McCartney. In die popmuziek viel mij laatst een nieuw voorbeeld op.

In de Amsterdamse Melkweg zag ik in 2005 een schitterend optreden van David Crosby en Graham Nash, toen beiden al 63 jaar; hun kompaan Stephen Stills kon er niet bij zijn. Ik schreef er een stukje over waarin ik het een van de beste popconcerten noemde die ik had meegemaakt. „Hun stemmen bleken nog soepel en krachtig en in hun specialiteit, de close harmony singing, waren ze als vanouds onovertrefbaar.”

In 1970 hadden ze samen met Neil Young en Stills de klassieke countryrock elpee Déjà Vu gemaakt met songs als Teach Your Children en Our House („is a very, very, very fine house with two cats in the yard.”) Young verliet de band al in de jaren zeventig met een laconiek telegram aan collega Stills: „Beste Stephen, grappig hoe dingen die spontaan ontstaan op zo’n manier eindigen. Eet een perzik.”

De andere drie gingen nog lang daarna samen door, zij het met de nodige spanningen, vooral veroorzaakt door de grillige Crosby. In mijn exemplaar van Déjà Vu vond ik een interview uit de Volkskrant van 4 maart 1989, waarin Crosby zegt: „Stephen en ik kunnen niet goed met elkaar opschieten. Maar verder was het behoorlijk leuk – I love working with Graham Nash. Hij is door de jaren heen altijd mijn beste vriend gebleven.”

Dat gevoel van wederzijdse affectie straalden ze ook in de Melkweg uit. In de jaren daarna hebben ze nog veelvuldig – met Stills erbij – opgetreden, tot vorig jaar, maar opeens is het allemaal afgelopen. Ik begreep het voor het eerst uit een interview met Nash door Erik Voermans, een maand geleden in Het Parool. „Ik denk dat het afgelopen is met Crosby, Stills & Nash”, zei hij daar. „Live en in de studio.” „Wat!”, reageerde de interviewer verbluft, „door Stills?” „Nee”, zei Nash, „door Crosby! Hij was 45 jaar m’n beste vriend en ik heb hem door dik en dun gesteund, maar hij heeft me de laatste twee jaren behandeld als a huge pile of shit. En dat pik ik niet. Hij heeft geen controle meer over wat hij zegt.”

Hij herinnerde eraan dat Crosby Daryl Hannah, de nieuwe vriendin van Young, een giftige slang had genoemd. „Daarmee rukte hij met één opmerking het hart uit CSN en CSNY. He is a bigheaded fuck. Hij denkt dat de wereld van David Crosby is. Ik zei hem dat hij ons met z’n gedrag veel mooie liedjes heeft gekost en ook veel geld, want CSN is met Neil erbij nog veel populairder.”

In de Volkskrant van zaterdag deed Nash tegen Gijsbert Kamer soortgelijke uitlatingen. Het zit hem kennelijk erg dwars. Hij is nu op zijn 74ste een solocarrière begonnen en zal volgende maand in TivoliVredenburg in Utrecht optreden.

Een ‘beste vriend’ werd een ‘bigheaded fuck’.

Eet een perzik.