De markt schrikt slechts een dag van ‘Doha’

De olieprijs kreeg maandag een tik, om daarna op te veren. Ook al wordt de olieproductie niet bevroren.

De minister van Energie van Qatar. Foto AFP

De hele oliewereld zat maandag op schermpjes te staren: bleef de olieprijs hangen op de 40 dollar per vat (Noordzee-olie) of zakte hij door en ging alle winst van de afgelopen maanden verloren?

Het nieuws dat de olieproducerende landen zondag in Doha, Qatar, onverwachts geen akkoord bereikten over het ‘bevriezen’ van hun productie op het huidige niveau, joeg de olieprijs maandagochtend meteen met 5 procent naar beneden.

Maar in de loop van de dag kroop de prijs weer omhoog, tot boven de 43 dollar, daarmee extra kracht gevend aan de woorden van Mohammed bin Saleh al-Sada, de energieminister van het gastland. Hij zei kort na het mislukte overleg dat de 18 deelnemende landen nog steeds geloven dat „de fundamenten van de oliemarkt over het algemeen zijn verbeterd”.

Daar leek het in januari van dit jaar geenszins op. Na een daling van ruim anderhalf jaar was de olieprijs weggezakt tot onder de 30 dollar per vat. Mede door de winning van Amerikaanse schalie-olie was het aanbod op de wereldmarkt veel groter geworden dan de vraag. Olielanden als Rusland, Venezuela en Nigeria, maar ook Saoedi-Arabië, raakten daardoor verder in de begrotingsproblemen.

Op initiatief van Rusland, dat geen lid is van de OPEC – het kartel van olie-exporterende landen – kwamen besprekingen op gang om de productie aan banden te leggen. Saoedi-Arabië, Rusland, Venezuela en Qatar legden de basis voor een ‘bevriezing’ die afgelopen zondag in Doha getekend zou worden. Van een productiebeperking was nog geen enkele sprake.

OPEC-lid Iran liet van het begin af aan weten niet mee te doen. Internationale sancties hebben het land sinds medio 2012 een belangrijk deel van zijn olie-export gekost. Nu de sancties zijn opgeheven wil Teheran eerst marktaandeel terug voor het mee wil doen aan welke ingreep dan ook.

Het Iraanse standpunt was algemeen bekend en leek tot afgelopen zondagochtend geen probleem. Ook zonder Iran gaan we de productie aan banden leggen, lieten de onderhandelaars in Doha doorschemeren.

Dat vooruitzicht alleen al deed de markt de afgelopen weken opleven: de olieprijs begon aan een opmars. Hedgefondsen veranderden hun strategie en zetten niet langer in op verdere daling, maar juist op een stijging.

Maar een deal bleek geopolitiek niet haalbaar. Het voorstel dat onder leiding van de Saoedische olieminister Ali al-Naimi overeen was gekomen, werd zondagochtend van tafel geveegd door de Saoedische adjunctkroonprins Mohammed bin Salman.

‘MbS’, zoals hij in analistenkringen wordt aangeduid, is niet van plan Iran gunsten te verlenen. Het soennitische Saoedi-Arabië en het sjiitische Iran staan recht tegenover elkaar in de conflicten in Syrië en Jemen.

Bovendien heeft de doortastende kroonprins te kennen gegeven dat hij een nieuw oliebeleid wil voor zijn land. Hij gaf onlangs aan een deel van de staatsoliemaatschappij Aramco te willen privatiseren. Hoe een en ander in elkaar past en wat MbS precies beoogt is niet duidelijk.

Intussen is de kater in oliehoofdsteden groot, met name in Moskou. Rusland heeft zijn opzetje zien mislukken en kan zich opmaken voor een aanhoudend lage olieprijs en fors gat in de staatsbegroting.