Freddy Heineken saboteerde overnames met grappen en kussen

Freddy Heineken in 1990. Foto Vincent Mentzel

Vanwege de desinteresse van zijn dochter, de enige telg, overwoog Freddy Heineken één keer om zijn bierbedrijf te verkopen.

Vroeg in de jaren tachtig, maanden nadat de bevriende top van Pepsi zijn belangstelling kenbaar had gemaakt, liet de Heinekenbaas het Amerikaanse Pepsi-bestuur naar Amsterdam vliegen voor een serieus overnamegesprek.

Maar aan tafel, aan het Weteringplantsoen, begon Freddy Heineken meteen te geinen. De ene schuine mop na de andere. En toen kwam het hoge woord eruit. „Heren, het spijt me. Ik ben van gedachten veranderd. Ik denk dat deze bijeenkomst voorbij is.”

Daarna richtte hij al zijn hoop op dochter Charlene, zo blijkt uit het boek Heineken na Freddy, van Stefan Vermeulen, dat woensdag verschijnt. Met een geheime clausule regelde vader Heineken dat zijn dochter haar aandelen nooit kan verkopen. Zijn vijf kleinkinderen kunnen dat straks alleen aan elkaar. Pas als elke nazaat ervan af wil, verliest de familie de controle over de brouwerij.

Anders dan de titel doet vermoeden, verhaalt Vermeulen veel over het leiderschap van wijlen Heineken. Niet alleen traineerde hij een overname door Pepsi, hij torpedeerde ook menig overnameplan van de Heinekentop. Zo aasden zijn bestuurders eind jaren negentig op belangen in Poolse brouwerijen, in de Zuid-Afrikaanse brouwer SAB en op de Tsjechische brouwer Pilsner Urquell.

Maar Freddy Heineken zei steeds nee, wijzend naar zijn denkbeeldige portemonnee. En als bestuurders dan bleven tegensputteren, haalde hij een kussentje tevoorschijn waarop hij zijn dochter had laten borduren: What part of NO don’t you understand?

Zonder kussentje maakte hij vier weken voor zijn dood ook een einde aan de geheime operatie ‘Titanic’: een plan voor de overname van de Aziatische bierbrouwer Asia Pacific Breweries, voor omgerekend 500 miljoen euro. Tien jaar later, in 2012, moest het Heinekenconcern voor die overname 5 miljard neertellen.