De gemeente weet alles van je

Gemeenten gaan slordig om met gevoelige informatie die ze krijgen van burgers, zo blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens.

De gemeente kijkt mee achter de voordeur. Maar wie al die gevoelige informatie beheert en hoe, is vaak niet duidelijk. Foto Kees van de Veen/HH

De telefoon gaat op het kantoor van de Autoriteit Persoonsgegevens. Een moeder aan de lijn. Ze is in paniek. Haar zoontje is gameverslaafd; daarvoor wil ze hulp van de gemeente. Een gemeenteambtenaar gaat met de moeder in gesprek. De ambtenaar vraagt haar het hemd van het lijf. „Hoe is het met uw huwelijk? Is uw man verslaafd aan alcohol? Is er sprake van huiselijk geweld?” De vrouw geeft braaf antwoord op de vragen. Zal wel ergens goed voor zijn, denkt ze. Toch knaagt het. Waarom wil de gemeente dat allemaal van haar weten? En wat gebeurt er met die informatie? Wie krijgen dat allemaal te horen?

De moeder is een symbool geworden voor Wilbert Tomesen, vicevoorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens. Niemand weet namelijk waar de gevoelige informatie die zij de gemeente gaf is gebleven; de ambtenaar weet niet met wie hij de informatie mag delen. Zo staat de vrouw voor de kwetsbare burger, overlopen door een overheid die bij de decentralisatie van zorgtaken niet heeft nagedacht hoe om te gaan met zeer gevoelige informatie van burgers.

Sinds vorig jaar zijn gemeenten verantwoordelijk voor maatschappelijke ondersteuning van en zorg voor jongeren, chronisch zieken, ouderen en gehandicapten. Dat organiseren veel gemeenten door hulpverleners te laten samenwerken in „wijkteams”. In die teams combineren de hulpverleners – van schuldhulpverlener tot wijkagent – kennis over gezinnen om die zo goed mogelijk te helpen.

Dat heeft ook een keerzijde. Deze dinsdag blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens onder de 41 grootste gemeenten dat die geen idee hebben welke gegevens ze precies van burgers mogen vragen en met wie ze die mogen delen. Iedereen heeft daar last van, stelt Tomesen.

Wordt de burger serieus genomen?

„Ik ben overtuigd dat ambtenaren écht willen helpen. Maar zij horen zich af te vragen: met welk recht vraag ik dit eigenlijk aan die mevrouw? Wat doe ik met de gegevens die uit dit gesprek voortkomen? Daar schort het aan.”

Voordat de gemeente die extra taken kreeg, was het probleem dat er te veel instanties bij dat ene gezin over de vloer kwamen, die niets van elkaar wisten. Het delen van informatie is dus wel nodig.

„Ik zeg ook niet dat de beweging om gemeenten meer macht te geven fout is. Ik zeg alleen: als je de beweging maakt, moet je het goed regelen. Anders loop je enorm gevaar. Burgers weten nu totaal niet wat ze aan de gemeente kunnen vertellen, en wat met die informatie gebeurt. Gemeenten zijn namelijk zelf ook niet op de hoogte van de wetgeving, constateren we.”

Heel veel burgers merken hier niks van, en zijn blij dat ze geholpen worden. Waarom is het ook voor hen erg dat ze niet precies weten wat de ambtenaren met hun gegevens doen?

„Het is een recht van burgers om te weten wat de overheid van hen weet. Als de overheid dat zélf niet eens weet, is het einde zoek. Wat dacht je van de gemeenteraad? Die kan onmogelijk toetsen of burgers goed worden behandeld als de leiding niet eens weet hoe ambtenaren omgaan met gevoelige informatie. Mag de burger erop vertrouwen dat niet de hele wereld hun problemen onder ogen krijgt? Het antwoord zou toch ‘ja’ moeten zijn.”

Jullie hebben in verschillende brieven gewaarschuwd voor dit gevaar. Toch gaat het mis.

„Er is onvoldoende geluisterd. Ik hoop dat ambtenaren nu aan het denken worden gezet. Er komt een moment dat ik ga handhaven.”

Wachten jullie niet te lang met handhaven? Als toezichthouder kunnen jullie toch boetes opleggen?

„Die buikpijn heb ik ook af en toe. Weet je: ik wil dat het goed gaat. Als ik ga handhaven, pak ik misschien twee of drie gemeenten. Daar zal het dan worden hersteld. Maar ik heb echt veel liever dat er behoorlijke aanvullende wetgeving komt. De minister legt nu de verantwoordelijkheid bij gemeenten. Daarom hoop ik in ieder geval dat gemeenten zich oprecht de vraag stellen: wat willen we nu weten van onze burgers, en waarom?”