Basisscholen komen geld tekort voor asielkinderen

Gemeenten of scholen moeten geld bijleggen, bijvoorbeeld voor een tolk voor de ouders of schoolspullen.

Leerlingen van basisschool Wereldkidz op het AZC in Leersum krijgen een boekenpakket van KinderZwerfboek. ANP / Bas Czerwinksi

Een meerderheid van de scholen zegt niet genoeg geld van het Rijk te krijgen voor het taalonderwijs van asielkinderen. Dat blijkt uit een peiling in opdracht van de PO-Raad onder basisscholen die onderwijs geven aan vluchtelingenkinderen. 88 van de 200 benaderde scholen deden mee.

Slechts ongeveer een op de tien scholen vindt de vergoeding van het Rijk voldoende. Tweederde van de scholen geeft aan zelf geld bij te leggen op het onderwijs aan asielkinderen. Bovenop de rijksbekostiging wordt er per kind gemiddeld 850 euro bijgelegd door deze schoolbesturen. Ruim de helft van de scholen geeft aan dat zij extra geld van de gemeente krijgen. “We lopen het risico onnodige achterstanden te creëren bij deze kinderen”, zegt Ad Veen van de PO-Raad. De sectororganisatie vertegenwoordigt 6.700 scholen, circa 90 procent van het totale aantal basisscholen. Veen zegt:

“Het onderwijs kan het niet meer met eigen middelen bolwerken. De rek is eruit.”

Extra geld is volgens de PO-Raad bijvoorbeeld nodig voor een tolk voor de ouders, administratieve ondersteuning, verwarming of de schoolspullen. Een meerderheid van de scholen die meedoen aan het onderzoek vreest problemen voor de asielkinderen, zoals een lastig in te halen taalachterstand.

Vorig jaar kwamen er 5.800 asielkinderen bij, zo blijkt uit cijfers van het COA. Naar verwachting komen er dit jaar meer dan tienduizend bij. Wat een school per asielkind krijgt verschilt sterk. Het hangt bijvoorbeeld af van de grootte van de school, de locatie en het opleidingsniveau van de ouders van het kind.

Aparte taalklas

Ook voor asielkinderen geldt de Nederlandse leerplicht, wat betekent dat zij van hun vijfde jaar tot hun achttiende naar school moeten. Asielkinderen worden eerst een jaar opgevangen in een aparte taalklas en krijgen daar extra financiering voor, voordat ze instromen in het reguliere onderwijs. Vrijwel alle scholen in de peiling geven aan dat een jaar extra financiering niet genoeg is en dat een tweede jaar in zo’n speciale klas moet worden bekostigd. Veen van de PO-Raad zegt:

“Leren zelfredzaam te zijn in een taal duurt een jaar, misschien anderhalf. Maar je een nieuwe taal echt eigen maken, duurt vijf a zes jaar.”

Gezien de snelle toestroom van vluchtelingen kwam het onderwijs aan asielkinderen langzaam op gang. Vorig najaar bleek uit de peiling ‘Onderwijs aan vluchtelingenkinderen: waar knelt het en wat gaat al goed?’ dat er zorgen zijn over traumaverwerking bij asielzoekerskinderen. Schoolleiders gaven daarin aan niet precies te weten hoe ze getraumatiseerde kinderen moeten begeleiden. Daarnaast waren er ook te weinig ‘Nederlands als tweede taal’-docenten, of specifiek lesmateriaal voor asielkinderen.

Staatssecretaris Sander Dekker heeft toegezegd later deze week met een brief te komen met een totaaloverzicht van de bekostiging van leerplichtige vluchtelingen.