’11 procent leerlingen voortgezet onderwijs gepest’

Dat blijkt uit een vragenlijst van het RIVM onder 100.000 kinderen in klas 2 en 4. Ook zegt 8 procent zelf te pesten.

Foto Roos Koole / ANP

Zo’n 1 op de 9 leerlingen in klassen 2 en 4 van het voortgezet onderwijs zegt in de afgelopen drie maanden gepest te zijn. Dat bericht het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op basis van de Gezondheidsmonitor Jeugd, een digitale vragenlijst onder bijna 100.000 kinderen.

In dezelfde vragenlijst zegt ruim 8 procent zelf te pesten. Onder pesten verstaat het RIVM “schelden, roddelen, vervelende berichtjes sturen, iets afpakken, spugen of iemand buitensluiten”.

Van pesten via internet, zogeheten cyberpesten, wordt ruim 5 procent het slachtoffer, waar 4,5 procent aangeeft het zelf te doen. Als voorbeelden van cyberpesten geeft het RIVM “iemand uitschelden via de telefoon, iemand in een tweet bedreigen, gemene roddels over iemand verspreiden op internet of vervelende foto’s of filmpjes van iemand op internet zetten”.

Weerbaarheid

Jongens en meisjes worden ongeveer in even grote mate gepest, maar bijna twee keer zoveel jongens zeggen zelf te pesten: 10 procent, tegenover 5,6 procent van de meisjes. In klas 4 wordt minder ‘gewoon’ gepest dan in klas 2, maar iets meer via internet. Verder is opvallend dat hoe hoger het opleidingsniveau is, hoe minder er gepest wordt, zowel in conventionele zin als cyberpesten.

Het RIVM ziet een relatie tussen hoe weerbaar leerlingen zijn en hoeveel ze gepest worden. Op basis van acht vragen, zoals “ik laat mij makkelijk overhalen om dingen te doen die ik niet wil” en “ik doe alleen maar dingen die ik zelf echt wil” berekende het RIVM de weerbaarheid van leerlingen. Weerbare leerlingen worden drie keer minder vaak gepest. Of mindere weerbaarheid of emotionele problemen een gevolg of oorzaak zijn van pesten, valt op basis van dit onderzoek niet te zeggen.