Zo gaan er opeens vijf Nederlandse turners naar Rio

De Nederlandse turners hebben zich als team geplaatst voor de Spelen. Een historische prestatie. Met dank aan de inspirerende bondscoach Mitch Fenner.

Frank Rijken is een van de turners uit de Nederlandse ploeg, die zich in Rio de Janeiro geplaatst heeft voor de Olympische Spelen. Foto Sergio Moraes/REUTERS

Zaterdagnacht zond Mitch Fenner vanuit Cardiff een tweet van verrukking de wereld in. De Nederlandse turners hadden zich in Rio de Janeiro geplaatst voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Historisch. Maar Fenner ontbrak op het moment suprême, het moment waar hij vier jaar naar toe heeft gewerkt. Darmkanker hield hem thuis. Maar zaterdagnacht won in Cardiff de euforie het van de pijn.

Fenner was voor zijn doen uitzinnig van vreugde – ‘the best moment of my very long coaching career.’ Waarna hij de Nederlandse turners, die met de derde plaats op het olympisch kwalificatietoernooi plaatsing voor de Spelen hadden afgedwongen, overlaadde met complimenten – ‘these guys are amazing.’

En amazing waren de Nederlanders in de olympische turnhal van Rio. Een voorbereiding met de nodige onzekerheden rond ziektes en blessures, van met name kopman Epke Zonderland, bracht twijfel. Het Nederlandse team is immers kwantitatief kwetsbaar; iedereen moest fit en beschikbaar zijn om voor het eerst het Grote Doel te bereiken.

En dat lukte. Zaterdagnacht in Rio persten Zonderland, Jeffrey Wammes, Bart Deurloo, Casimir Schmidt, Michel Bletterman en Frank Rijken de best denkbare oefeningen uit hun lichaam. Het resultaat was ernaar: derde van de acht deelnemende landen en één van de vier olympische tickets. Missie voltooid.

Olympische potentie

Natuurlijk hebben de turners het werk gedaan, maar zonder de inspirerende aanpak van de 69-jarige Fenner zou dit kunstje nooit geflikt zijn. Fenner, en alleen hij, zag vier jaar geleden bij zijn aanstelling als bondscoach de olympische potentie van de Nederlandse turners. En alleen Fenner kreeg de toen nog hopeloos verdeelde turnwereld op één lijn.

De bondscoach trok het land door, sprak iedereen die ertoe deed en bewerkte alle gescheiden geesten. De Britse pensionado kreeg trainers en turners zover dat zij hun privébelangen opzij wilden zetten voor het teambelang. Met een ploeg naar Brazilië betekent de uitzending van vijf turners in plaats van één, waarover in aanloop van de Spelen van Londen zelfs een rechtszaak tussen Zondeland en Wammes werd gevoerd.

De resultaten uit het verleden waren niet in Fenners voordeel. Wat stelde dat Nederlandse turnteam dan wel voor? Ooit werd het achttiende op een WK, maar nooit was er ook maar enig olympisch perspectief. In Nederland turnde ieder voor zich. En dat ging juist goed. Ringenspecialist Yuri van Gelder werd Europees en wereldkampioen en voor de grootste stunt zorgde Europees en wereldkampioen Zonderland in 2012 met de olympische titel aan rek. En dan is er ook nog Wammes met twee bronzen EK-medailles. Het eigen belang was groot in de mannenturnwereld.

Fenner begreep dat conservatisme niet. Als adviseur van Zonderland, in aanloop naar de Spelen van Londen, had de Brit zoveel talent gezien dat hij onmiddellijk toehapte toen de turnbond hem daarna een contract als bondscoach aanbood. Hij zag volop mogelijkheden om het Britse scenario dat hij in 2003 had geïntroduceerd te kopiëren. Eensgezindheid werkten de Britse turners in een tijdsbestek van negen jaar toe naar de bronzen medaille op de Spelen in Londen. Als zo’n mechanisme werkt in Groot-Brittannië moet dat ook werken in Nederland, redeneerde Fenner, die vervolgens hard aan de slag ging.

Nul ruime voor twijfel

Fenner, een voormalige bewegingswetenschapper en turncommentator bij de BBC, heeft naast zijn diepe technische kennis een aantal eigenschappen die hem bij uitstek geschikt maakten voor de rol als aanjager van het Nederlandse mannenturnen. Hij is fanatiek, welbespraakt, inspirerend, compromisloos en super optimistisch. Er is nul ruimte voor twijfel bij Fenner. Of zoals hij het zelf uitdrukt: ‘Never ever I see a cloudy day.’

Vanaf het moment dat hij alle geesten rijp had gemaakt voor de teamgedachte, volgde stap twee. Naast de routiniers Zonderland, Van Gelder en Wammes moesten jonge turners zich versneld verbeteren. De moeilijkheidsgraad van hun oefeningen moest drastisch omhoog. Investeren in de diepte, noemt Fenner dat. Aan de hand van strakke programma’s lukte dat, want met de jonkies Deurloo, Schmidt, Bletterman en Rijken heeft Fenner binnen vier jaar tijd internationaal hoogwaardige turners klaargestoomd.

Anderhalf jaar geleden leek de diagnose darmkanker het werk van Fenner te verstoren. Niet dus. Hij schonk de clubtrainers zijn vertrouwen en delegeerde bij absentie probleemloos zijn bevoegdheden. Van afstand hield Fenner greep op het proces. Hielden chemokuren hem Cardiff, dan onderhield hij contact via Skype. Bij alle centrale trainingen stond de iPad in de trainingshal. Fenner was er altijd.