Boete voor ‘treintje rijden’

Hoe ver mag een bedrijf gaan met het contractueel vaststellen van sancties als klanten ongewenst gedrag vertonen? Het parkeerbedrijf Q-park leerde onlangs een nuttige les. Elke dag worden duizenden parkeerovereenkomsten gesloten, zodra automobilisten de slagboom passeren. De ‘gebruiksovereenkomst’ die dan geldt, bevat allerlei afspraken. Over wijze van betalen, opslag van bewakingsbeelden, aanhangwagens (nee), in je auto blijven zitten (nee), wanneer Q-park je auto mag verkopen (na 28 dagen), enzovoorts.

Daarin stond ook de sanctie op ‘treintje rijden’ – het zonder betalen vlak achter een voorligger mee de garage uitrijden. Q-park hanteerde daarvoor een afschriktarief van 1.000 euro. Maar toen het een wanbetalende automobilist dagvaardde, bleek dat bedrag toch niet helemaal serieus. Het bedrijf eiste bij de rechter 365 euro boete.

De kantonrechter in Alkmaar diende eerst te beoordelen of dit boetebeding wel in een redelijke verhouding staat tot de schade die Q-park lijdt. En of het een ‘voldoende prikkel’ is om je netjes te gedragen. Uit het feit dat het bedrijf geen 1.000 maar 365 euro eiste, leidde hij af, dat het bedrijf kennelijk zélf het lagere bedrag billijk vindt. De rechter is dan verplicht het hele boetebeding ongeldig te verklaren. Dus kon Q-park ook de 365 euro niet incasseren, maar alleen het dagtarief van 50 euro.

Sindsdien heeft het bedrijf zijn algemene voorwaarden aangepast. ‘Treintje rijden’ kost nu 300 euro, vermeerderd met 1, 2 of 3 maal het dagtarief, al naar gelang de locatie van de garage.