Dat ‘schattige’ moet er maar eens af

American football in Nederland wil stappen maken, nationaal team de Dutch Lions zoekt vers bloed. „Vroeger deed je al mee als je je veters kon strikken.”

Ashneal Werleman (met bal) probeert zich van zijn tegenstander te ontdoen. Foto’s Merlin Daleman

Hij ziet meteen in hoeverre iemand met de sport bezig is. Het zit hem volgens Claudio Bartolozzi (30) in de kleine dingen. Rechtsachter op een nat kunstgrasveld in Overvecht staat een rij American footballspelers in tenue klaar om één voor één te sprinten. Ongeveer 40 meter, zoals de grote mannen in de Verenigde Staten dat doen. Eén hand achter de rug, twee keer twee mensen op stoeltjes met stopwatches, halverwege en aan het eind. Bartolozzi – lang, baardje, Amsterdams accent – wijst naar beneden, naar een gele lijn. „Kijk, waarom gaat die jongen daar nou zo ver achter de lijn staan? In Amerika staan ze het liefst nog voor de lijn. Dit kun je gewoon oefenen.”

Zo’n veertig jongens proberen deze zondag bij de Utrecht Dominators, één van de twintig American footballverenigingen in Nederland, een uitnodiging te krijgen voor een trainingskamp van de nationale selectie. Bartolozzi, zelf jarenlang speler en „nu aan het afbouwen”, is algemeen manager van de Dutch Lions. De try-outs van vandaag zijn de tweede ooit. Op zoek naar vers bloed voor het EK-kwalificatietoernooi in september, voor wat voorheen de B- en C-landen heetten. Eerst tegen Tsjechië, bij winst tegen of Engeland of Rusland. Vijftien jongens krijgen de kans daarbij te zijn. Als het kan, moet niemand in het huidige elftal zich zeker van zijn plek voelen. Heel anders dan vijf jaar terug, zegt Bartolozzi. „We deden mee voor spek en bonen. Toen hadden we ook nog echt dringend spelers nodig. Dan was het: kun jij je veters strikken? Mooi, dan ga je mee.”

10,9 op de 100

„Wat doe je nou?” De andere spelers lachen, als een van de coaches op het veld zich richt tot Ashneal Werleman (22). Hij, receiver, moest tijdens een oefening met de bal een verdediger ontwijken. De afspraak was om via de rechterkant los te komen, maar hij ging via de links en struikelde zowat over de hindernissen die er nog lagen van een andere oefening. Vast de zenuwen. „Ik heb er amper van kunnen slapen”, zegt hij langs de kant.

Hij is de snelste sprinter van de dag. Dat is hij eigenlijk ook aan zijn stand verplicht, zegt hij lachend. Op Aruba, waar hij tot drie jaar terug woonde, won hij nationale sprintkampioenschappen. Hij liep al eens 10,9 op de 100 meter. En hij honkbalde. En hij deed aan mixed martial arts. Van American football wist hij tot twee jaar terug niets. Een vriend sleepte hem mee, sindsdien is hij vaste waarde bij de Amsterdam Crusaders. Werleman wil uiteindelijk in het Nederlands team, of het nu al lukt of niet. Nou ja, hij wil in ‘een’ Nederlands team. Dit is zijn beste kans.

Dit is wel wat de bond wil, zegt Bartolozzi: het nationale team moet iets zijn waarvoor je wilt spelen, een einddoel, als het kan de droom van elke jonge speler. De Dutch Lions moeten worden wat de Amsterdam Admirals waren. De Admirals speelden in 2007 hun laatste wedstrijd. Ze waren onderdeel van de Europese proeftuin van de National Football League (NFL), de Amerikaanse profcompetitie. Het waren vooral Amerikaanse spelers die konden bewijzen dat ze wel degelijk op het hoogste niveau thuishoorden. Topspelers Kurt Warner en Adam Vinatieri stonden er ooit op het veld. Maar ook Nederlanders konden het team halen.

„Ik ben van die generatie”, zegt Bartolozzi. „Ik speelde wedstrijden naast de Arena.” Daar zaten in de hoogtijdagen ruim tienduizend mensen. De Admirals waren voor de American footballfan wat Ajax is voor veel voetbalfans. Met het wegvallen van de NFL Europe viel ook het hogere doel voor de jeugd weg. „Dat gat proberen we te dichten met de Lions. Niet omdat we de Admirals willen zijn, maar om de sport te behouden.”

Dat begint bij hogere eisen. „We hebben de lat ten opzichte van de laatste keer weer verlegd”, zegt hoofdcoach Rey Agaoglu, ex-speler van de Admirals. „Iemand kan er nog zo atletisch uitzien, het moet ook gewoon een goede speler zijn.” Of zoals hij dat noemt: looks like Tarzan, plays like Jane. Die wil je niet. En ze moeten ervoor willen gaan, zegt teammanager Dave Sahalessi. „Niet meer dat iemand belt dat hij niet komt trainen omdat zijn moeder jarig is. Weg ermee.”

4.000 toeschouwers

Maar de ploeg stelt ook hogere eisen aan zichzelf. Het plaatje moet kloppen. Het kleine aantal interlands moet niet gespeeld worden op een troosteloos veldje voor een handjevol mensen. Het moet vanaf nu zijn zoals het oktober vorig jaar was. Toen plaatste het team zich tegen België voor het EK-kwalificatietoernooi voor ruim 4.000 toeschouwers in het RKC-stadion, meer mensen dan er tegenwoordig bij het voetbal zitten. Fox Sports zond beelden uit, langs de lijn stonden ex-cheerleaders van de Admirals.

Het liefst ziet Bartolozzi dat een wedstrijd live wordt uitgezonden. Vindt Fox prima, als de Lions maar de productiekosten betalen. „En van dat geld kunnen we de boel een half jaar draaiende houden.” Dat lijkt er nog niet in te zitten. Maar voor minder dan eredivisiecamera’s doet Bartolozzi het niet; als het er amateuristisch uitziet, dan maar niet. „Dat ‘schattig dat ze het proberen’ moet eraf.”

Op het veld schieten twee begeleiders elkaar aan. Waar ze straks eigenlijk gaan nabespreken. Het wordt het Van der Valk in Breukelen. Sahalessi lacht: „Beter dan het was hoor. Vroeger deden we dat gewoon in een gore kleedkamer.”